De artsen gaven aan niets meer te kunnen doen voor onze pasgeboren Gijs

| | ,

Tijdens de 20-wekenecho kregen we te horen dat Gijs wat vocht achter zijn longetjes had. We zijn direct doorgestuurd naar het ziekenhuis en er bleek inderdaad vocht achter zijn longetjes te zitten. Een klap in mijn gezicht. Ik zat vol ongeloof en verdriet. Tegelijkertijd dacht ik: “We gaan er tegenaan en we gaan dit redden met z’n drieën!”

Iedere week een echo

Vanaf dat moment moesten we iedere week naar het ziekenhuis voor een echo. De hoeveelheid vocht (hydrothorax) bleef eerst gelijk maar nam na een aantal weken iets toe. Toen is er direct contact gezocht met het LUMC in Leiden waar men meer ervaren is met aandoeningen als die bij Gijs. Zij keken vanaf een afstand mee met de echobeelden die in Groningen werden gemaakt. Er was op dat moment nog geen reden voor paniek, omdat Gijs het hartstikke goed deed, lekker bewoog, goed groeide en er geen verontrustende waarden waren.

Weer terug naar ons eigen ziekenhuis

Bij ons was er iedere week weer spanning. We hoopten dat het vocht niet meer werd en dat Gijs goed bleef groeien. Zolang mijn man en ik Gijs goed voelden bewegen en de waarden goed bleven, was er nog steeds geen reden voor paniek. Uiteindelijk wilden we dat er een afspraak werd gemaakt in Leiden om ook daar een echo te laten maken en om een gesprek aan te gaan. Tijdens de echo in Leiden bleek er geen vocht te zijn bijgekomen. Het was niet nodig om in te grijpen en om stents te plaatsen om het vocht te verminderen. Mocht de hoeveelheid vocht toenemen, dan zouden er altijd nog stents kunnen worden geplaatst. We hadden afgesproken dat we de wekelijkse controles weer terug in Groningen zouden doen. Ook hebben we het gehad over de mogelijkheid om stents te plaatsen vlak voordat ik zou gaan bevallen.

Plotselinge buikpijn

Een paar maanden later op, vrijdag 3 april, kreeg ik heel erg veel last van mijn buik. De pijn was niet meer te houden. We reden direct naar het ziekenhuis. Daar deden artsen bloedonderzoek. Omdat er geen rare dingen te zien waren, zijn we weer naar huis gestuurd. De pijn bleef, trok weer weg en kwam ook weer terug.

Er werden buisjes in de borstkas van Gijs geplaatst

Op 7 april hadden we een afspraak in Leiden. Er werd direct een echo gemaakt en tot onze schrik zagen we dat de hoeveelheid vocht erg was toegenomen. Vrijwel direct na de echo voerden we een gesprek met de arts. We besloten om stents te plaatsen. Via mijn buik zouden er buisjes worden geplaatst in de borstkas van Gijs om zo het vocht af te kunnen voeren naar mijn baarmoeder. Ik werd naar een verloskundekamer gebracht en kreeg medicatie waardoor ik tijdens de behandeling rustig zou blijven. Ik werd opgehaald en we reden met bed en al naar een soort operatiekamer.

Ik hield de pijn niet meer

Met nog meer spanning, angst en pijn lag ik daar, met mijn vriend naast me. De arts kwam eraan om met de behandeling te starten. Ik vroeg de arts: “Lig ik zo goed of moet ik anders liggen?” “Nee, je ligt prima zo”, antwoordde de arts. De behandeling werd uitgevoerd zonder narcose, wel kreeg Gijs medicatie zodat hij niks zou voelen. Dat vond ik echt het allerbelangrijkste. Ikzelf voelde wel wat, maar niet dat het nou heel pijnlijk was. “De stents zitten erin!”, zei de arts opgelucht. Nu moesten we 24 uur in Leiden blijven, zodat Gijs en ik goed in de gaten gehouden konden worden. Een tijdje later deed mijn buik pijn en merkte ik al dat ik wat voorweeën kreeg. Dit gevoel had ik al eerder ervaren bij een miskraam. De verpleegkundige en de arts kwamen eraan en gaven mij weeënremmers. De pijn werd niet minder en een uur later was de pijn ondragelijk. Ik had zoveel pijn. Ik kon niet meer liggen, niet meer zitten of überhaupt nog een houding aannemen. Ik kreeg bijna geen lucht en ook deed het ademhalen ontzettend veel pijn. De arts werd erbij geroepen. Hij maakte een echo van mijn buik.

Er zat vocht tussen mijn buikvlies en baarmoeder

Op de echo zagen ze vloeistof tussen mijn buikvlies en mijn baarmoeder. Er werd direct actie ondernomen. Ik moest met spoed naar de operatiekamer. De arts vertelde me dat er waarschijnlijk ook een keizersnede uitgevoerd zou moeten worden. Hierop antwoordde ik: “Nee, dat gaan we niet doen!” Mijn bed werd de lift ingeduwd richting de operatiekamer. Bij de operatiekamer moest ik afscheid nemen van mijn vriend. Ik ging onder algehele narcose en daar mocht mijn vriend niet bij zijn. Ik was in shock. Er was geen, en toch weer wel, besef dat ik de bevalling niet ging meemaken en mijn vriend ook niet. Ik dacht alleen nog maar: “Red onze lieve Gijs!” Voordat ik de operatiekamer in kon, kreeg ik weer een aanval van contracties en kreunde ik het uit van de pijn. Een verpleegkundige hield mijn hand vast tijdens de pijnaanvallen. Hierna werd ik de operatiekamer ingereden. Daar stonden heel veel mensen klaar. In mijn beleving heeft het lang geduurd voordat de narcose zijn werk deed.

“Waar is mijn zoon?!”

Ik werd wakker in de uitslaapkamer en vroeg direct: “Waar is mijn zoontje Gijs?” Niemand gaf antwoord. Nog wat bozer vroeg ik hoe gaat het met mijn zoontje ging. Een verpleegkundige belde voor me. Ik zag haar in mijn ooghoeken met de telefoon aan haar oor staan. Ze vertelde me nog steeds niet wat er aan de hand was met onze zoon. Voor mij leek het uren te duren voordat ik iets te horen kreeg. Gijs was geboren via een spoedkeizersnede. Tijdens de stents plaatsen hebben ze een bloedvat bij mij geraakt, waardoor ik heel veel bloed verloor en bijna in shock raakte. Gijs werd tijdens de operatie direct opgevangen door kinderartsen. Hij huilde niet gelijk en had het moeilijk. Toen de waarden van Gijs iets beter werden, namen ze hem mee naar de afdeling neonatologie. Mijn man stond in alle spanning op Gijs te wachten bij de lift en daar zag hij Gijs voor het eerst. Hij werd gefeliciteerd. Aangekomen op de afdeling zakten de waardes van Gijs. Het ging niet goed met hem. De artsen behandelden Gijs direct. Mijn man hield al die tijd zijn handje vast en praatte tegen Gijs.

Mijn zoontje vergiftigde zichzelf langzaam

Daarna haalde mijn vriend mij op. We gingen samen naar Gijs toe. Hij lag in een bedje met allemaal snoertjes en beademingsapparatuur. Ik zag het in eerste instantie niet eens, want ik zag Gijs voor het eerst. Wij waren samen als gezin. Het voelde zo vertrouwd en goed toen Gijs in mijn buik zat. “Wat ben je mooi”, dacht ik direct. Ik voelde me trots om zijn moeder te zijn. Een paar minuten later werd er gevraagd wat we wilden, want het ging echt niet goed met Gijs. De artsen wisten niet wat voor beschadiging Gijs had opgelopen. Mijn vriend en ik (onder zware medicatie en morfine) zeiden tegelijkertijd dat er alles aan gedaan moest worden. Gijs knokte hard, maar zijn longen waren niet goed gerijpt, waardoor hij zichzelf vergiftigde. De artsen gaven aan niets meer te kunnen doen voor Gijs.

Het eindstation

We moesten afscheid nemen. Zo onwerkelijk. Niet te geloven en te bevatten. Ik wilde er volledig bij zijn met mijn hoofd, maar tegelijkertijd kwam er een surrealistisch gevoel over mij heen. Dit kon niet waar zijn, toch? Ik lag op bed, nog suf van de operatie, en Gijs werd heerlijk op mijn borst gelegd. Wat een intens fijn gevoel. Hij heeft nog heel lang bij ons gelegen en leefde op dat moment nog. Zijn gezicht ontspande. We aaiden zijn zachte wangetjes en praatten tegen Gijs. We zongen liedjes. Hij rook zo heerlijk eigen en hij was zo zacht. Alles was helemaal perfect.

Wat is het een prachtig gevoel om moeder van jou te zijn, lieve Gijsje. We houden zoveel van je…

SANNE

Plaats een reactie