Als ik jou was, zou ik mijn baby’tje zo niet meer willen zien

| | ,

Ons verhaal is best apart, best lang, best veel. Als iemand anders het me had verteld, weet ik zelfs niet of ik het zou geloven. Van sommige dingen wist ik zelfs niet dat ze bestonden, omdat ik er nog nooit bij hoefde stil te staan. Soms voelt het nog steeds zo onwerkelijk, alsof ik elke moment wakker geschud kan worden…. We hoorden van de gynaecoloog bij de echo dat we een hele bijzondere tweeling hadden. Zelfs gevaarlijk! Klik hier om het eerste deel te lezen. In blog 2 hoorden we dat Arthur vlak voor de 20 weken zwangerschap in de buik was gestorven. Verschrikkelijk. Als Viktor nou maar bleef zitten… Alsjeblieft.

Ik kon alleen maar denken: ‘Dit kan je niet menen’ en vooral ook ‘Waarom wij weer?!’ Het was ook nog eens de verjaardag van mijn nichtje. Ik voelde me zelfs schuldig tegenover haar. In de auto belde ik de belangrijkste mensen op, met het nieuws dat ik misschien zou gaan bevallen. We reden de parking op van het UZ Leuven. We stapten meteen de spoedpost binnen. Waarop de receptioniste mijn man vroeg om de auto te verzetten. We legden alles in sneltempo uit, maar ze bleef bij haar standpunt. Mijn man werd boos. Hij riep haar dat ze verdomme zijn vrouw moest helpen. We waren duidelijk niet onszelf. Normaal is het namelijk andersom. Dit keer bleef ik ijzig kalm. Ik zei hem dat het oke was en vroeg de receptioniste of ze mij al naar de verloskamer kon brengen als mijn man de auto zou verzetten. Dat deed ze.

Ik had natuurlijk al wel gehoord van weeënremmers en ook dat je met platte rust een heel eind verder kon komen met gebroken vliezen. Dat hielp me wel om kalm te blijven. Ik werd enkele keren onderzocht in de uren die ik doorbracht op het verloskwartier. Toen kwam er een neonatologe binnen. We kregen een hele uitleg. De kans op handicaps, de kans op hersenbloedingen, de overlevingskansen per week extra in de buik. Ik hoorde er niet veel van. Ik was in een soort overlevingsroes gegaan. Tot ze de vraag stelde die tot op de dag van vandaag nog steeds als een dolk in mijn hart zit. “Als u vandaag gaat bevallen, wilt u dan een actief of een passief beleid?”, vroeg ze. “Uhm wacht, wat vraag je mij nu?”, antwoordde ik. Ze herhaalde: ‘Als u nu zou bevallen met de kennis die ik u net meegaf, wilt u dan dat we alles op alles zetten voor je kindje?’ Was dat een serieuze vraag? Beleefd antwoordde ik: “Natuurlijk!” Van binnen kookte ik van woede. Het was verdomme mijn kind, natuurlijk moest ze alles op alles zetten! Ik weet het wel, zij moet dat vragen met 25 weken. Ze noemen het de grijze zone, maar toch heb ik haar nadien nooit graag in mijn buurt gehad.

De weeën bleven weg. Voor één keer stond het geluk aan onze kant. Ik kreeg een kamer op de afdeling MIC. Ze waren daar stuk voor stuk allemaal zo lief en meelevend. Ondanks dat het niet mijn thuis was, voelde ik me er wel heel erg welkom. En dat was maar goed ook, ik zou er namelijk in het beste geval een heel aantal weken verblijven. Ik kreeg verhalen te horen over vrouwen die met 21 weken werden opgenomen met gebroken vliezen en nog vlot de 36 weken haalden. Het belangrijkste was echt platte rust! Het stelde me allemaal gerust. Ik was in de beste handen. Ik kreeg twee spuitjes voor longrijping toegediend. Na 48 uur hadden die hun werk gedaan. Die 48 uur waren van levensbelang en vanaf toen was elke dag een nieuwe mijlpaal.

Elke dag moest ik twee keer aan een hartmonitor, bij twijfel een derde keer. Iedere twee dagen was er een bloedafname en werd mijn urine gecheckt. Ik overleefde op de harttonen van Viktor. En toch, hoe hard ik er ook van genoot, het deed ook zoveel pijn. Die van Arthur zouden we namelijk nooit meer horen. Ik had vaak infectiewaarden in mijn bloed. Dit kon op een infectie wijzen in de baarmoeder. Drie keer zijn ze de kamer binnengekomen met het nieuws dat het foute boel was. Met het nieuws dat alles klaar gemaakt werd om met een spoedkeizersnede mijn jongens uit mijn buik te halen. Drie keer greep de angst me bij de keel. Gelukkig deden ze altijd eerst een hartmonitor. Zo werd drie keer alles afgeblazen, omdat Viktor het zo ongelooflijk goed bleef doen. Ik liep over van trots en kreeg zelfvertrouwen. Ik dacht weer ‘let’s do this!’. Ik had namelijk echt mooie kansen om voorbij die 32 weken te raken.  26 Weken, 27 weken, het waren grote mijlpalen die ons boontje behaalde! Ik telde af. De eerstvolgende belangrijke grens was 28 weken om vervolgens af te tellen naar die magische 32 weken. Ik was echt zo naïef dat ik dacht die te halen.

Met 27w+3 zei ik tegen mijn man dat hij niet elke dag hoefde te komen. Het was meer dan een uur rijden. Hij kon gerust weer gaan werken. Zijn zinnen even verzetten. Ik redde me wel. Ik was tenslotte op ‘the place to be’. Met 27 weken en 4 dagen, bij het toiletbezoek om 7 uur die ochtend zag ik dat het vruchtwater dat ik verloor een roze kleur had. Toch ging er geen belletje rinkelen. Iets later kreeg ik buikpijn. “Vast van het ontbijt”, dacht ik. De buikpijn werd erger en trok door naar mijn rug. Ik drukte op het belletje, niet omdat ik me zorgen maakte. Nee, om een warmtekruik te vragen tegen de pijn. Ik belde ondertussen met mijn mama. Zij heeft veel ervaring – 7 kinderen- en wist meteen hoe laat het was. “Je gaat bevallen”, zei ze nog. Ik geloofde dat niet. Haar woorden bleven toch hangen. Ik drukte weer op het belletje en vertelde aan de verloskundige wat er allemaal gaande was. Ondertussen was het half 11. Ze vroeg of de pijn regelmatig kwam. Aangezien ik het nog niet had bijgehouden, was dat het eerste dat ik nu moest doen. Tegen 11 uur kon ik zeggen dat het om de 4 minuten was. Ze voelde en koppelde me terug aan de monitor. Iets later kwamen er meerdere verloskundigen de kamer binnen. Toen drong het pas tot me door. “Ga ik bevallen?! Wacht nee, ik ben nog niet bij die 28 weken!”, schoot er door me heen. Mijn man was zijn eerste dag weer aan het werk en ik kon hem al bellen dat ik ging bevallen. Zoiets kon echt alleen ons overkomen…

Prof. Lewi kwam binnen. Ze zei dat alles ook alsnog kon stilvallen. Ik werd naar de high risk verloskamer gebracht. Geen luxe kamer met een bad en dergelijke, nee een bed in het midden van de kamer met daarnaast een monitor en een echo apparaat. Ik kreeg te horen dat ik alleen van mijn bed af kon om naar het toilet te gaan. Ik zou de hele tijd aan de monitor moeten liggen. Geen rondjes wandelen, niet wiegen met de heupen, niet huppelen op de bal. Het maakte me ook allemaal niets uit, zolang Jordy maar op tijd was. Ze konden niet voelen naar de ontsluiting. Dat bracht een te groot risico met zich mee. Stel dat alles stil zou vallen, dan hebben zij daardoor bacteriën naar binnen gebracht en dat kon echt heel gevaarlijk zijn.

Rond 17 uur kwamen de weeën om de 2 minuten. Jordy was ondertussen aangekomen. Stilletjes aan ging ik in een soort trance. Ik wist dat er veel fout kon lopen en daardoor was ik enorm gefocust. Jordy vroeg wat hij kon doen. Ik vroeg hem om zichzelf bezig te houden. “Laat me maar gewoon gaan. Ik luister naar mijn lichaam, dan komt het wel goed”, zei ik zelfverzekerd. Tussendoor kwamen de verloskundigen af en toe kijken of ze op de echo konden zien hoeveel ontsluiting ik had. Natuurlijk dacht Viktor daar anders over en zorgde hij dat het heel onduidelijk was. Om 20 uur kwam Prof. Lewi zeggen dat ze even naar huis ging. Ze voegde daaraan toe dat ze echt het gevoel had dat het niet meer zou stilvallen en dat Viktor er voor de nacht zou zijn. Rond middernacht konden ze nog steeds maar 2 centimeter ontsluiting meten met de echo, maar ik had wel al een hele tijd elke minuut weeën. Ik vond de pijn best meevallen. Schiet me niet dood mama’s, maar ik kon ze echt heel goed wegpuffen. Ondanks dat ik geen enkele les had gevolgd tijdens de zwangerschap, deed mijn lichaam wat het moest doen.

Op een gegeven moment was de piek van de ene wee nog maar net voorbij, terwijl de volgende piek zich alweer aandiende. Mijn man was bang, ik heb namelijk epilepsie. Hij stelde voor om een epidurale te nemen voor de veiligheid. Daar moest ik niets van weten. Ik was bang voor naalden. Ik zat nog steeds helemaal in mijn trance. Zolang Viktor zijn hartslag goed bleef, zou ik natuurlijk mogen bevallen. Dat was enorm belangrijk, niet enkel voor mij. Een extreem prematuur die natuurlijk geboren wordt heeft betere overlevingskansen. Ze maken een betere start. Tijdens de vaginale geboorte maken ze adrenaline aan en dat hebben ze echt nodig.

Rond 3 uur kwam het team binnen. Ze hadden op de monitor gezien dat de weeën zo razendsnel na elkaar kwamen, dat ze besloten het risico te nemen. Ze voelden en ik bleek al volledige ontsluiting te hebben. Meteen werden de voetsteunen op het bed geklikt. Het moment was daar! Op 13 februari 2019, 27+5 weken zwanger. Na enkele keren persen werden we om 3u25 ouders van Viktor. Hij huilde meteen heel luid en schopte goed. Ze legden hem in een plastic zak heel kort op me, feliciteerden me en namen hem weer mee. Jordy kon meegaan. Ik wilde weten hoe het met hem was. Ging het goed? Hoeveel woog hij? Ging hij het halen? Leefde hij nog? Ik dacht dat ik nu zou wachtten op Jordy, maar niets was minder waar, ik moest alweer persen. Om 3u30 werd broertje Arthur geboren. Ditmaal bleef het oorverdovend stil in de kamer. Ik kreeg een compliment: ‘Dit is één van de stilste bevallingen geweest die ik heb gedaan’, zeiden ze. Eigenlijk wilde ik gewoon proficiat horen, want ja ook al was het stil, ik werd ook mama van Arthur die nacht. Arthur werd in een kom gelegd en mij werd afgeraden om hem te zien. “Jouw kindje heeft heel lang vochtig gelegen. Hij is erg misvormd en lijkt niet meer op een baby. Als het mijn kind was, zou ik hem niet zo willen zien”. Dat waren de woorden van de verloskundige.

SABRINA

Plaats een reactie