Anoniem meisje (16 jr): “Is het mijn schuld dat ik gepest ben?”

| | ,

Is het mijn schuld dat ik gepest ben?

Ik ben deze week de Jane Doe, 16 jaar en zit in 5VWO. Op het eerste gezicht zie je een heel normale meid, maar als je verder kijkt zie je de beschadigen die het gevolg zijn van het feit dat ik gepest ben. Ik ben namelijk gepest op zowel de basisschool, als de eerste klassen van het VWO. Dit was niet fysiek, maar verbaal, wat een groot mentaal litteken heeft achtergelaten. “Is het mijn eigen schuld dat ik gepest ben?” Deze vraag stel ik mezelf elke dag. Er moet toch iets van schuld bij mij zijn, anders zou ik niet gepest zijn geweest.

Ik voelde me anders dan de kinderen om mij heen

Het begon toen ik in groep 2 naar basisschool van het speciaal onderwijs moest, omdat ik sommige letters niet goed uitsprak. Ik sprak bijvoorbeeld de ‘l’ niet goed uit, waardoor ik ‘hehhp’ zei in plaats van ‘help’. Ik voelde me anders dan de anderen kinderen, ook de kinderen die op de school zaten. Ik voelde me (en nu nog steeds) niet normaal, omdat dat gezegd werd door mijn omgeving, door mijn leraren en klasgenoten daar. Als ik op deze periode terugkijk, geloof ik wel echt dat ik door deze situatie onzekerder ben geworden. Er was iets mis met me, wat mijn eigen fout was.

“Als je geluk hebt, word jij een kassameisje bij de supermarkt”

Dit ging zelfs zo ver dat ik niet vertelde dat ik steeds minder kon zien. Ik had ècht een bril nodig. Dat wist ik toen al, maar ik wilde niet nog meer anders zijn dan de anderen kinderen. Ik werd op deze leeftijd nog niet gepest. Er werd mij daar wèl de indruk gegeven dat ik niets kon. Enkel een paar zinnen lezen en met moeite een rekensom maken. Verder zou ik ook volgens de directie van mijn toenmalige school niet komen. Deze school heeft mij niet eens leren lezen, dat heb ik geleerd van mijn moeder. In totaal heb ik vanaf groep 2 t/m groep 5 op deze school gezeten, daarna ben ik met veel tegengeluid vanuit deze school naar een ‘gewone’ basisschool gegaan. Er werd door mijn toenmalige school zelfs een uitspraak gedaan dat ik van geluk mocht spreken als ik ooit als kassameisje bij de supermarkt zou werken. Dit werd gezegd, terwijl ik in de kamer erbij zat. Je kan je voorstellen dat deze uitspraak mijn gevoel van anders zijn dan anderen versterkte. Ik kreeg het gevoel dat ik harder moest werken dan anderen en niet mocht opgeven. Dat ik minder waard was, omdat ik sommige letters niet goed uitsprak.

Ik werd buitengesloten, aan de kant geduwd en uitgelachen

In groep 6 van mijn ‘gewone’ basisschool begon het pesten. Ik kwam als nieuw iemand in een klas van 27 leerlingen. Ik kende maar één iemand en de rest had al allemaal groepjes gevormd waar ze mij buiten sloten. Ik mocht niet meedoen. Ik werd letterlijk aan de kant geduwd. Dit begon met uitspraken zoals: ‘’Nee, sorry, je kan niet meedoen met ons spel, want dan is het een oneven aantal’’ of ‘Haha, je spreekt een woord verkeerd uit’. Het pesten werd langzaam opgebouwd. Zo langzaam dat ik mezelf ervan overtuigde dat het mijn schuld was. Ik dacht dat het was ontstaan doordat ik sommige letters niet goed uitsprak of omdat ik wat voller en zwaarder was dan anderen. Ik merkte dat er achter mij gelachen werd om wat ik deed, wat eigenlijk hele normale dingen waren, zoals een boek lezen en mijn haar uit mijn gezicht doen. Er werd achter mijn rug om over me gepraat op een manier waarop ze me belachelijk maakten. De pauzes werden steeds minder leuk. Omdat ik niet mocht meedoen met de spellen, ging ik rondjes lopen met stelten en telde ik de minuten en seconden af totdat ik weer naar binnen mocht.

De pauzes waren vreselijk

Ik vond school leuk en had plezier om nieuwe dingen te leren, maar ik ging opzien tegen school, simpelweg vanwege de pauzes. Dit alles hebben mijn docenten en ouders nooit opgemerkt. Ik heb nooit wat verteld, want ik wist dat er toch bijna niets gedaan zou worden. En de dingen die gedaan werden, zouden het pesten alleen maar erger maken. In deze tijd had ik één vriendin die mij steunde, maar deze vriendschap vervaagde in groep 8. Toen ging ze steeds meer met anderen kinderen afspreken. Ze wilde bij de grote groep horen, dit neem ik haar niet kwalijk, het is logisch.

Ik was onzichtbaar

Eigenlijk was de hele klas tegen mij gericht op een aantal kinderen na. Als de groep pesters weg was, kwamen zij naar mij toe om mij te steunen en er voor mij te zijn. Met een aantal van deze kinderen heb ik nu nog steeds contact. Het pesten werd vanaf groep 8 steeds erger. Er werd een anti-mij-club opgericht waarin ze bespraken hoe ze mij konden pesten. Er werd totaal niet meer geluisterd naar wat ik zei, ook niet tijdens de les. Ik was onzichtbaar voor de meesten. Zo ging ik me dus ook gedragen, ik nam het beeld over van de uitspraken van de pesters. Ze gingen dingen naar me gooien of vieze woorden roepen tijdens de gymles.

Was ik dan niets waard?!

Omdat ik wat voller was en niet de meest sportiefste persoon, werd ik altijd als laatste gekozen tijdens gym, en het groepje dat mij koos twijfelde daar nog over. Ze gaven me opnieuw het gevoel dat ik niets waard was. Het kamp en de musical waren het ergste. Als ik dan met een klasgenoot praatte, luisterde degene wel, maar ging het vervolgens verder vertellen en me om de uitspraken belachelijk maken. Ik telde de dagen af dat ik nog naar deze basisschool moest. Ik telde de dagen af tot de zomervakantie, tot een nieuwe start.

Op de middelbare school ging het pesten gewoon door

In de brugklas (HAVO/VWO) kende ik nog niemand en niemand kende mij. Van mijn oude klas gingen maar twee kinderen ook naar deze school en één daarvan was iemand die mij steunde. Ik kon een nieuwe start maken. In het begin ging dit, maar al snel verspreidde mijn andere oudklasgenoot geruchten over mij: ik was raar en ik stonk. Een aantal mensen in mijn klas geloofde dit en het pesten begon weer van voren af aan. Deze keer met een kleinere groep mensen en op een nog minder opvallende manier. Op een manier waarop ik mezelf ging aanpassen en niet mezelf was. Bezig zijn met schoolwerk was een uitweg van het pesten. Ik vormde een hechte vriendengroep van vier meiden, die me door dit alles heen steunde. Mijn docenten en mijn mentor merkten na een tijdje dat er iets aan de hand was, vooral tijdens gym werd het pesten duidelijk voor hen. Als ik een bal niet ving, lachten alle pesters en daar werd dan de hele week om gepraat. Ze noemden rare namen en riepen me na, ook buiten school. Er is nooit actie ondernomen vanuit school om dit te stoppen, de docenten zagen dat er iets aan de hand was, maar omdat het zo onopvallend gebeurde konden ze niets doen.

Het was alsof ik een besmettelijke ziekte had: iedereen bleef uit mijn buurt

Het tweede jaar van VWO was het ergste jaar. De pesters zaten niet meer in mijn klas, dus gingen ze alle geruchten in de gangen verspreiden. Binnen notime wist de hele school het. Niemand wilde meer naast of achter mij zitten en als het moest, gingen ze uiteindelijk met tegenzin zitten. Het was alsof ik besmettelijk was.

Naast het mentaal pesten, ben ik ook online gepest. Ik kreeg dagelijks tientallen kwetsende berichtjes zoals: ‘Je bent net zo dik als een varken’ of ‘Waarom ruik je zo raar?’. Deze berichtjes kreeg ik privé en werden onder mijn post op bijvoorbeeld Instagram geplaats. In het begin reageerde ik hier nog op, maar na een tijdje negeerde ik het gewoon en blokkeerde ik de pesters op alle sociale mediakanalen. Ook werd ik nageroepen buiten school om, als ik naar huis aan het fietsen was bijvoorbeeld. Als ik dan een (ex)schoolgenoot inhaalde op de fiets, ging deze expres de neus dicht doen en zei: ‘Oh wat een vieze geur’.

In VWO3 besloot ik me niets meer aan te trekken van de pesters. Ik negeerde alle opmerkingen van de pesters. In dit jaar ontmoette ik ook mijn, tot heden, beste vriendin. Zij stond en staat altijd voor me klaar. Ik besloot de ‘echte’ ik te laten zien, niet de ik die de pesters wilden. Op dit moment, in VWO5 ben ik nog steeds onzeker en moet ik nog elke dag werken aan mijn zelfvertrouwen, mezelf eraan herinneren dat ik iets waard ben en iets kan bereiken. Het pesten was misschien niet op de meest opvallende manier, maar het heeft zeker iets achtergelaten. Als ik door de gangen loop van de school, word ik altijd bekeken door de anderen leerlingen, alleen niet door de onderbouw omdat die simpelweg de geruchten niet hebben gehoord. Ik word nog steeds gezien als een persoon die niets waard is door de meesten. Ik heb nu meer zelfvertrouwen in vergelijking met een paar jaar terug, maar nog steeds ben ik onzeker over wat ik kan. Ik twijfel nog steeds aan mezelf.

Toch heb ik vertrouwen in mijn toekomst, ik haal uitstekende cijfers, heb een fanatische beste vriendin en heb plezier in mijn leven. Hiervan had ik een aantal jaar geleden niet durven dromen. Ik hoop met deze blog aan mijn lotgenoten in dezelfde situatie hoop te geven. “En het ligt niet aan jou. Jij bent niet het probleem!”

JANE DOE

Plaats een reactie