Na de geboorte van mijn baby kreeg ik vréselijke gedachten

| | ,

Deze Jane Doe schrijft met haar minireeks over haar postpartum depressie. Hieronder staat het eerste deel.

Deel 1: Er was bij mij sprake van een missed abortion

Deel 2: Wat was de goede keuze voor mijn ongeboren baby?!

Mijn inleiding begon zeer heftig

Toen ik 37 weken zwanger was besloten we voor een inleiding te gaan. Dit werd ingepland om 7.00 uur ‘s ochtends. Omdat ik al die tijd geen inwendige controles mocht krijgen door het infectiegevaar, wisten we niet of ik ontsluiting had. Ik had regelmatig oefenweeën, maar het zette niet door. Tijdens de inleiding bleek dat ik geen ontsluiting had en mijn baarmoedermond nog helemaal stijf naar achter stond. Het naar voren halen van mijn baarmoedermond om mijn vliezen verder te breken deed veel pijn. Hierna ging ik aan de kunstmatige oxytocine. Al snel had ik vreselijk pijnlijke weeën. Op de monitor was echter te zien dat deze nog niet krachtig genoeg waren. De oxytocine werd in stapjes opgevoerd, ook al ging ik al kapot van de pijn. Ik belandde in een weeënstorm van rug- en buikweeën die elkaar in een razend tempo, zonder tussenpauze, opvolgden. Het duurde uren. Na controle bleek dat ik na al die uren nog niet eens een pink ontsluiting had. De weeën waren dus zeer heftig, maar niet effectief. Er gebeurde niets. Ik had een hypnobirthing cursus gedaan, maar dit hielp mij nu niet meer. Ik vervloekte de affirmatieslinger die ik, vond ik nu zelf, zo naïef had opgehangen. Ik trok het niet meer en wilde pijnstilling. 

Ik vroeg om pijnstilling

Terwijl ik in de weeënstorm zat, zag ik steeds mijn stervende (stief)vader voor me. Ik dacht: “Hij moet een vergelijkbare pijn hebben gehad”. Dit werkte zeer beangstigend en zat ook de ontsluiting in de weg. Ik kon me er niet aan overgeven. Er was een wachttijd door drukte bij de anesthesie, dus ik moest wachten op de ruggenprik. Er werd voorgesteld om een pompje te gebruiken in afwachting van de ruggenprik. Het pompje hielp iets. Het haalde de scherpe randjes van de weeën en gaf me een klein beetje gevoel van controle, omdat ik zelf kon drukken. Dat gevoel van controle had ik geen enkel moment gehad sinds de inleiding was gestart. Uiteindelijk mocht ik naar de anesthesie. De ruggenprik leek in eerste instantie wel iets te helpen, maar ik voelde nog steeds weeën. Heel anders dan ik altijd had begrepen van andere vrouwen. Die voelden niks meer en konden gaan slapen na een ruggenprik. Een half uur nadat ik terug was op de verloskamer waren de weeën weer even sterk, zo niet sterker, dan voor de ruggenprik. Ik werd ook meteen weer aan de oxytocine gezet.

Ik was in één uur naar volledige ontsluiting gegaan

Vooral aan één kant van mijn lijf was de pijn hevig. Er werd geadviseerd om op mijn zij te gaan liggen, waardoor de vloeistof een beetje beter in de andere helft kon komen. Dit hielp niet. Ik belandde weer in een hevige weeënstorm. Ik kon niet meer. Ik vroeg aan mijn vriend om mij te helpen. Ik werd compleet overgenomen door de extreme pijn en die weeënstorm waar geen seconde rust in kwam. Ik kon niet op kracht komen tussen de weeën door. Ik verloor het gevoel van controle over mijn eigen lijf en bewustzijn. Er werd overlegd over een keizersnede. Voor er verdere stappen genomen konden worden, deden ze nog één keer een controle naar de ontsluiting. Een uur terug was mijn ontsluiting nog steeds één pink. Nu had ik ineens 10 centimeter ontsluiting. Ik was in een uur tijd van een kleine centimeter ontsluiting naar volledige ontsluiting gegaan. Niet gek dat dit pijn deed.

De verloskundige kwam met een schaar

Ik kreeg te horen dat ik mocht gaan persen. Eindelijk. Ik had nog steeds flinke weeën, maar geen persdrang. Tevens was ik deels verdoofd aan de onderkant, dus mijn lichaam gaf niet aan wat ik moest doen. Ik kreeg te horen dat ik elke wee twee keer krachtig mocht persen. Er zat weinig vooruitgang in en de CTG gaf aan dat de baby zich niet meer goed voelde in mijn buik. Ze moest er uit. Daar kwam de schaar… Het maakte mij niets meer uit, al had ze me van mijn navel tot mijn rug opengeknipt. Ik was op dat moment bijna niet meer bij bewustzijn was. Mijn vriend deed wat ik hem vooraf had gevraagd te doen in deze situatie: vragen of de schaar echt nodig was. De verloskundige zei van wel. Ze zei dat ze alvast de verdoving ging zetten en dat ik één wee nog mocht persen. Daarna zou ze gaan knippen. Ik verzamelde alle kracht die ik nog in me had en perste drie keer alsof mijn leven er van af hing, of eigenlijk dus die van mijn kleine meisje. En ze kwam er uit! Het geweld was voorbij. Daar lag ze, op mijn borst: onze mooie kleine baby, geboren op 21 februari 2018 om 00.07 uur. Ze scoorde niet meteen heel goed op de Apgar, maar bij de derde meting kreeg ze gelukkig toch een 10.

De placenta kwam redelijk snel los en daarna moest ik gehecht worden. Ze was zo klein: 2714 gram. Wat een popje. Ik heb uren naar haar liggen staren, af en toe wegvallend door de uitputting en vermoeidheid, maar helemaal high van de adrenaline. De volgende dag kwamen ’s ochtends vroeg mijn zusje en moeder op visite. Ik mocht in de loop van de dag naar huis met een katheter, omdat ik niet kon plassen. Eigenlijk mag je dan niet weg, maar de verloskundige zou elke dag komen controleren of ik al kon plassen.

Ik kon niet voor mijn eigen baby zorgen

Eenmaal thuis was mijn schoonzus al bij ons: zij was ook onze kraamverzorgster. Zo fijn om iemand bij je te hebben die vertrouwd is. Het was extreem koud toen en we moesten veel met haar buidelen om haar op temperatuur te krijgen. Ik was die avond en nacht helemaal van de kaart, zat te ijlen van vermoeidheid en had veel pijn. Ik was alles behalve mobiel en kon niet goed voor mijn kleine meisje zorgen. De borstvoeding kwam nog niet lekker op gang, ook omdat mijn dochtertje moeite had met goed aanhappen. Om een uur of 1 ’s nachts was haar temperatuur nog maar 36 graden en kregen we haar maar niet warmer. Mijn vriend heeft toen mijn schoonzus gebeld en zij kwam ons midden in de nacht helpen door wat kunstvoeding te geven. Ik had amper door wat er allemaal gebeurde. Ik was echt niet op deze wereld. Ik werd huilend en in paniek wakker. Ik kon niet eens voor mijn eigen kind zorgen. Ik voelde mij vreselijk.

Mijn baby huilde en huilde maar, dag in, dag uit

Door dat beetje kunstvoeding werd ons meisje wat warmer. We hebben haar dagen lang gevoerd met een spuitje en onze pink ernaast met afgekolfde borstvoeding. Er gingen druppeltjes naar binnen, maar net genoeg zodat ze een beetje kon aansterken. De dagen erna kolfde ik tussen elke voeding door om te zorgen dat ik voldoende melk zou aanmaken. Ik kreeg bizarre stuwing. De borstvoeding was de maanden erna echt een strijd, voor zowel mijn baby als voor mij. Twee lactatiekundigen hielpen ons. Haar tongriempje en lipbandje werden gekliefd. Ze wilde de hele dag aan de borst. Ik zat haar ieder uur te voeden of troosten met de borst, omdat ze anders huilde. Tegen de tijd dat ik aan het werk ging, kon ze niet zonder mij. Ze dronk niet uit de fles (terwijl we dat wel geoefend hadden), ze sliep niet en huilde de hele dag door, uren en uren achter elkaar, ontroostbaar. Het was eerder krijsen. Je zag haar ook overstrekken. Ze was dan helemaal in paniek. We wisten ons geen raad. Ik nam nog 1.5 week onbetaald verlof op en ging die dagen met haar als een kluizenaar in huis zitten. Alleen maar rust en regelmaat, geen prikkels en bezoekjes aan de osteopaat. Maar ze bleef maar huilen, huilen, huilen. Gek werden we ervan. Niet alleen van het huilen zelf, maar ook van de onzekerheid die erbij kwam kijken. We raakten ook in een sociaal isolement, ik net wat erger dan mijn vriend doordat ik borstvoeding gaf. We zeiden bijna altijd afspraken af, omdat het niet ging met ons meisje. We wilden haar niet zo bij iemand anders achter laten. Ze had haar ouders nodig. En daarnaast voelde het ook niet goed om iemand anders met onze huilbaby op te zadelen.

Ik kreeg vreselijke gedachten

Ik werd steeds somberder en somberder en raakte uitgeput van de vele uren ’s nachts met haar rondlopen, voeden en troosten. Ik ontwikkelde verschrikkelijke gedachten. Ik was enerzijds extreem beschermend naar haar. Ik vertrouwde haar aan bijna niemand toe, maar anderzijds kreeg ik steeds gedachten in mijn hoofd die er over gingen om haar wat aan te doen. Ik schrok zo hevig van deze gedachten, omdat het absoluut niet was wat ik wilde. Ik zou haar nooit wat aan kunnen doen. Ik werd bang van mijzelf. Ik werd bang in de buurt van messen of andere scherpe voorwerpen. Ik durfde met niemand deze gedachten te delen. Ik schaamde me zo verschrikkelijk.

Ik gaf alle schuld aan mijn baan

Op mijn werk ging het ook echt niet goed. Ik had een nieuwe manager, we zaten in een nieuw pand en ik moest me aan zeker 20 nieuwe mensen voorstellen. Ik was recruiter en normaal sprak ik iedereen die bij ons kwam werken, nu voelde ik mij een vreemde op een voorheen zo vertrouwde plek. Ook mijn functie was deels komen te vervallen. Het was een beetje onduidelijk wat mijn toekomst op het werk was en de werkdruk was hoog. Ondanks alle hooi die ik op mijn vork had, ook thuis, gooide ik mijn mentale staat vooral op het feit dat ik het lastig vond om mijn werk te combineren met het nieuwbakken moeder zijn, en totaal niet op het feit dat ik depressief of overspannen was. k sprak met een maatschappelijk werkster die mij adviseerde mij ziek te melden, maar dat durfde ik niet. Weer was ik bezig met wat anderen van mij zouden denken. Ik ging door en besloot een andere baan te zoeken, dat zou alles vast beter maken. Ik had na 4 maanden een andere baan en daar ging het binnen een maand al mis. Ik voelde me daar doodongelukkig. Ik was gedeeltelijk gestopt met de borstvoeding, omdat ik niet durfde te vragen of ik kon kolven bij het nieuwe bedrijf. Ik deed een stapje terug. Een baan met minder verantwoordelijkheid, dat moest de uitkomst zijn. Toch…..?

Mijn huisarts vond mijn gedachtes niet gek en kwam met de diagnose postpartum depressie

Het liep tegen kerst aan en met de feestdagen was ik compleet ingestort. Ik kon alleen maar huilen. Hele dagen huilen. Verschrikkelijk. Ik kwam bij de POH GGZ (psycholoog bij de huisartsenpraktijk) terecht en durfde haar over mijn vreselijke gedachtes te vertellen. Gelukkig zei ze: “Het is helemaal niet raar dat je dat soort gedachtes hebt. Je bent zo enorm opgebrand en oververmoeid dat jouw lichaam en hersenen de oorzaak hiervan willen uitschakelen, dat is overlevingsdrang. Als jij straks niet meer zo oververmoeid bent, zal je merken dat je die gedachtes steeds minder zal hebben”. Ik voelde me opgelucht. Helemaal door de verklaring, want dat klonk logisch. Ook legde ze me uit dat ik zoveel life events achter elkaar in 2 jaar had gehad, dat elk gezond mens – ook zonder gevoeligheid voor psychische problemen – was omgevallen. Dat gaf mij het gevoel dat ik niet afwijkend of raar was, maar dat ik gewoon teveel voor mijn kiezen had gehad. Ik begon langzaamaan te accepteren dat ik een postpartum depressie en burn out had en ging werken aan mijn herstel.

Ik had een paar afspraken met de POH GGZ, sprak met een holistisch coach en stond bij de GGZ op de wachtlijst. Iedere keer als ik dacht dat het beter ging, stortte ik weer in, maar kwam ik er weer iets sterker uit. Met kleine stapjes vooruit en grote sprongen achteruit kwam ik steeds wat meer tot mijzelf. Ik kan mij verder niet erg veel herinneren van deze tijd, behalve dat ik de hechting met mijn dochter op nummer 1 zette. Ik deed er alles aan om te zorgen dat ik veel tijd met haar doorbracht en leuke dingen met haar deed. Op een zeker moment begon ik weer langzaamaan met solliciteren voor 3 dagen per week werk.

WORDT VERVOLGD…

JANE DOE

Plaats een reactie