Borstvoeding geven aan een premature baby is zwaar, maar het kan!

| | ,

Tijdens mijn zwangerschap zag ik borstvoeding geven als iets vanzelfsprekends. “Ik dacht er niet eens echt over na. Dat ga ik gewoon even doen. Geen twijfel over mogelijk”, dacht ik. Maar dat was voordat mijn zoontje Luuk 10 weken te vroeg op de wereld kwam.

Noem het naïef, maar tijdens mijn zwangerschap heb ik er nooit echt over nagedacht dat borstvoeding geven moeilijk kon zijn. Ik zag het als iets natuurlijks, iets wat je gewoon doet. Natuurlijk wist ik wel dat er vrouwen waren waarbij het niet lukte, maar daar dacht ik niet zoveel over na. Ik las hier en daar een artikeltje over hoe het werkte, maar daar bleef het wel bij. Van kolven bijvoorbeeld had ik wel gehoord, maar ik had er nooit bij stil gestaan. Toen ik met 28 weken zwangerschap werd opgenomen in het ziekenhuis met weeën en een vroeggeboorte in het vooruitzicht, veranderde dit beeld ook niet. Mijn gedachten waren alleen maar gefocust op de gezondheid van de baby, de rest kwam later wel.

Geen borstvoeding, maar kolven

En toen was Luuk daar, 10 weken te vroeg, met 1660 gram, in een couveuse, inclusief zuurstofondersteuning, een infuus in zijn navel en een sonde in zijn neusje. Borstvoeding geven was geen optie: een premature baby heeft niet genoeg energie en kracht om aan de borst te drinken. “Wat nu?”, dacht ik.

De ochtend na de bevalling (ik kreeg ’s avonds een spoedkeizersnede en had mijn zoontje nog niet kunnen zien op de NICU) spoorde de verpleegkundige mij aan om te beginnen met kolven. ‘Kolven? Ik wil eerst mijn baby zien!’, dacht ik toen. Toch reed ze ’s morgens in alle vroegte het kolfapparaat mijn kamer binnen en legde ze uit hoe het werkte. Handen wassen, handen ontsmetten, borst schoonvegen, steriele schilden uitpakken, flesjes erop draaien, niet de dop en schilden van binnen aanraken. Er kwam zoveel bij kijken. Omdat een prematuur baby nog erg kwetsbaar is moest alles steriel en nauwkeurig gebeuren. Ik was er toen met mijn gedachten totaal niet bij. Daar zat ik dan, op de rand van mijn ziekenhuisbed, met een doof stekend gevoel in mijn onderbuik van de operatie, te kolven, zonder baby. Het kolven deed geen pijn, maar het was ook zeker geen prettig gevoel. Tot mijn grote verbazing kwam er wel direct colostrum uit, toch nog een lichtpuntje!

Alles moest steriel in de buurt van de baby’tjes

Na deze eerste kolfsessie wilde ik echt naar Luuk. Ik hield het niet meer uit. Na veel vragen was er een verpleegkundige beschikbaar die mij met rolstoel naar de NICU kon rijden. Daar legde ze mij de ontsmettingsprocedure van de neonatologie-afdeling uit. Handen en polsen wassen, drogen met een papieren handdoekje, een lichtblauwe overjas aan, handen ontsmetten. Ik was in een totaal andere wereld beland.

Gedoneerde moedermelk

Hierna kon ik dan eindelijk mijn baby zien. Daar lag hij, aan allemaal toeters en bellen in zijn glazen huisje. Er werd me uitgelegd dat hij de eerste 24 uur nog geen voeding zou krijgen, alleen vloeistoffen en medicatie via het infuus in zijn navel. Zodra hij stabiel genoeg was zouden ze over gaan op sondevoeding. ‘Met mijn melk?’, vroeg ik direct. Ik wilde iets voor hem doen en mijn melk geven voelde als het enige wat ik kon doen. Maar helaas, mijn melk mocht hij niet direct, dit moest namelijk eerst gepasteuriseerd worden in het lactarium van het ziekenhuis. “Lactarium?”, weer iets nieuws voor mij. Ik woon in Frankrijk en het ziekenhuis waar ik ben bevallen is gespecialiseerd in neonatologie. Dit ziekenhuis heeft een aparte afdeling, met een moedermelkbank, waar ze moedermelk behandelen en opslaan. Dit wordt hier een lactarium genoemd.

Het kwam erop neer dat ik eerst genoeg melk moest kolven, zodat ze dit konden onderzoeken op bacteriën in het lactarium. Als mijn melk goedgekeurd was, zou het gepasteuriseerd worden, waarna Luuk het mocht krijgen. In de tussentijd zou Luuk gedoneerde moedermelk krijgen van andere moeders van prematuur geboren baby’s. Hier ontdekte ik voor het eerst dat je moedermelk kon donderen aan het ziekenhuis. Ook nooit bij stilgestaan. Na 24 uur kreeg Luuk dan zijn eerste gedoneerde moedermelk. Hij reageerde er goed op en de hoeveelheid werd heel langzaam per dag verhoogd. We waren ontzettend blij dat Luuk echte moedermelk kreeg en geen kunstvoeding. Toch wilde ik wel dat hij zo snel mogelijk mijn eigen melk zou krijgen. Ik kolfde inmiddels om de drie uur, ook ’s nachts en ik kan je zeggen, dat is heel veel werk!

Wat een gedoe!

De eerste dagen in het ziekenhuis werkte ik met voorverpakte steriele schilden en flesjes die ik van het ziekenhuis kreeg, maar eenmaal thuis had ik mijn eigen kolfapparaat gehuurd en mijn eigen schilden en flesjes. Om aan de strenge eisen van het lactarium te voldoen moest ik voor en na elke kolfbeurt al het materiaal steriliseren. Hier kreeg ik een boekje over mee naar huis. Een sterilisatie-apparaat was bijvoorbeeld niet voldoende. Ik moest alles uitkoken, in een dichte pan. Hierna alles afgieten en aan de lucht laten drogen. Dit maakte het kolven een heel proces.

Gelukkig kwam mijn productie goed op gang en had ik ruim voldoende melk voor Luuk. Na 7 dagen had het lactarium voldoende melk klaargemaakt en mocht hij voor het eerst mijn eigen melk! Dit was voor mij een overwinning, dan was al het werk niet voor niets. Mijn werk werd beloond, want vanaf het moment dat Luuk mijn melk kreeg, begon hij weer aan te komen. Of het echt door mijn melk kwam, weet ik niet, maar het was wel opvallend.

Ik heb melk gedoneerd aan het ziekenhuis

Luuk deed het goed op mijn melk en na een tijdje was hij sterk genoeg en hoefde het niet meer gepasteuriseerd te worden. Nog een overwinning. Wel moest ik nog steeds alle ontsmettingsrichtlijnen volgen met het kolven. Ik kolfde thuis en in het kolfkamertje van de NICU. Elke dag nam ik mijn flesjes moedermelk in een koeltas met koelelementen mee naar het ziekenhuis. Ik had zelfs zoveel melk dat Luuk het niet op kreeg. De overgebleven melk werd allemaal opgeslagen in het lactarium onder mijn naam. Dit mocht ik mee naar huis nemen als Luuk klaar was om met ons mee naar huis te gaan, of doneren aan de moedermelkbank. Uiteindelijk heb ik een deel meegenomen (zoveel dat de vriezer thuis helemaal vol zat) en de rest, zo’n 15 liter, gedoneerd. Omdat Luuk de eerste dagen gedoneerde melk heeft gehad wilde ik op deze manier iets terug doen.

Volledig borstvoeding

Luuk heeft uiteindelijk volledig aan de borst leren drinken. Op de NICU oefenden we tijdens buidelmomenten al met aanhappen, dit ging al heel snel goed. Voor en na de drinkmomenten werd Luuk gewogen om te bepalen of hij ook iets binnen kreeg. Dit ging steeds beter. De laatste 10 dagen hebben we samen op de zogeheten ‘Kangoeroe-afdeling’ gelegen om verder te oefenen met borstvoeding. Na 5 dagen kon de sonde uit zijn neusje en dronk hij volledig aan de borst. Wat een overwinning. Ik was zo trots op ons!

Uiteindelijk heb ik Luuk 6 maanden borstvoeding kunnen geven, toen viel mijn productie ineens stil en kwam Luuk drie weken lang niet aan. Omdat de focus door de vroeggeboorte op zijn groei lag, vond ik dit erg stressvol. Borstvoeding werd moeilijk en was voor ons beide geen fijn moment meer, maar een worsteling. Hij had steeds honger en ik stress omdat ik niet genoeg melk had. Gelukkig had ik nog de flinke voorraad moedermelk in de vriezer, dit hebben we als bijvoeding gegeven en nog helemaal opgemaakt. Hierna hebben we besloten om over te gegaan op flesvoeding, wat voor zowel mij als Luuk veel rust gaf.

Op de gedachte ‘borstvoeding, dat doe je gewoon even’, ben ik dus wel teruggekomen!

DIDI

Plaats een reactie