Met 28 weken ben ik bevallen van een prematuur op een vakantie-eiland en we konden dus niet naar huis…

| , ,

Een positieve test. Hetgeen waar het allemaal mee begint. Een zwangerschap is niet iets vanzelfsprekends, dat weten we. En dus zijn we nu al zo blij, maar er is ook direct spanning. We maken een afspraak bij de verloskundige en een aantal dagen later zien we een hartje kloppen. Ik was intens gelukkig.

Een extra echo

Een aantal weken later kom ik terug bij de verloskundige. Het wordt nu al een echt mensje om te zien. Alles zit erop en eraan. Zo gaan de zwangerschapsweken langzaam voorbij. Ik word boller en ik ben op een gegeven moment op zo’n heerlijk punt dat mensen echt zien dat ik zwanger ben. Ik geniet en voel me goed. Dan komt de 20-wekenecho. De verloskundige stuurt ons door naar het ziekenhuis, want er mist een ader in de navelstreng. Niks om me druk om te maken, maar zeker iets om even extra te laten checken. En dat doen we, vol spanning gaan we richting het ziekenhuis in Delft. Een echo van dik een uur gaat voorbij en we krijgen de verlossende woorden: “Jullie kindje ziet er perfect uit. Alles zit erop en eraan en er is niks om jullie druk om te maken.” Wat een opluchting.

Op babymoon

De weken vliegen ineens voorbij en we besluiten nog even een weekje samen weg te gaan voor ik echt begin te waggelen. Ik voel me nog goed en fit. Uiteraard checken we bij de verloskundige hoe het met de baby gaat en vragen we om toestemming om te vliegen. Dit is geen probleem en dus gaan we met 28 weken zwangerschap op babymoon. Een verschrikkelijk woord als ik er nu over nadenk.

We komen aan op Tenerife

Na een goede vlucht van vier uurtjes, met een stuk of 10 sanitaire stops, komen we aan op Tenerife. Direct voelt dit zo fijn. Hier zijn we echt aan toe. De busrit gaat ook prima en een eenmaal aangekomen in het hotel besluiten we direct even wat te eten. Daarna verkennen we het hotel en dan gaan we richting onze kamer, want het hakt er wel een in zo’n reis. Op de kamer toasten we op de vakantie. Na een uurtje hou ik het voor gezien en ga ik naar bed. Ik heb buikpijn, maar denk dat het gewoon tijd is dat ik ga slapen. Na een helse nacht starten we langzaam op, vragen we om een zachte topper voor het matras en wandelen we een stukje. Tenerife is nu al zo mooi. We spreken letterlijk uit dat we niet kunnen wachten tot onze baby er is.

Hoort dit wel zo?!

Als we op de loungebanken gaan zitten, weet ik me geen houding te geven. Zitten, liggen, benen op tafel, een stukje lopen, uiteindelijk vind ik een onderuitgezakte positie die ik wel even vol kan houden. “Zó de vakantie kan beginnen hoor!”, denk ik. Na een uurtje chillen besluiten we weer terug te lopen en even een nieuwe zonnebrand te halen. Na ten minuten wandelen zeg ik gekscherend tegen mijn vriend: “Ik weet niet of indalen zo voelt, maar ik heb het idee dat de baby bijna tussen mijn benen hangt.” Wat een gek gevoel. Ik dwaal af: “Het zou toch niet? Nee, ik ben nog niet eens 29 weken zwanger. Dit kan niet hoor. Nou, toch maar even checken dan?” We besluiten de verloskundige in het hotel te bellen. Zij wil dat ik toch even een dokter op zoek, want aangezien de buikpijn ook elke keer terug komt, klinkt het toch wel verdacht veel als weeën.

Bij de receptie vragen we de weg naar de dichtsbijzijnde dokter en vragen meteen even een zachter matras voor de komende nachten. Niet wetende dat we niet meer terug zullen komen. Bij de dokterspost gieren de zenuwen door ons lijf. Na ruim drie uur wachten op een houten bankje, mogen we meekomen. De arts checkt alles en komt tot de conclusie dat mijn weeën inderdaad zijn begonnen. Ik krijg een waslijst aan vragen en dan word ik meegenomen. Alleen ik. In een klein kamertje met een puffende buurvrouw achter het gordijntje naast me, krijg ik een jurk aan, worden mijn kleren uitgetrokken en krijg ik een infuus en een spuit recht in mijn bil. Ik stribbel wat tegen, want ik wil direct dat mijn vriend komt én ik wil weten wat ze doen. Ik krijg een duidelijk, maar kort antwoord: “We gaan eerst handelen en dan leggen we uit.” Ik weiger en zeg dat het zo niet werkt. Ik wil weten wat ze met mijn lichaam doen en wat ze inspuiten. Natuurlijk vertrouw ik op hun kunde, maar een beetje uitleg zou fijn zijn. Daar hebben ze dus echt geen boodschap aan. De volgende spuit wordt ingebracht en aan mijn infuus worden een aantal zakjes gehangen. Na -wat voor mij een eeuwigheid lijkt – krijg ik de uitleg dat ik een trombosespuit heb gekregen, longrijpers en in mijn infuus gaan weeënremmers. Na veel smeken of mijn man alstublieft geroepen kan worden, komt hij binnen. En eerlijk is eerlijk, ook hij kan wel een infuusje gebruiken. Ik word overgetild op een ander bed . We moeten naar de andere kant van het eiland, want daar is een universitair ziekenhuis. De arts vraagt aan mijn vriend of hij een beetje bekend is met het bussennet op het eiland, want hij mag niet mee. “Nou, daar denken wij toch anders over meneer”, denk ik. Na een gesprekje kunnen we gelukkig samen in de ambulance. Een rit van een uurtje. Enigszins gespannen rijden ze me de ambulance in.

De weeën zijn begonnen

Aangekomen bij het ziekenhuis worden vriendlief en ik weer gescheiden. Wat een drama. Ik ga weer in een ander bed, krijg 300 vragen, waarvan 250 in het Spaans want Engels spreken ze minimaal. Ik begrijp hun niet. Zij begrijpen mij niet. Ik word er moedeloos van. Ook de onderzoeken moet ik alleen ondergaan. Na dik een uur zie ik mijn partner weer. De spanning is van onze bleke gezichten af te lezen, dat weet ik zeker. De arts vertelt dat de baby er goed voor ligt, de weeën inderdaad begonnen zijn, maar er geen ontsluiting is. Dat laatste is goed nieuws. Nu is het wachten hoe mijn lichaam reageert op de remmers. We krijgen een kamer met twee lege bedden… heel fijn, geen andere mensen om ons heen. Even landen en even bespreken wat er nou eigenlijk allemaal gebeurt.

Mijn vriend laat me geen seconde alleen

Nog geen uur later krijgen we een kamergenoot. Deze dame zit al midden in haar pufsessie. Een aantal uurtjes later hebben we er nog een mini kamergenoot bij. Alles gaat goed met ze, fijn. De volgende ochtend zijn we weer met zijn tweeën. Helaas is het in Spanje helemaal niet zo vanzelfsprekend dat de man overal bij is en dus is er voor hem niets geregeld. Hij laat me geen seconde meer alleen en slaapt op een stoel naast me. Gelukkig is er een lieve zuster die echt geen één woord Engels spreekt, maar wel fijn een extra kussen en een dekentje brengt.

Dagen later

De uren vliegen voorbij en worden dagen. In deze dagen krijgen we nieuwe kamergenoten en gaan deze ook allemaal weer met baby naar huis. We besluiten nog niemand thuis in te lichten, want de medicatie slaat heel goed aan en we voeren alweer gesprekken over naar huis gaan. Waarom zouden we iedereen bezorgd maken als ze toch op deze afstand niks kunnen doen? Elke dag zijn er onderzoeken. Er wordt gekeken hoe het met de kleine en met mij gaat.

Een aantal dagen later komt de dag dat de weeënremmers stopgezet mogen worden. We gaan kijken of mijn lichaam de bevalling zelf kan stopzetten. Ik voel me goed, met de baby gaat het prima en dus zijn we vol hoop. Als de weeën 24 uur weg blijven, mogen we richting hotel. Als ze het weekend ook wegblijven, dan mogen we zelfs naar huis. Om 16.00 uur gaat alle medicatie op stop.

Minuten gaan voorbij. Ik voel me heel goed en ik heb nergens last van. Ik voel me steeds meer mezelf worden en kan niet wachten om op de vlucht van maandag te stappen. Rond 21.30 denk ik even dat ik iets voel, maar het trekt gelukkig weer weg. Rond 22.00 uur heb ik toch het idee dat ik weer wat voel, wel heel mild, maar toch roep ik iemand erbij. De weeën blijken terug. Wat een shock. “En nu?”, denk ik wanhopig. Ik krijg weer weeënremmers. Dit keer besluiten we direct om toch iemand in te lichten. Het is ondertussen laat in de avond, maar we bellen mijn schoonouders alvast, zij zijn vaak nog laat op. Mijn ouders zullen we de volgende ochtend bellen. De weeën trekken weer weg. We hakken de knoop door wat namen betreft. Voor een meisje zijn we er snel uit, maar voor een jongen, wat moeilijk. Mijn naam vindt mijn vriend geen bal aan. Zijn naam wil ik onze jongen echt niet aandoen. En zo komen we dus niet veel verder. Met een namenapp komt er één match tussen mij en mijn vriend. “Doen?”, vraagt mijn vriend. “Ja doen, het is een super toffe naam. Dat moet hem worden.”, antwoord ik.

Paniek in mijn kamer

Dan is het 1 uur ‘s nachts. De weeën zijn ineens zo sterk. Mijn gevoel zegt me meteen: “Dit is het. Ik kan het niet langer rekken. De baby komt eraan!”. Ik maak mijn vriend wakker en druk op de noodknop. Een waas. “Wat gebeurt er nou toch allemaal met ons”, vraag ik me af. De kamer stroomt vol met artsen en zusters. Ik raak volledig in paniek. Ik voel me niet goed, krijg het bloedheet en begin spontaan te spugen. Ik word direct meegenomen naar de overkant. Ik word aan de monitor gekoppeld en ik krijg weer allemaal vragen. Mijn vriend mag wéér niet mee. Ik smeek dat hij er echt bij moet komen en dat hij absoluut bij me moet blijven. Ik weet gewoon niet wat me overkomt. Ik ben mijn nuchtere zelf volledig kwijt en heb op dit moment zoveel angst, dat ik tegelijkertijd verdoofd ben. Ik laat het gebeuren en smeek alleen maar: “Please where is my husband? I need my husband!” Na inwendig onderzoek, zegt de arts dat de baby deze nacht gaat komen. Ik heb 4 cm ontsluiting. Onze baby maakt het goed, maar moet er nu uit. Gelukkig mag mijn vriend weer bij me. Ik vertel hem dat het gaat gebeuren, dat ik het niet kan tegenhouden. Ik voel me zo schuldig. Ik kan de kleine niet langer een veilig huisje bieden. Maar ik voel ook een oerdrang om dit goed te doen. Al maak ik me erge zorgen om de bevalling. Mijn puf- en persles staat na deze vakantie. “Wat moet ik in hemelsnaam doen straks? Hoe zal ik die kleine er veilig uit krijgen?”, fluister ik.

We moeten met spoed naar de verloskamer: Nido 5. Daar staat de gynaecoloog klaar om de baby ter wereld te brengen. De gynaecoloog is een jonge meid. De kinderarts is ook aanwezig, hij is ook zo jong. Daarnaast staat er een team van medisch personeel en een verloskundige en nog wat verpleegsters. Ik heb het zo heet, dat ik allerlei natte doeken over me heen krijg. Ook op plekken waar ik die absoluut niet wil. Ik ben zo intens blij dat mijn vriend me kalm kan krijgen en dat hij bij me is. Samen gaan we dit aan.

De bevalling begint echt

De weeën worden sterker en sterker en ineens is daar een totale verlossing. Mijn vliezen zijn gebroken. Wat een genot. Ik voel me bevrijd. Ik voel me heerlijk. Tijd om mijn lakens te verschonen. Eerst op de ene zij en doorrollen naar de andere zij. De gynaecoloog geeft vervolgens aan dat ze een beetje moet meehelpen, want de vliezen zijn niet volledig gebroken. Een laatste stroom vruchtwater loopt eruit en ineens zijn de weeën weg. Wat een verademing. Wat een heerlijk gevoel. Ik maak zelfs nog een lolletje met mijn vriend tot ik ineens een tikje op mijn schouder krijg met de vraag: “Uhh, what are you doing. Is everything ok?” Ik vertel dat de weeën weg zijn en dat ik me prima voel. De gynaecoloog is het hier niet mee eens en geeft me een spuit. Voor ik kan vragen wat het is, komt er ineens een weeënstorm aan. Wee, na wee, na wee. Ik weet niet waar ik het zoeken moet. Mijn vriend biedt zijn hand aan, maar breek ik serieus door tweeën en dus kies ik voor de paaltjes naast het bed.

Ik mag persen

Mijn benen gaan de beugels in. De weeën worden alleen maar krachtiger en dan komen de verlossende woorden: “Persen maar”. Ik weet me geen houding te geven. Eén van de dames rondom mijn bed komt aan met een soort spatel. Mijn gedachtes gaan alle kanten op: “Wat is dat, wat is ze nou eigenlijk aan het doen? Knipt ze me nou in? Gaat de spatel nou naar binnen? Oh jee, pers ik nou wel aan de juiste kant of heb ik zojuist iets heel anders ter wereld gebracht? Potverdikke wat doet dit zeer. Ik heb geen idee wat ik moet doen. Doe ik het nou wel goed? Als de kleine het maar goed maakt. Wat een gelul dat je deze pijn zo weer vergeten bent, wie verzint dit nou toch?”

Daar is ons kleintje

Ik krijg te horen dat ik echt langer moet persen, anders gaat het niet lukken. Maar ik weet niet hoe. Ik kijk wanhopig mijn vriend aan. Hij stelt me gerust en zegt dat ik het goed doe. Er ook nog een perswee en dan ineens – het voelt echt als een floep – is ons kindje daar. De baby huilt en ziet mooi roze uit. Een traan glijdt over mijn wang. Ik ben nu al zo trots. “Es un ninõ!” We hebben een zoon. We kijken elkaar aan en het intense geluk is van onze gezichten af te lezen. Mats is geboren. Hij wordt direct meegenomen voor onderzoek. De eerste apgarscores zijn goed. Zo intens gelukkig. Meer dan een snelle blik op hem werpen tijdens de geboorte is het voor ons niet. Hij is al weg. Mijn vriend mag gelijk naar Mats toe en ik dut even weg. De verloskamer loopt langzaam leeg. Ik lig daar nog steeds met mijn benen in de beugels bij te komen. Ik shake van top tot teen en ik kan mijn lichaam niet onder controle krijgen. Een oudere dame, komt naar me toe en dekt me iets toe. Ik dut weer weg. En ineens, vanuit het niets voel ik ijs. Er stroomt echt ijskoud water over mijn onderste gedeelte heen. Ik schrik me een ongeluk en ik ben gelijk wakker. Eén van de dames hoor.ik nog zeggen: “Ohh uhh, just a little bit of cleaning”. Even serieus, doen ze dat in Nederland ook zo?

We bellen onze familie en vrienden

Vervolgens wordt de kamer schoongemaakt en voorbereid op de volgende bevalling. De verpleegkundige legt me op een normaal bed, stopt me weer netjes in, rijdt me naar een andere kamer, doet het licht uit en gaat weg. Daar lig ik dan, alleen, net moeder geworden van mijn eerste kindje. Ik heb maar een glimp van het mannetje opgevangen en toch al gezien dat hij perfect is. Mijn vriend komt terug samen met een dokter. Hij vertelt ons dat ik een aantal uur moet rusten en bijkomen voordat ik naar Mats toe mag. Mijn vriend zegt dat Mats zo mooi is, dat hij heel veel haartjes heeft en dat hij het goed doet. Ik glunder helemaal. “We moeten iedereen thuis inlichten”, bedenk ik me. Het is inmiddels rond half 7 in de ochtend en ik bel mijn ouders. De tranen lopen over mijn wangen. Mijn moeder huilt met me mee. Mijn broer en zus zijn volledig overdonderd en ook mijn schoonfamilie is inmiddels op de hoogte. Iedereen is in shock en direct in actiestand, want iedereen wil helpen. Wat een geluk en wat een verdriet tegelijk. Daar zitten we dan, kersverse ouders, trotser dan trots, maar wel op Tenerife zonder familie om ons heen. Gelukkig wordt er gelijk van alles geregeld. We krijgen te horen dat onze moeders een dag later meteen naar ons toekomen, wat zouden we toch zonder ze moeten.

Het gaat ineens niet goed met onze zoon

Dan komt de dokter binnen en vertelt dat het niet goed gaat met Mats. Ze kunnen geen sonde inbrengen en ze spreken het vermoeden uit van een slokdarmaandoening. Hij moet direct geopereerd worden. Ik mag hem wel eerst zien. Dat moment hè, wauw. Onbeschrijfelijk. Daar ligt mijn perfecte mannetje. Zoveel kracht in zijn lijfje. Met zijn 1159 gram en 38 cm, nog zo klein, maar zo dapper. “Dit komt goed”, denk ik gelijk. Spannende uren volgen, maar de operatie is geslaagd. De prematuriteit valt Mats zwaar, maar hij vecht zich er doorheen. Een klein wonder is het.

Weken gaan voorbij waarin Mats het heel zwaar heeft. Wij houden hoop. Het zijn loodzware weken. Terwijl ons kereltje vecht, vechten wij met hem mee. We hebben geen andere keus dan er te zijn voor hem. We bewonderen hem, zingen en blijven positief. Elke avond dat ik hem achter moet laten, huil ik weer. Elke ochtend a ik met een knoop in mij maag naar het ziekenhuis toe, omdat ik hoop op een goede nacht. Het is slopend. Na ruim 9 weken is het moment daar: we mogen naar huis. Ik ga met Mats in de airambulance samen met twee hele lieve verpleegsters uit Engeland. Mijn vriend vliegt met een gewone lijnvlucht, want de bagage moet ook mee naar huis. Wat een spanning en zenuwen. Ineens moeten we na al die weken, afscheid nemen van elkaar. Mijn vriend en ik. En hoewel ik eerder zou landen dan hij, lopen wij vertraging op en vertrekt zijn vlucht juist eerder. Dat moment, poeh, dat mijn grote liefde ons op staat te wachten samen met onze ouders, broers en zussen. Ik weet gewoon niet hoe ik dat onder woorden moet brengen. Het was gewoon wauw. Het moment waar we al zolang naar toe leefden, wat elke keer werd uitgesteld door omstandigheden. We waren er, we waren thuis.

Het was intens zwaar, maar tegelijkertijd prachtig

We zijn inmiddels 7 maanden verder. Mats is pas sinds vijf weken thuis, na zes maanden ziekenhuis. We zijn er nog lang niet, maar Mats is een grote jongen geworden van bijna 7 kilo. Hij is ontzettend vrolijk, lacht de hele dag en kan soms ondeugend zijn. Echt een kleine dondersteen, ik vind het heerlijk. We genieten intens van ons ventje dat zich nu in razend tempo ontwikkelt tot een heerlijk eigen persoontje. En soms, heel soms, als ik het verhaal vertel, kijken mensen ons vol ongeloof aan. Het lijkt soms heel onwerkelijk. Ik heb de tijd in Tenerife en de bevalling nog lang geen plekje gegeven, het was zeer heftig, maar ik zie het niet als iets negatiefs. Ja het was zwaar, het was intens, we hebben ons moedeloos gevoeld, ik kon mijn kindje alleen maar groot kijken door glas, het was anders dan in Nederland, we hebben hem in totaal acht keer vast mogen houden samen in die negen weken tijd… En toch was het tegelijkertijd zo puur en zo bijzonder. Mijn eerste Moederdag was daar. Mijn vriend zijn verjaardag was daar. Momenten die we koesteren. We hebben Mats leren kennen. We hebben hem letterlijk elke dag groot gestaard. Maar mede daardoor hebben we nu zo’n fijne connectie, voelen we elkaar zo goed aan. Een vroeggeboorte op zich is al heel heftig, als dan blijkt dat er ook nog eens heel veel met je kindje aan de hand is in zijn lijfje, dan is dat ook nog eens intens verdrietig. Maar ik moest door, ik moest hoop houden en ik moest er zijn voor dat kleintje. Hij heeft geborgenheid en liefde nodig. En dat hebben we hem kunnen geven, dat is toch schitterend?

Zorg dat je familie en vrienden er zijn om je te helpen, dat was voor ons een enorme troost. Soms in Tenerife, soms op afstand. Ze waren er allemaal voor ons. Laat het gevoel van falen als moeder meteen los. Je hebt de kleine zo lang mogelijk beschermt als je kon. Je kan er niks meer aan veranderen, dus accepteer het en zorg dat je er bent voor je kleintje.

KELLY

3 gedachten over “Met 28 weken ben ik bevallen van een prematuur op een vakantie-eiland en we konden dus niet naar huis…”

  1. Exact hetzelfde verhaal hier. 3weken geleden bevallen van onze zoon op 28w in Tenerife.
    Mooi om jullie verhaal te lezen.
    Gelukkig mogen wij wel elke dag onze zoon 6uur vastpakken/kangeroeen.

    Beantwoorden

Plaats een reactie