De echoscopiste gelooft mijn aanhoudende voorgevoel en plant direct de volgende ochtend een afspraak in, en dat blijkt maar goed ook!

| | ,

Met 7 weken zwangerschap verloor ik wat bloed en kreeg ik een extra controle echo. Op deze echo zagen we een kloppend hartje. De echoscopiste borg haar echo apparaatje op toen ik haar vroeg: ‘Weet je zeker dat het er maar eentje is?’ Ik weet eigenlijk niet eens waarom ik dat vroeg, want in onze familie komen geen meerlingen voor. Toch keek ze nog een keertje en ja hoor, we zagen twee kloppende hartjes! Wow! Alsof ik het aanvoelde. De weken erna verliepen goed. Ik had iedere keer mooie echo’s en een goede combinatietest (NIPT kan niet bij een tweelingzwangerschaps).

Ik mocht van de arts naar huis, maar het bleef aan me knagen

Toen voelde ik me met 21 weken opeens niet zo goed. Het begon van onderen te steken en te trekken. Het was weekend, dus ik stapte naar de huisartsenpost. Ze maakten een inwendige echo en maten de baarmoedermond. Deze was niet extreem verkort, maar wel kort. “Rustig aan doen”, was het advies. Ik mocht naar huis, maar het bleef aan me knagen. Het voelde gewoon niet goed. Twee dagen erna belde ik weer de huisartsenpost. Ik mocht weer komen. Mijn baarmoedermond was iets korter dan twee dagen daarvoor, maar nog steeds niet extreem. Daarnaast meet de ene persoon net iets anders dan de andere, en dan heb je al gauw een paar mm afwijking. Ik geef toch aan dat ik me er gewoon niet goed bij voel. Op de een of andere manier gelooft die echoscopiste in mijn voorgevoel en plant ze me de volgende dag om 7u – voor al haar andere afspraken – weer in.

Mijn baarmoedermond is wéér korter

Wéér is de baarmoedermond korter. Nu al drie keer op een rij. Maar belangrijker nog: twee keer gemeten door dezelfde persoon op dezelfde manier. Dat was het moment dat ze besloten me op te nemen in het Sofia Kinderziekenhuis. Ik was toen 22 weken zwanger. Ik lag daar uiteindelijk weken, tot 27 weken en 2 dagen zwangerschap. Mijn baarmoedermond bleef gedurende die tijd korter worden. Iedere week kregen we een gesprek met de kinderarts. Hij vertelde wat we konden verwachten, wanneer we die week zouden bevallen. Hij besprak overlevingskansen, complicaties en gevolgen van de vroeggeboorte voor de kinderen op de langere termijn. Het waren geen gesprekken waar je vrolijk van werd. Al werden de gesprekken met 26 en 27 weken beter dan die ervoor. We hoopten heel hard de 30 weken te halen. Met 27 wekken en 2 dagen zwangerschap braken echter mijn vliezen spontaan na 5,5 week volledige bedrust. 

Met 27 weken ben ik bevallen van Mila en Kees

Dit was veel te vroeg, maar we waren na al die weken dat we heel bewust al voorgelicht waren over prematuriteit toch wel heel blij dat we daar waren. Ongeveer 3 uur na het breken van mijn vliezen, zijn mijn dochter en zoon geboren. Ons meisje Mila met 1110 gram. Ze huilde kort toen ze geboren werd. Daar waren we heel blij mee. Als ze huilt, ademt ze dus ook! Zelf. Uiteraard stond er een heel team klaar en werd ze meegenomen en onderzocht. Onze zoon Kees woog 870 gram. Hij werd meteen geïntubeerd, omdat zijn apgarscore heel slecht was. Ik zag mijn baby’s pas voor het eerst enkele uren later op de afdeling neonatologie in hun couveuse. Dat is iets wat ik het meest gemist heb: het feit dat je kindjes niet op je borst gelegd worden. Dat ik ze niet eens heb gezien bij de geboorte. 

Het afwachten was zenuwslopend

De eerste 3 dagen waren echt spannend. Hormonen en angst zorgden ervoor dat ik heel veel huilde en emotioneel was. Ik was eigenlijk gewoon nog niet klaar met zwanger zijn en had ze graag nog veel langer gedragen. Ze waren inieminie met zoveel slangetjes en infusen. Het zag er heel zielig en indrukwekkend uit in die couveuses. In die eerste 72u zou duidelijk worden of ze hersenbloedingen gehad hadden – wat vaak voor komt bij premature baby’s. Beiden hadden gelukkig goede hersenscans. Ook kwam bij allebei uiteindelijk hun stoelgang goed op gang. Een kindje dat in de couveuse naast hen lag had dat geluk niet en kreeg een operatie en stoma. Kees had er meer moeite mee dan Mila en kreeg clisma’s met moedermelk.

Door alle fragiele en enge dingen, zag ik het mooie van mijn kindjes

Hoe erg schrikken het in het begin ook was, uiteindelijk wende ik ook aan de slangetjes en de piepjes van al die apparaten. Ik kon door alle enge en minder fraaie dingen heen, ook het mooie zien van mijn kindjes. Ze lagen op de kinder-IC (neonatologie) ieder in een eigen couveuse, maar wel naast elkaar. Vanaf de dag na hun geboorte hebben we iedere dag gebuideld met ze. Minimaal 3 uur achter elkaar, met blote huid op blote huid. Mijn man en ik, naast elkaar, in een relax stoel, naast de couveuses, met onze kindjes. Er waren grote hobbels die de tweeling en wij namen. Het waren letterlijk 3 stappen vooruit, 2 achteruit. Terugvallen met afbouwen van zuurstof, vervelende oogtesten met enge klemmetje, de ductus (buisje bij  het hart) van Kees die niet dicht wilde groeien, poep explosies in de couveuse en preventief kinkhoest medicatie omdat een verpleger kinkhoest bleek te hebben.

Met tranen in mijn ogen kijk ik terug op de mijlpalen

Die zijn me eigenlijk meer bijgebleven, dan de vervelende dingen. Iedere ochtend als ik wakker werd thuis (op de IC mag je niet blijven slapen, belde ik meteen naar het ziekenhuis. De verpleegkundigen deelden dan iedere minieme vooruitgang met veel enthousiasme mee: weer 20 gram aangekomen, een tikje minder zuurstof of 30 ML meer sondevoeding. Toen we aankwamen op de afdeling, hing er een zelf geknutseld bord boven de couveuse: “Hoera Kees weegt 1 kilo!” of “Hoera Mila weegt 2 kilo!”. Ook hingen ze op zulke momenten slingers aan de couveuse. Of had de nachtdienst een voetafdruk gemaakt en lag deze zomaar klaar in de ochtend. De verpleegkundigen hielden ze een dagboek bij, met alle mijlpalen en leuke momentjes. Echt chapeaux voor de artsen en verpleging om de ouders op een positieve manier te betrekken in het ‘groei’ proces. Ook mochten we zeer snel al veel zelf doen: luiers verschonen in de couveuse of de kinderen er zelf uit halen en op onze borst leggen. 

Wonderlijk: de tweeling heeft er niets aan over gehouden


Uiteindelijk lag de tweeling 8 weken op de IC, 2 weken op de High Care en 3 weken in het streekziekenhuis. Na 13 weken, kort na de uitgerekende datum, mochten mijn kindjes mee naar huis! Inmiddels zijn we 6 jaar verder en hebben we twee lieve, gezonde, drukke en ondeugende kindjes van 6 jaar rondlopen. Ze hebben zoals ze dat zo mooi zeggen ‘er niks aan over gehouden’. Na hun tweede verjaardag waren er geen controles meer nodig. Na de tweeling ben ik nog twee keer zwanger mogen worden van een eenling. Mijn derde kindje werd geboren met 36 weken en ons vierde kindje werd ingeleid na 38,5 weken. Het was waarschijnlijk een combinatie van pech en een tweeling zwangerschap die mijn lijf niet aan kon. We boffen enorm met alle vier onze kindjes. We kijken terug op een heftige maar toch ook ‘mooie’ start van onze tweeling.

JANE DOE

Plaats een reactie