Mijn grootste wens is mijn dochter levend in mijn armen

| | ,

Het is dinsdag 30 april 2019. Ik ben zwanger van mijn tweede dochter Amber. Mijn oudste dochter is op dat moment bijna 2 jaar. Ik heb ‘s middags een afspraak bij de gynaecoloog. Afgelopen vrijdag ben ik gebeld om de afspraak bij de gynaecoloog in te plannen omdat ik over de 41 weken zwanger ben. Mijn oudste dochter is geboren met 41 en 2 dagen na eerst te zijn gestript. Na het strippen begon het eigenlijk direct te rommelen en na minder dan 48 uur had ik haar kerngezond in mijn armen. Ik word eerst aan de monitor gelegd om een hartfilmpje te maken. Daarna heb ik een gesprek met de gynaecoloog. Het hartfilmpje is ‘stralend’. Mijn vruchtwater is voldoende en Amber beweegt goed. Ik heb haar het hele half uur tijdens het hartfilmpje flink voelen schoppen. De gynaecoloog legt bij mij de keuze neer: een inleiding, strippoging of wachten tot Amber zichzelf aan dient. Ik weet het eigenlijk niet. Na lang twijfelen besluit ik mij te laten strippen. Het inleiden zou de dag erna meteen kunnen.

Heb ik wel de juiste keuze gemaakt?

Gestript ga ik naar huis. Ik voel me onrustig. Ik twijfel of ik de juiste keus heb gemaakt. Iedereen die ik om advies vraag zegt: ‘Laat je inleiden’. Mijn vriend vindt mijn keuze helemaal goed. De oudste kwam namelijk ook vrij snel na het strippen vanzelf. “Inleiden is niet zonder risico’s en medisch gezien is het geen noodzaak”, zei de gynaecoloog. De keuze blijft bij mij. ‘s Avonds is er voetbal op televisie.
Amber ‘voetbalt’ druk mee in mijn buik. Het gaat goed met de kleine Amber. ‘s Nachts ben ik weer veel wakker. Ik slaap altijd slecht wanneer ik zwanger ben. De volgende dag zit ik thuis op de bank met mijn dochter. Ik heb nog telefonisch contact met mijn verloskundige over mijn keuze voor het strippen. Zolang ik Amber goed voel bewegen, is het een goede keuze. Haar dochter is ook over de 41 weken geboren. Met 42 weken welteverstaan. De volgende dag staat er weer een controle bij haar.

Ik krijg krampen en dan valt het stil

Ik luier thuis en lig lekker met mijn dochter op de bank. Mijn ouders komen koffie drinken en ik ga vroeg naar bed. Om 22:00 uur slaap ik. Ook mijn vriend slaapt vroeg. Als ons kindje spontaan komt, dan moeten we uitgerust zijn. Rond 00:00 uur begint het te rommelen. Ik krijg weeën en krampen. Het doet zeer, maar het is te doen. Ik bel toch de verloskundige. Zij wenst mij ‘veel kramp’ toe. Ik voel Amber minder bewegen. De verloskundige vraagt daar nog naar. Maar de krampen zijn zo heftig, dat ik mij daar amper op kan focussen. Ineens houdt het op. Er gebeurt niets meer. Geen krampen meer. Het zet dus toch niet door. Ik heb geen bloedverlies. Gewoon een bevalling die niet door zet. “Jammer”, denk ik, “het wordt nu wel eens tijd”. Ik ga terug in bed liggen. Maar ik krijg geen contact met mijn kind.

De verloskundige zucht en zegt: “De baby is overleden”

Ik bel weer de verloskundige. Ik moet op mijn linkerzijde gaan liggen voor twee uur lang. Zij vermoedt niet dat er iets fout is. Ik ga liggen en doe wat zij zegt. Maar het zit mij niet lekker, dus bel ik nogmaals. Er wordt iemand gestuurd. Een stagiaire. Nog steeds is er geen paniek. De stagiaire zet de doppler op mijn buik en hoort geen hartslag. Ze wil dat ik naar het ziekenhuis ga. Ik raak in paniek. Mijn moeder en vriend rijden achter ons aan. Alle deuren staan al open wanneer ik aankom. Een rolstoel staat klaar. Ik kan niet goed meer lopen. We komen een kamer in waar ik de persoon zie die mijn eerste bevalling heeft gedaan. Ik ben nerveus. Ze zet de doppler op mijn buik en slaakt een zucht: ‘De baby is overleden.’ Mijn vriend en moeder arriveren in de kamer. Ik sta op en schreeuw: ‘Ze is dood!’ Iedereen begint te huilen. Ik roep alleen: ‘Hoe kan dit? Waarom? Wat als ik mij wél had in laten leiden?”

Ik ben boos op mezelf

Het duurt niet lang voordat er een plan gemaakt wordt. Ik moet tenslotte wel gewoon bevallen. Mijn vriend stelt een keizersnede voor. Maar ik moet natuurlijk bevallen en eerst naar huis om even bij te komen. Ik krijg een pilletje. Thuis is er familie. Ik weet hier verder niets meer van. Later begin ik te bloeden en krijg ik krampen. We besluiten terug te gaan naar het ziekenhuis. Ik ben constant aan het googelen hoe dit kan. Ik móet een oorzaak hebben. Ik ben boos op mezelf dat ik niet voor die inleiding had gekozen. Ook ben ik erg in de war. Verschillende mensen praten met mij.

De geboorte en de foto’s met Amber

De volgende ochtend loopt dezelfde persoon binnen die heeft bevestigd dat Amber overleden is. De bevalling gaat starten. Ik zit vol met medicatie en voel geen pijn. Ik ben redelijk rustig. Ook Amber verdient een rustige bevalling. Het duurt niet lang of ze is geboren.
Op 3 mei 2019 om 8:59 uur komt mijn voldragen dochter levenloos ter wereld. Ze is prachtig en er is niets geks aan haar te zien. Ze lijkt op haar grote zus. Ze wordt bij mij gelegd. Ik huil. Wij huilen. Ik voel mij schuldig. Waarom moet dit? We waren er bijna. Familie komt naar ons toe en stichting Make a Memory komt foto’s maken. Ook onze oudste dochter staat op de foto’s. Zo beduusd als we zijn, ben ik toch blij met de foto’s. Ik wil voor altijd naar Amber kijken.

De rouw

Amber krijgt een mandje met een dekentje erin die wij mogen kiezen. We besluiten haar in het ziekenhuis te laten. We vinden het moeilijk voor ons zelf, maar ook voor onze oudste dochter. Zij begrijpt het namelijk niet. We mogen komen wanneer we willen om Amber te zien. Ik kan alleen maar huilen en ben een wrak. Mijn vriend is sterker en regelt alles omtrent de uitvaart. De volgende dag zit er een uitvaartondernemer bij ons aan tafel. Ze wilt onze wensen weten. Ik weet het niet. Mijn wens is mijn dochter levend in mijn armen. Amber komt erbij in het familiegraf van haar opa (schoonvader die ik niet gekend heb).

Na de begrafenis begint het rouwen pas echt. Voor mijn dochter probeer ik sterk te zijn, maar ik huil vaak. Ik voel mij slecht en erg schuldig. In het ziekenhuis heb ik hier nog lange tijd gesprekken over. We bezoeken het graf regelmatig. En we gaan zelfs nog op vakantie. Maar ik ben ik niet meer en wij zijn niet meer de personen die we ooit waren. Er ontbreekt altijd een kind.

Onze regenboogbaby

Pas in september 2020 ben ik opnieuw zwanger. Ik was al eerder zwanger, maar kreeg een miskraam. De zwangerschap, daar heb ik al het vertrouwen in. Zwanger zijn gaat mij goed af. Maar ik besluit direct dat mijn zoon met 38 weken gehaald gaat worden. Ik wil niets meer afwachten. Ik wil niet meer strippen. De inleiding staat gepland voor donderdag 20 mei 2021. De bevalling gaat vlot en mijn zoon huilt. Ik huil ook van opluchting en van geluk. Hij lijkt sprekend op zijn grote zus Amber. Nog elke dag mis ik haar, maar de komst van haar broer geeft mij weer kracht en moed en nog een kindje om voor te zorgen. We zijn blij en ontspannen. Grote zus is blij.

Ze is inmiddels bijna 4 jaar en beseft nu heel goed dat ze een broertje heeft, maar ze weet ook dat ze een zus heeft. Amber haar naam zal altijd genoemd worden.

ELLIS

Plaats een reactie