Mijn dochter op de grond bij de bakker, geen peuter met een driftbui, maar een puber met hersenschade

| | ,

Een moment uit mijn leven. De dag van gister. Daar lig je, mijn lieve dochter, op de grond bij de bakker. Terwijl een lichtbruin brood wordt gesneden, voel ik dat ik even naar je moet kijken naast mij. Altijd. Altijd voel ik het. En tegenwoordig niet alleen ik. Ik zie je ogen stilstaan. Ik voel het. Ik voel dat je stilstaat. Even twijfel ik. Ik herinner me dat ik net thuis al een flits had opgevangen van deze aanval. Tegenwoordig voelt het alsof ik het altijd al eerder van je doorkrijg. Ik pak je vast en voel je mooie zacht roze bontjas in mijn handen. “Ik vang je op lieverd. Ik ben er voor je lieverd. Je bent veilig lieverd”, ik hoor mijn eigen stem door de bakker gaan. “Niet schrikken. Mijn dochter heeft een aanval” Hoe doe ik het toch steeds: Altijd nog bezig zijn met de omgeving?! Ik leg je neer en schrik. Ik bedenk me dat je kauwgom in je mond hebt. Ik hou niet van kauwgom. Ik leg je in de stabiele zijligging, stilletjes hopend dat de aanval “zacht” voorbij gaat. Dankbaar dat de drukte net weg is bij de bakker. Het duurt even, maar het lijkt altijd een hele tijd. Alsof de tijd stil staat. Ik heb mezelf aangeleerd om door te blijven ademen. Ik groeide in de loop van de jaren. Allerlei emoties stromen door mij heen. Angst overheerst merk ik. “In welke staat kom je zo weer bij?”, vraag ik me midden op de grond bij de bakker af. Ik weet hoe vreselijk boos je kunt zijn na een aanval, zeker hier zo op de grond. Mijn angst voel ik meteen geprojecteerd in de “toekomst”. Mijn gedachten zijn al bij straks. Ik zie het alweer voor me dat je heel boos op mij reageert, zoals je meestal doet na een aanval. Terwijl ik dat denk, voel ik mijn schuldgevoel alleen maar groter worden. “Nee Heidi, naar het hier en nu”, spreek ik mezelf toe. Ik kijk je aan. Zie je daar mooi liggen. Ja, wat bent je mooi lieverd. Wat ben je een prachtige dame daar in je roze bontjas. Wat ben ik trots op je. Ik voel hoe ik ons met nog meer liefde omring daar op de grond bij de bakker.

Je komt bij. Eerst wat afwezig en verward en daarna die bekende boze blik naar mij. Je vloekt en ik heb het gedaan. Au, het doet pijn. Het doet al 13 jaar pijn. Rauwe en pure pijn. Steeds weer als je je onmacht op mij afreageert. De onmacht die woorden krijgt. Langzaamaan kom ik ook weer bij. Daar op de grond bij de bakker. Ik ben me bewust van al die mensen om me heen. Ik hoor een liefdevolle vraag. Of ik hulp nodig heb. “Dankjewel”, denk ik. “Dankjewel dat je op liefdevolle afstand meekeek en Jilke in de gaten hield, toen ze verward wegliep en ik snel het brood betaalde.” Het voelt fijn dat zoveel winkeliers in Enkhuizen weten wat speelt met dat mooie meisje in haar zachte roze bontjas. Maar pijn doet het, ook al houd ik me in de winkels steeds groot. Voor jou is het allemaal al verwarrend genoeg. We lopen naar buiten. “Papa zal zo wel komen. Hij is nietsvermoedend bij de groenteboer.”, denk ik. Dit verhaal had dus net zo goed over de groenteboer kunnen gaan samen met papa. We gingen vandaag de stad in om voor jou een bloem te kopen. Jouw eigen bloem. Papa zou gezellig mee. Het zou ons uitje met ons drieën zijn. Het liep anders. Ons leven is anders. Dat is een feit. Je gaat nog even door met schelden op mij. Luid en duidelijk en met ferme passen loop je van mij vandaan, nog vol verwarring in je ogen. Een mooi lief meisje in een zachte roze bontjas, die haar moeder in de drukke winkelstraat uitscheldt. Die mensen gewoon omverloopt, fel en kordaat. Ik zie de blikken. Ik voel de blikken. Ik voel al die oordelen.

Aan de overkant is de bloemenwinkel. Stilletjes hoop ik dat het je wat afleidt. Nee, helder. Je blijf boos en tieren.We gaan naar buiten, naar een bankje. Ik hou van dat bankje. We gaan erop zitten en je scheldt door op mij. Ik ontwijk je blik en praat niet. Alles is alleen maar een extra prikkel. Ik app papa, zodat hij straks weet wat er is gebeurd. Terwijl ik op verzenden druk, komt hij ons tegemoet lopen. Ik geef hem een blik dat hij even op zijn telefoon moet kijken. Die blik zegt genoeg. Hij weet genoeg. Ik kan nu wat meer ontspannen. Ik hoef het even niet meer alleen te doen. Ik kan mijn emoties de ruimte geven. We lopen samen verder. Papa en ik in een hele alerte stand. Klaar om dat lieve meisje in die mooie roze bontjas op te vangen als het nodig is. Op gepaste afstand in vertrouwen. Later wil je toch nog naar de bloemenwinkel en laat je mij de bloem voor je kiezen. Ik kan wel huilen om de onmacht in jouw hele systeem. Pure en rauwe onmacht dat ons allen raakt. Het hele gezin. De bloemenverkoopster is één en al liefde en als ze me de bloem geeft, geeft ze me een liefdevolle blik: “Respect hoe je hier steeds weer mee omgaat.” Weer die hersenletsel. Een hersenaandoening kan boos gedrag veroorzaken waar de persoon zelf op dat moment geen controle over heeft en thuis nog met enorm veel schuldgevoelens zitten. Maak ruimte voor die persoon. Iedere aanraking, iedere blik, ieder woord is een extra prikkel die niet verwerkt kan worden. Wees een liefdevolle aanwezigheid en de rust voor de mensen die bij die persoon zijn. Het is een kwestie van tijd en ruimte geven op wat geleefd wil worden. Alles heeft tijd, ruimte en liefdevolle zachtheid nodig.

HEIDI

Plaats een reactie