Ik had een zeldzame bijwerking van de IVF-medicatie

| | ,

Ik had al twee grote gezonde kinderen gekregen. Beide zwangerschappen en bevallingen verliepen goed. Alleen bij de oudste kreeg ik in de laatste week zwangerschapsvergiftiging. De bevalling ging zeer snel, binnen een paar uur en twee keer persen was hij er. Mijn tweede bevalling was helemaal een eitje. Ik kwam op controle met 38+1 en had al 5 centimeter ontsluiting. Mijn vliezen werden gebroken en anderhalf uur en twee persen later, was mijn dochter geboren. Dat kon ik blijkbaar goed: zwangerschappen en bevallingen. Nou, de derde keer was wèl even anders.

Kinderwens

We stonden op de wachtlijst van het ziekenhuis waar IVF mogelijk was. We woonden in Amsterdam, maar we kozen toch voor Leiden. Een grotere slagingskans en een kortere wachtlijst gaf bij ons de doorslag. Wel vertelde de huisarts dat wij rekening moesten houden met een maanden lang voortraject en daarna een lang lopend traject. Het zou ongeveer twee jaar duren voor we zwanger zouden zijn. Áls we al zwanger zouden worden natuurlijk. Zij drukte ons op het hart dat het geen garantie bood op nog een kindje. “Maar gelukkig heb je er al twee”, voegde ze er aan toe. “Ja, zo werkt dat niet”, dacht ik.

De opstart van IVF

Een week later, eind oktober, konden wij al terecht in Leiden. Mijn menstruatie zou rond 6 november starten en dat was ook onze start van het traject. Nog geen twee weken nadat wij bij de huisarts zaten, kwam ik al voor de eerste echo’s en bloedonderzoeken. Het werd snel duidelijk dat ik een grote voorraad eicellen had en wij een ‘mild schema’ moesten gaan prikken. Dat betekende minder medicatie en hopen op een goed resultaat. Begin december kon ik beginnen met injecteren. Doodeng vond ik dat. In mijn buik was een no-go voor mij. Ik had geen vetrandje waar ik in kon prikken, dus wilde ik liever in mijn bovenbeen prikken. Mijn man prikte als eerst, met de prikzuster. Ik wilde niet. Het ging ook zó snel allemaal. We hadden pas anderhalve maand geleden besloten dit traject in te gaan met de gedachten dat het maanden of wel jaren zou duren. Nu moest ik mezelf dagelijks twee keer prikken met een naald! Mijn man deed het fantastisch met zijn trillende en zwetende handjes. Hij vroeg of het ging en haalde de oefenprik uit mijn been. Alles ging goed, zeker toen hij beloofde dit elke dag voor mij te doen. In de praktijk ging dat anders. Wij aten namelijk met de kinderen, inmiddels 10 en 8 jaar oud, bij mijn ouders, toen wij de allereerste prikken moesten zetten. Ik maakte stoer zelf het ampul klaar en injecteerde ook zelf, want anders zou ik mijn kinderen leren dat zoiets eng was. Ik moest een goed voorbeeld zijn. Mijn moeder haalde haar schouders op. “Valt allemaal wel mee”, zei ze nog. En inderdaad, het ging prima.

Vindt er bevruchting plaats?

Na meer dan een week prikken werd de punctie gepland, want op dag 5 zagen ze al meer dan 50 eicellen, waarvan zeker de helft al zo goed als rijp was. Ik was toen al zo klaar met de injecties, dat ik die punctie wel zag zitten. Toen nog wel. Ik stond hier pas aan het begin van het traject. Ik kon niet meer rechtop staan, niet meer dan 5 meter zelfstandig lopen of op een stoel zitten. Ik douchte als mijn man ‘s avonds thuis kwam, zittend op een emmer in de badkamer. Hij hielp mij van douche naar toilet om af te drogen. Ik voelde mij als een kangoeroe met in haar buidel wel 100 baby’s. Ik had écht heel veel pijn. De dokter constateerde dan ook een overstimulatie. De punctie moest snel volgen. Twee hormooninjecties op een gezette tijd midden in de nacht in mijn been, was het startschot van de punctie, 36 uur later. De punctie kan ik niet eens beschrijven. Ongeveer 35 rijpe eicellen waren er aangeprikt en het deed zeer. Echt heel veel pijn. Het heeft maar 5 a 10 minuten geduurd. Ik was blij dat ik terug in bed lag en dat er een groot aantal eicellen geoogst was. Ja, 35 was veel, maar er kwam daarna een afvalrace. De volgende dag hadden wij 19 bevruchtingen en 11 goede embryo’s. De dokter belde na twee dagen over mijn buikpijn en hoe het ging. Ik kon de dag na de punctie weer lopen en fietsen. Ik voelde mij zo veel beter! Tot dag 4…

Mijn man belde 112

Ik voelde mij niet zo goed toen ik uit bed stapte en naar het toilet ging. Ik ging snel weer terug het bed in. Een half uur later werd ik weer wakker van een zeer scherpe pijn rechts in mijn hoofd. Ik probeerde op mijn telefoon te kijken hoe laat het was, maar ik zag niet goed meer. Alsof de helft van het beeld niet bestond. Dit klopte niet. De pijn in mijn hoofd was onhoudbaar. In paniek ben ik uit bed gestapt richting de woonkamer. Daar kon ik niet de namen van onze goudvissen herinneren. Ook niet de namen van mijn kinderen. Ik wíst dat het fout zat, maar ik wist de oplossing ook niet meer. Gelukkig opende mijn telefoon door gezichtsherkenning en heb ik op de gok de laatst gebelde persoon teruggebeld. Mijn man nam op. Ik herkende zijn stem, maar ook zijn naam wist ik niet meer. Ik kon alleen zeggen: “Gaat niet goed. Sorry”. Hij handelde snel, zorgde voor vervanging van zijn klas en stapte vlug op zijn fiets naar huis. Onderweg belde hij 112. Mijn man kwam tegelijk binnen met twee ambulancebroeders. Eén man deed wat testjes en snel daarna hoorde ik hem tegen zijn collega zeggen dat we met spoed moesten gaan. Ook hoorde ik het woord hersenbloeding. Links en rechts kreeg ik een infuus en kort hierna werd ik met gillende sirenes vervoerd naar het VUMC.

Op de spoedafdeling in het ziekenhuis

Daar aangekomen zag ik zeker 8 mensen mij opwachten en werd ik onderzocht door drie mensen tegelijk. Ook een arts stelde vragen. Of ik wist hoe ‘dit’ heette. Zij liet haar pink zien. Ik wist wel wat het was, maar ik kon het woord niet vinden. Ik barstte in huilen uit. Ik zag de helft van alles, ik voelde inmiddels mijn rechterkant van mijn gezicht en tong niet meer en ik wist niet eens hoe mijn eigen man, die in de deuropening hulpeloos met tranen in zijn ogen stond toe te kijken, heette. Er stond een verpleegkundige bij mijn hoofdeind en ik werd onderzocht door minstens twee artsen. De verpleegkundige gaf mij een beetje afleiding door tegen mij te kletsen. Zacht huilend vroeg ik haar wat de naam van mijn man was. Ook de namen van mijn kinderen wilde ik weten. Ik vroeg: “Zal ik nooit meer weten wat een ‘ding van een hand’ is?” En opeens kwam ik op het woord ‘pink’! Na een CTG werd ik naar een andere kamer gebracht. Daar vertelde een dokterteam wat ze hadden gedaan en wat we nog gingen doen. De eileider met de meeste overstimulatie, konden ze waarschijnlijk niet redden. Ik hoorde het woord bloedverdunner. Ze gaven aan dat er contact was geweest met het IVF-team Leiden en dat ze alles in de vriezer bewaard hebben. Er zat iets in mijn hersen en ze wisten niet hoe het er verder uit zou zien.

Een paar uur later knapte ik een beetje op. Ik wist weer hoe mijn man heette en kon ik rechtop zitten. Het ziekenhuis in Leiden was zo geschrokken. Een hersenbloeding is namelijk een zeldzame bijwerking van de medicatie. Om deze reden hadden ze ervoor gekozen om de slechtere embryo’s weg te doen en te redden wat er te redden viel met invriezen. Ik hield en een maand rust en mocht daarna in mijn eigen cyclus de embryo terug laten plaatsen. Bij een positieve ovulatietest moest ik het ziekenhuis bellen. Zij gaven mij dan een datum en tijd voor het terugplaatsen van een ontdooide embryo.

De zwangerschapstest

Gister was de test ‘omo wit’ zoals de dames in alle fora het noemen. Negatief. De volgende ochtend (zes dagen na de terugplaatsing) stapte ik uit bed en plaste ik met mijn eerste urine over de tweede zwangerschapstest. Ik legde de test op de wastafel en stapte terug in bed. Mijn man ging een uur later douchen en vlak voor hij vertrok, vroeg ik hem de test in de woonkamer bij het raam te leggen. Rond 9 uur kwam ik uit bed. Ik liep slaapdronken naar het koffiezetapparaat en pakte onderweg de test mee. Twee roze strepen. Heel licht, maar roze. Ik was zwanger. Snel appte ik een foto met de tekst “Ik denk dat wij zwanger zijn!”, naar mijn man. Een week later mocht ik in Leiden bloed laten prikken voor een HCG-onderzoek. Hierna reed ik door naar een vriendin. Daar op de wc ontdekte ik bloed. Niet veel, maar wel een beetje. Mijn telefoon rinkelde, ik nam op en een verpleegkundige feliciteerde mij. Ik vertelde van het bloed, maar moest het afwachten van haar.

Veel bloedverlies

Anderhalve week later kregen wij pas een echo. Ik bloedde de gehele tussentijd. Met vlagen veel en grote stolsels en met vlagen oud bruin bloed. Toch bleek ik bijna 7 weken zwanger. Ze zagen twee vruchtjes, waarvan één groot, sterk en met een hartje. Het andere vruchtje brak af. Met 9 weken kreeg ik een bloeding zonder duidelijke oorzaak. Met 11, 14 en 17 ook. Met 18 weken kregen we de 20 weken echo, vanwege ál dat bloed. De echo was goed, maar het kindje klein. Met 21 weken planden ze extra echo in het ziekenhuis. Wederom bleek ons ventje te klein. Ik bloedde tijdens de echo, daarom besloot de arts mij over te nemen van de verloskundige. Rond 24 weken kreeg ik veel bloed verlies en harde buiken. De echo was was toen ook niet helemaal goed. We moesten rekening houden met een baby die vroeg zou komen. Het bloedverlies hield aan.

Met bijna 31 weken hadden wij een feestje in AviFauna van mijn schoonvader. Ik zat in een rolstoel. Maar ik was eindelijk weer buiten. Na een paar uur kwamen wij bij een vogelshow waar ik plaats nam op de tribune. Ik zat naast mijn dochter en schoonzusje. Tijdens de show voel ik wat nattigs tussen mijn benen. Ik dacht dat het urine was en ik vroeg mijn kinderen om mij naar het toilet te rijden. Mijn zoon moest ook en ik vroeg hem op mij te wachten in de hal zodra hij klaar was. Op het toilet deed ik mijn broek omlaag, plaatste mijn billen op het toilet en voelde een grote golf aan vloeistof de pot in gaan. Toen ik op de grond keek, zag ik bloed. Net als in mijn ondergoed. Ook zag ik veel bloed in de pot, op de bril en op mijn kleding. Ik belde snel mijn man terwijl ik mijn broek ophees. Hij stond binnen no-time bij het toilet en nam mij en onze zoon (die netjes stond te wachten) mee naar buiten. hij reed met de rolstoel naar de uitgang waar wij 112 belden.

Er was veel hulp onderweg: twee ambulances, politie en een trauma helikopter. Ik zuchtte de eerste weeën weg en jammerde dat ik mijn baby niet had voelen bewegen. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan, dat ik dat niet eerder door heb gehad. De ambulancebroeders deden mijn kleding uit. Ik kreeg een infuus met medicatie en één van de broeders timede de weeën. Ik schaamde mij voor het bloed, wat hij steeds onder mijn billen weghaalde. Hij keek er niet eens naar, verschoonde mij en vroeg of ik mijn baby al gevoeld had. Snel kwamen de artsen van de traumaheli in de ambulance. Ik had geen ontsluiting, dus ik hoefde niet direct met hun mee. Ik moest wel heel snel naar een ziekenhuis. Wij reden met hevige spoed naar het VUMC. Daar stond een team ons op te wachten. De weeën kwamen inmiddels om de twee minuten. Het erge bloeden was gelukkig gestopt. De ambulancebroeder bleef bij ons tot de echo liet zien dat ons zoontje nog leefde en in goede conditie verkeerde. Mijn ontsluiting vorderde niet verder dan 1 centimeter. De weeën zwakten in de nacht af. Nadat ik een nachtje ben gebleven, was ik met 32 weken weer gewoon thuis.

Die week erop leek alles plotseling in orde. Heel gek, want de gehele zwangerschap was het spannend met bloedverlies. De artsen voorspelden dat ons kindje te vroeg zou komen, dat hij te klein bleef en alles wees erop dat ik de 32 weken niet zou halen. En nu was de echo goed. Ik hoefde van de artsen niet meer te rusten. Sterker nog: ik mocht met 37 weken weer naar mijn verloskundige terug en thuis bevallen! Met 36 weken stond de laatste groei echo. Het was een klein kereltje. Daarbij merkte de arts op dat ik veel vruchtwater had. Met 38 weken vroeg de arts weer bij een controle hoe het was. Ik was er klaar mee. Mijn beste vriendin zat naast mij toen er een traan over mijn wang gleed. “En ik heb zo’n rugpijn”, zei ik. Dat wist de arts niet. Ze zou even met de echo kijken, inwendig voelen en dan zouden wij een plan maken. De baby zat nog prima! Bij het inwendige onderzoek voelde ze een zo goed als verstreken baarmoederhals en anderhalf centimeter ontsluiting. Ik mocht naar het beval paviljoen om te bekijken hoe nu verder. Boven aangekomen voelde ik weer een hoop nattigheid langs mijn been. De assistente aan de balie belde een verpleegkundige die mij snel ophaalde. Het was geen vocht, maar weer een hoop bloed langs mijn been.

De bevalling

Vanaf toen gaat het snel. De verloskundige voelde 4 centimeter ontsluiting en bood aan de vliezen te breken. Ik stemde in en voor ik het wist, gutste het water weg. Er was een open verbinding tussen de wereld en mijn zoon. De verloskundige stelde voor een electrode op de baby’s hoofd te plakken, zodat ik in bad kon. Zij voelde echter niet alleen 8 a 9 centimeter ontsluiting, maar ook zijn hand en pols. Een half uur later zat ik op bijna volledige ontsluiting, maar had ons kind zijn arm en handje voor zijn hoofd. Inmiddels stonden er twee verloskundigen om mij heen. Ze probeerden het armpje van onze zoon terug te duwen. Ik hoorde mensen de woorden ‘keizersnede’, ‘het gaat te snel’ en ‘volledige ontsluiting’ noemen. Ik was pas een klein uurtje bezig. Ik had nog niet eens zoveel pijn en ik wilde gaan persen. Dat mocht niet, want ons kind lag echt verkeerd. Hoe kan een bevalling zo makkelijk gaan en toch eindigen met een keizersnede? 

Ik wilde navelstrengbloed doneren. Ik vond en vind dit waanzinnig belangrijk! De stamcellen zijn heel erg nodig en worden anders zomaar weggegooid. Gelukkig namen zij mijn wens hoog op en wilden ze er ondanks de operatie alles aan doen om het bloed te doneren. Ik lag heel snel op de OK. Ik zag door een schermpje mijn zoontje geboren worden. Pijnloos, zonder er voor te werken, kwam hij gezond op de wereld. De navelstreng zat strak en veel om zijn nek, dus achteraf was niet alleen dat armpje een gevaar. Hij had door beiden kunnen stikken. Gelukkig was hij gezond bij ons! Wat een geluk! Èn ik heb het bloed gedoneerd. Mocht je dit lezen, ook dat redt levens!

JANE DOE

Plaats een reactie