De verloskundige wil deze bevalling niet afmaken, in verband met afslaan van dringend medisch advies

| | ,

Telefoon van een andere verloskundige

Ik heb net een leuke bevalling gedaan waar ik alleen nog het kindje van na moet kijken. Hij ligt bij moeder aan de borst, dus ik schuif snel mijn eten in de magnetron. Ik leun tegen het aanrechtblok wachtend op de ‘ping’ die laat blijken dat mijn eten is opgewarmd. Dan gaat mijn werktelefoon. Ik vis hem uit mijn borstzak en kijk op het scherm: Een buitenlijn. Dat betekent een zwangere die thuis zit met vragen of een verloskundige uit een praktijk die iemand wil insturen. ‘Met Lisa Damman, verloskundige.’ ‘Hoi met Irene,’ begint een vrolijke stem. ‘Ik heb een bijzondere casus die ik graag wil overleggen.’ ‘Oke, ik ben benieuwd,’ zeg ik. ‘Nou, het is een lang verhaal. Ik zit hier bij Laureen en Tobias. Zij verwachten hun eerste kindje.’ Ik hoor ondertussen een ‘ping’ als teken dat mijn pasta is opgewarmd. Ik open de magnetrondeur en haal mijn eten eruit. Met mijn telefoon tussen mijn oor en schouder geklemd, til ik mijn veel te heet geworden bakje naar het bord op het aanrecht. ‘Momentje trouwens hoor, ik loop even naar ons kantoor. Sta even niet zo handig nu.’ Met mijn telefoon in mijn hand loop ik richting ons kantoor waar ik mijn eten op tafel zet. Ik haal een briefje uit mijn zak en houd mijn pen in de aanslag. Mijn telefoon houd ik weer tegen mijn oor. ‘Ja, Irene, sorry hoor, zeg het maar,’ begin ik.

Over de 42 weken heen

‘Laureen is vandaag 42 weken en 1 dag zwanger.’ ‘Oke,’ antwoord ik, verbaasd over de termijn. Irene merkt dit op. ‘Ja, dat wilde ze graag, afwachten. En het is gelukt ook, want ze kreeg uiteindelijk weeën. We hadden wel afgesproken dat ze gisteren nog bij jullie zou komen voor CTG en dat heeft ze netjes gedaan. Nouja, ik zal je eerlijk zeggen, ik was er zelf niet zo happig op dat ze over die 42 weken heen wilde. Je weet het nooit hè? Je ziet toch wel vaker dat kindjes het moeilijk krijgen. Maargoed, in overeenstemming zijn we akkoord gegaan met afwachten tot 42+2. Vannacht is het bij haar gaan rommelen en vanochtend vroeg zijn haar vliezen gebroken.’ ‘Vast meconium,’ onderbreek ik Irene. ‘Dat dacht ik ook, maar ze zei van niet,’ gaat Irene verder. ‘Ze heeft ons pas net gebeld rond 17.00u en daarop ben ik gelijk naar haar toe gegaan. Ze had weeën om de 3 minuten eigenlijk al vanaf 12.00u’.

De wens is een handsoff bevalling

‘Ze heeft in haar bevalplan staan dat ze zoveel mogelijk de natuur haar gang wil laten gaan en zo min mogelijk controles wil. Maar inwendig onderzoek en harttonen luisteren vindt ze allemaal prima hoor.’ ‘Oke,’ zeg ik terwijl ik ondertussen de tijden die Irene noemt op mijn briefje zet. ‘Dus ik kwam daar net rond half zes in een sereen huis. Midden in de woonkamer stond het bevalbad, een ontspannen saunamuziekje op de achtergrond en ik begreep van Tobias dat Laureen onder de douche stond. Ik heb haar geobserveerd en afgewacht wat ze precies van mij verwachtte. Ze hebben de cursus hypnobirthing gedaan en zijn beiden helemaal op de hoogte hoe een bevalling gaat. Ze hebben een uitgebreid bevalplan geschreven die we ook in de zwangerschap al hebben doorgenomen. Toen ik een tijdje bij ze was, wilde Laureen graag weten hoe het ervoor stond met de ontsluiting na een hele dag werken. De weeën vond ze, ondanks dat ze ze heel beheerst opving, best pittig.’

Haar vruchtwater leek wel erwtensoep

‘Ik heb haar onderzocht op bed en ik zag direct dik meconium houdend vruchtwater aflopen. Echte erwtensoep. Prachtige harttonen van de baby overigens. Ik mocht Laureen onderzoeken en ik voelde dat haar baarmoedermond nog maar half verstreken was en krap 2 centimeter. Ik vertelde uiteraard dat dit nog maar het begin is en dat er nog meer moet gebeuren voor meer ontsluiting en dat dit ook de actieve fase nog niet is. Ik benoemde daarbij de meconium die ik zag aflopen en dat ik haar wilde insturen naar jullie. Maar nu komt het. Dat wil ze niet. Ze wil thuis blijven.’ ‘O, jee, dat is lastig,’ zeg ik. ‘Inderdaad. Ik heb ze de risico’s uitgelegd als het kindje in het vruchtwater heeft gepoept en dat dit ook nog maar echt het begin is. Dat de hartslag wel goed klinkt, maar dat ik geen CTG kan draaien zoals bij jullie. Eigenlijk gaat iedereen wel mee naar het ziekenhuis als wij dat adviseren. Maar zij wil dus niet.’ ‘Hm, oke,’ zeg ik ondertussen nadenkend over wat we gaan doen. ‘Ik heb mijn collega even gebeld,’ gaat Irene verder. ‘En zij vindt het ook lastig en zegt dat we misschien konden proberen om het via jullie te doen. Dus dat jullie haar even te woord staan en het belang uitleggen van bevallen in het ziekenhuis, want ik heb het idee dat ze het van mij niet aanneemt.’ ‘Ja, tuurlijk, ik wil ze alle uitleg geven, maar het lastige is: Zij moeten zelf naar het ziekenhuis komen. Je kunt ze moeilijk dwingen.’ ‘Klopt, dat heb ik ook tegen ze gezegd. Maar ik heb wel een zorgplicht. En als ze niet naar het ziekenhuis willen, wat moet ik dan? Ik wil deze bevalling thuis niet afmaken, mocht ze al zover komen zonder hulp, want ze heeft echt knalweeën.’ ‘Tja,’ zeg ik. ‘Ik weet eigenlijk ook niet wat de beste oplossing is. Als ze nou bijna 10 centimeter had gehad, had ik er wat gemakkelijker in mee kunnen gaan maar ze moet nog zo ver.’ ‘Ja, precies,’ zegt Irene. ‘Daar ben ik het mee eens.’ ‘Zal ik eerst anders even met ze spreken?’, vraag ik. ‘Dat is goed, ik loop even naar ze toe.’ Ik hoor Irene een stuk door het huis lopen.

De tweede keer dat de verloskundige aangeeft om naar het ziekenhuis te komen

Ik snap Irene heel goed dat het niet goed voelt om daar de bevalling te gaan doen. De alarmbellen zijn al meermaals gaan rinkelen: Ze is al over de 42 weken, de baby heeft in het vruchtwater gepoept én de bevalling is al een geruime tijd bezig. Ik hoor ondertussen stemmen door de telefoon en focus mij weer op het gesprek. ‘Tobias,’ hoor ik. ‘Hoi, mijn naam is Lisa, verloskundige in het ziekenhuis. Irene heeft mij gebeld om even te overleggen. Ik hoorde dat de bevalling is begonnen bij Laureen?’ ‘Zeker,’ zegt Tobias vriendelijk. ‘Ze heeft eigenlijk sinds vannacht beginnende weeën en dat nam in de loop van de ochtend alleen maar toe. Toen we vanmiddag gingen lunchen werd het heviger en sindsdien heeft Laureen weeën elke drie minuten.’ ‘Kijk, dat klinkt goed,’ zeg ik. ‘Ja, en het gaat ook heel goed. Ze staat onder de douche en dat vindt ze prettig.’ ‘Goed om te horen, maar hé, waar ik over gebeld ben,’ ik probeer even tot de kern te komen, ‘de baby heeft in het vruchtwater gepoept. Dat is een medische indicatie om in het ziekenhuis te komen bevallen.’

Ouders blijven medische hulp weigeren

‘Ja, dat snappen we. Maar, niet vervelend bedoeld hoor, het voelt voor ons beiden nog heel goed. De weeën gaan goed, Laureen vangt het goed op. De harttonen klonken net goed bij de controle van Irene en wij vertrouwen erop dat het goed komt. Wij zien de extra noodzaak niet in om in het ziekenhuis te moeten bevallen.’ ‘Oké,’ antwoord ik. Terwijl het eigenlijk niet goed voelt. Ik snap dat ze erop vertrouwen dat het goed komt, maar wij zien zo vaak anders hier in het ziekenhuis. Ik vind het heel lastig hoe ik nu Tobias moet laten weten dat het echt verstandiger is om naar het ziekenhuis te komen. ‘Omdat het kindje in het vruchtwater heeft gepoept, willen wij eigenlijk graag een CTG maken tijdens de hele bevalling, omdat wij vaker afwijkingen in de harttonen van de baby zien. Ook weten we dat kindjes tijdens de bevalling vruchtwater kunnen binnenkrijgen als ze in nood komen. Hierbij kan dan meconium in de longetjes komen, waarvoor direct na de bevalling hulp nodig is van de kinderarts. Dit gebeurt niet vaak, maar komt wel voor. Op een CTG kunnen we vroegtijdig zien of een kindje al dan niet in nood is, dat lukt thuis niet.’ Ook vertel ik nogmaals dat kindjes na 42 weken vaker afwijkingen laten zien dan kindjes die in de à-terme periode (37+0-41+6 weken zwangerschap) worden geboren. Ook hierna voel ik geen opening bij Tobias. Ik probeer het via een andere weg. ‘Wat is jullie doel voor de bevalling?’, vraag ik Tobias. ‘Dat Laureen volledig ontspannen zich kan overgeven aan de natuur en dus aan de bevalling. Wij geloven er heilig in dat haar lijf dit kan.’, zegt hij. ‘En dat kan haar lijf ook,’ val ik hem bij. ‘Ja precies, en wij denken dat dat thuis kan. We kunnen altijd nog naar het ziekenhuis, maar het is net de eerste controle.’ ‘Tja, maar het kindje laat wel poep in het vruchtwater zien. En dat is wel een reden om te komen. Dit is ook hoe Irene is opgeleid. Zij weet van de risico’s en wil jullie behoeden voor mogelijke complicaties die eventueel voorkomen zouden kunnen worden. Begrijp je de mogelijke risico’s die we hebben verteld?’ Ik probeer bevestiging te zoeken dat ze goed geïnformeerd zijn. ‘Absoluut. Toch denken wij niet dat de baby hier hinder van ondervindt,’ zegt Tobias. ‘Maar wel enorm bedankt voor je uitleg. Nu hebben we het in ieder geval twee keer gehoord.’ ‘Oke, graag gedaan,’ antwoord ik enigszins beduusd. ‘Zou je ook nog met de gynaecoloog willen spreken?’ vraag ik om me aan een laatste strohalm vast te houden. ‘Nee hoor,’ zegt Tobias. ‘We vertrouwen op jullie informatie.

Hun eigen verloskundige Irene wil de bevalling niet afmaken

‘We zouden graag thuis willen bevallen met de hulp van Irene,’ zegt Tobias. ‘Maar ik weet niet of zij jullie wel kán en wil begeleiden als jullie weigeren mee te gaan in haar advies om de bevalling te verplaatsen naar het ziekenhuis. Zijn jullie bang om in het ziekenhuis te komen? Of hebben jullie andere angsten?’, vraag ik. ‘Nee, hoor, helemaal niet,’ antwoordt Tobias, ‘maar we willen gewoon graag thuis bevallen.’ ‘Dat snap ik, maar soms besluit de baby anders,’ probeer ik. ‘Ja, maar we zitten nog maar op twee centimeter. We hebben nog tijd genoeg,’ probeert Tobias. ‘Maar thuis kunnen we de conditie van de baby niet garanderen,’ zeg ik. Het wordt een welles-nietes-spelletje en ik heb geen idee waar dit heen gaat. Als zij de zorg weigeren dan is dat hun goed recht, maar dan is er mogelijk wel een gevaar voor het kind. En voor Irene, want zij voelt zich niet senang om thuis de bevalling te begeleiden. We gaan er samen niet uitkomen, maar er moet toch een middenweg te vinden zijn.

De verloskundige stelt een nieuw plan voor

Ik hoor Irene op de achtergrond. Ik stond niet op speaker want ik heb haar nog niet eerder gehoord in mijn gesprek met Tobias. Ik hoor Irene wat tegen Tobias zeggen maar kan het niet verstaan. ‘Ik zet je even op speaker,’ zegt Tobias alsof hij mijn gedachten leest. ‘Irene wil ook wat zeggen.’ ‘Hi Lisa, ben ik nog even,’ zegt Irene, ‘is er eventueel een mogelijkheid dat we in het ziekenhuis een CTG doen om te kijken wat de conditie is en als het CTG volstrekt normaal is dat we dan thuis nog weer af kunnen wachten?’ Ik hoor hoe ze een noodkreet doet om Laureen dat huis uit te krijgen. ‘Dat lijkt me een uitstekend plan.’ Ik grijp het plan met beide handen aan. ‘Lijkt jullie dat ook een goed idee Tobias?’ Ik hoop dat ze toehappen, want dan hebben we haar in ieder geval hier in het ziekenhuis. Face to face gaat zo’n ingewikkeld gesprek toch makkelijker. ‘Dat wil ik overleggen met Laureen, daar hebben we het niet over gehad.’ ‘Oké, is goed, bel me zo maar even terug Irene. We hangen op.

Een spoedoverleg met de gynaecoloog

Ik bel snel de dienstdoende gynaecoloog en leg uit wat er aan de hand is. De dienstdoende gynaecoloog is iets minder coulant. Hij is al jaren gynaecoloog en vindt hun keus maar bijzonder: ‘Tegenwoordig doet iedereen maar of hij of zij gynaecoloog is met de hulp van een beetje Google’. Ik vind gechargeerd dat hij ergens een punt heeft, maar ik vind het ook goed dat mensen tegenwoordig veel beter weten wat ze te wachten staan en wat de opties zijn. Dat ze meedenken over keuzes in een belangrijke periode vind ik zelf alleen maar positief. De gynaecoloog zegt: ‘Nee, ik denk dat het goed is dat de verloskundige thuis aangeeft dat haar grenzen bereikt zijn en dat ze niet meegaat in die keuze. Als de mensen duidelijk weten dat door hun keuze de baby meer kans heeft om dood te gaan, vind ik het prima. Misschien kunnen deze mensen nog op zoek naar een holistische verloskundige die wel in dit beleid meegaat. Als er een zorgverlener bij is, heeft de baby in ieder geval een betere kans dan zonder.’ ‘Dat is een goede,’ zeg ik, ‘daar had ik nog niet aan gedacht.’ ‘Ik hoor het wel,’ zegt de gynaecoloog. ‘Maar als ze hier eenmaal is voor dat CTG, dan gaat ze er niet meer af hoor, dan kom ik wel even langs.’ Ik hang op en eet mijn pasta op. Hij is ondertussen koud geworden. Mijn telefoon gaat weer, het is een binnenlijn dit keer. Of ik het kindje op kamer 18 na wil komen kijken. Ik geef aan dat ik even een telefoontje afwacht en dat ik er dan aankom. Ik heb nog niet opgehangen of ik krijg een gesprek binnen. Onbekend mobiel nummer.

Hopelijk komt er een verloskundige langs die tegen het medisch protocol in wil gaan

‘Met Lisa Damman, verloskundige.’ ‘Met Irene, ze gaan het CTG niet doen. Ze snappen dat er meer risico’s zijn en weten dat de baby meer kans heeft om te overlijden, maar accepteren die risico’s voor nu. Ze willen dus niet naar het ziekenhuis. Ik heb aangegeven dat wij als praktijk niet mee kunnen gaan in hun wensen, omdat dat tegen ons eigen idee van goede zorg leveren in gaat. En dat snappen ze ook. Dat is het lastige,’ gaat Irene verder. ‘Ze snappen alle kanten, maar ze gaan het gewoon niet doen. Maar er moet hier wel iemand komen, dus ik heb ze het telefoonnummer gegeven van de holistische verloskundige uit de regio, Ronja.’ Ronja staat erom bekend dat ze vrouwen helpt met hun zogeheten ‘zorgvraag buiten de richtlijn’. Als er een medisch advies of protocol is waar iemand in valt, begeleidt Ronja ook zwangeren die daar tegenin willen gaan. Dus zoals Laureen, die niet in het ziekenhuis wil bevallen ondanks haar medische indicatie. ‘Ha, dat zei de dienstdoende gynaecoloog ook al,’ zeg ik. ‘Ja, daar zijn ze dus heel blij mee. Ik had gewild dat we dit eerder in de zwangerschap hadden besproken. Ik had niet verwacht dat ze deze wensen zo expliciet zouden hebben, want ze zijn afgelopen week al twee keer bij jullie geweest voor een CTG. Zonder problemen.’ ‘Snap ik. Ik vind het wel heel bijzonder dat zij op hun gevoel afgaan. Want wat als deze baby doodgaat? Kunnen ze ons dan aanklagen?’, vraag ik. ‘Ik denk het niet,’ zegt Irene. ‘Ik documenteer alles goed.’ ‘Oké.’ ‘Ik blijf hier bij ze tot Ronja er is en dan ga ik. Ik hoop dat ze kan en wil,’ zegt Irene. ‘Dat hoop ik ook. Maar ik hoop vooral dat de baby blijft leven. Houd je me nog op de hoogte? Ik ben heel benieuwd hoe het afloopt,’ zeg ik. ‘Ja dat doe ik.’ We hangen op. Ik kijk op mijn horloge, half acht in de avond.

Dan hoor ik hoe het is afgelopen met Laureen en de baby

Die avond hoor ik niets meer van Irene, Tobias of Laureen. Het zit me niet helemaal lekker. Ik heb het erover met collega’s en duim dat het allemaal goed gaat. Die dag erop heb ik weer dienst. Ik duik gelijk achter mijn computer om te lezen of Laureen bij ons is gekomen en hoe laat ze bevallen is, maar tot mijn verbazing zie ik geen enkele notitie staan. Ik bel gelijk met de verloskundigenpraktijk waar Irene werkt. Ik krijg Joleen, een collega aan de telefoon en vertel waar ik voor bel. ‘Oh, daar is Ronja naar toe gegaan. We hebben daarna zelf ook niets meer gehoord. Dus ik heb vanmorgen gebeld met Tobias. Hij vertelde dat ze vanmorgen om 09.00u ouders zijn geworden van een gezonde zoon van 4400 gram. Zonder problemen. Het bleef goed voelen om thuis te blijven en de ontsluiting ging vanaf middernacht ineens vooruit. Ze zijn heel blij en bedankten ons zelfs nog dat we Ronja aan hebben gedragen.’ ‘Haha, nou dat was wel een beetje tegen mijn principes eigenlijk,’ antwoord ik. ‘Ja, Irene heeft er ook slecht van geslapen vannacht ,’ zegt Joleen. ‘Ik dacht dat ze zich vast nog wel zou melden in het ziekenhuis’, zeg ik. ‘Nee, nou, zo zie je maar weer, soms kunnen we echt vertrouwen op de natuur,’ zegt Joleen. ‘Eens, maar dan moeten ze ons er niet van op de hoogte brengen,’ zeg ik. En eigenlijk meen ik het ook. ‘Haha, daar heb je een punt,’ zegt Joleen. We sluiten het gesprek af en ik hang op. Bijzonder dat het zo werkt. Ik kan me slecht inleven in hun gedachtegang. Maar het was hun goed recht, dat weet ik. Ik ben wel blij dat ik niet in de schoenen van Irene stond, dat had ik denk ik niet getrokken. Dat werken in het ziekenhuis is zo gek nog niet.

VERLOSKUNDIGE LISA

Plaats een reactie