Onze zoon lag op de NICU aan de beademing en verpleging mocht alleen met schort, mondkapje en handschoenen bij hem

| | ,

24 mei, de dag dat wij voor de eerste keer ouders mochten worden. We hadden de laatste weken zwangerschap anders voorgesteld. Tijdens de 30 weken echo bleek ons dochtertje te klein te zijn. Niet een beetje te klein, maar zo klein dat de artsen zich zorgen maakten. Vier dagen later zijn we daarom bij de gynaecoloog geweest en die kwam snel met de conclusie: “Jullie meisje blijft maximaal tot de 38 weken in jouw buik”. Paniek, verdriet en onmacht namen de overhand. “Wat staat ons te wachten en wanneer komt ze dan? Gaat dit natuurlijk of met keizersnede?!” Het spookte in mijn hoofd. Een keizersnede wilde ik absoluut niet! “En hoe gaat het straks met de gezondheid van ons meisje?” Niemand kon het ons vertellen…

Drie dagen later waren we in het Máxima’s medisch centrum in Veldhoven. Omdat ons meisje als een prematuur geboren zou worden, mocht ze niet in het streekziekenhuis geboren worden. Na een week vol onderzoeken en CTG’s, hebben de artsen besloten dat ik opgenomen moest worden. De CTG’s lieten zien dat het bijna zo ver was om de kleine te halen. Halen… Ja, een natuurlijke bevalling zat er niet in. De weeën waren te zwaar voor de kleine baby. Ik had geen keuze.

Dag één van de opname

Drie CTG’s werden er gemaakt en verder werd ik erg verwend door de verpleging van het MMCC.

Dag twee

Weer werden er CTG’s gemaakt. Maar na de derde CTG stond de arts in mijn kamer. ‘De CTG ziet er niet meer goed uit. De baby moet vanavond nog gehaald worden. De NICU ligt hier vol. De ambulance is al gebeld en ze zijn hier binnen een uur, dan ga je naar het Maastricht UMC’. ‘He?! Wat?! Ik ben nog nooit in Maastricht geweest! En mijn man, die is hier helemaal niet. Hoe moet dit nu?’ Dat waren de eerste gedachten die in mij op kwamen. Maar voordat ik het wist stond er een brancard in mijn kamer en werd ik vriendelijk verzocht om te gaan liggen, zodat we met spoed konden gaan rijden. In Maastricht aangekomen heb ik echo’s en weer een CTG gehad. De artsen vonden het niet nodig om ons meisje meteen te gaan halen. Ik werd opgenomen en kreeg weer iedere dag drie CTG’s.

Na vier dagen werd er weer een echo gemaakt. De echo zag er goed uit, alleen lag ons kleintje helemaal stil. Er was geen beweging en dat was reden voor overleg tussen de artsen. Na een uurtje stond mijn kamer vol met verpleegkundigen, gynaecologen, NICU-medewerkers en een anesthesist. ‘De baby wordt binnen nu en twee uur gehaald. De OK is nu nog bezet, maar zodra die leeg is, wordt de baby gehaald’. Het eerste wat ik zei was dat het al twee uur duurde voordat mijn man er kon zijn, want die was gewoon werken. Het was 1,5 uur rijden naar Maastricht en hij was nog aan het werk. Na twee uur kwam mijn man binnen. Hij was zijn veters nog aan het strikken en op dat moment werd ik gehaald om naar de OK te gaan. Nadat de ruggenprik pas de vierde keer lukte, was ons kleintje gehaald. “Het is een sjeng!” Ofwel, een Maastrichtse jongen. “He?! Een jongen?! Dat kan niet! Wij zouden een meisje krijgen!”, riep ik. Maar nee, er was een inimini klein mannetje uit mijn buik gehaald. Hij woog 1085 gram en ging meteen met de NICU-medewerker mee. Ik had de baby nog niet goed gezien. De kleine moest meteen onderzocht worden. Na een paar minuten, die uren leken, kwam mijn man om mij te vertellen dat het naar omstandigheden goed ging. De kleine man was inmiddels naar de NICU en ik werd weer mooi aan elkaar genaaid. Nadat de baby na controle nog steeds een jongen bleek te zijn, heeft hij twee weken op de NICU doorgebracht. Daarna mocht hij naar een streekziekenhuis in de buurt. Onze zoon deed het goed! Super goed, ook al was zijn lichaam nog zo klein. Hij mocht al in een warmtebedje! Maar helaas, zoals het bij prematuren vaak ging, hadden wij ook tegenslag gehad. Onze zoon werd namelijk ziek en was met spoed naar het Radboud ziekenhuis in Nijmegen gebracht. Daar bleek dat hij een infectie had opgelopen, maar dat deze gelukkig goed te behandelen was. We waren zo geschrokken! Ons kleine mannetje weer in een couveuse, met beademing en verpleging die alleen met schort, mondkapje en handschoenen bij hem waren in verband met infectiegevaar. We herkenden hem niet meer, zijn gezichtje was totaal anders door de beademing.

Maar gelukkig kwam na regen ook weer zonneschijn. Na vier dagen mocht onze zoon weer naar een streekziekenhuis. Daar hebben we een mooie tijd gehad. Er werden veel onderzoeken gedaan waardoor er iedere dag meerdere keren bloed werd geprikt. Maar ook het eerste flesje hebben we gegeven. Daarna volgde het eerste badje en voor de eerste keer in een gewoon bedje! Ons mannetje hoefde alleen nog maar groter en zwaarder te worden, dan mocht hij mee naar huis. Maar helaas… Weer een tegenslag. De glucose bleef maar niet op peil. Na verschillende onderzoeken en opties te hebben geprobeerd zoals hypoallergene flesvoeding was besloten dat we weer moesten verhuizen. Onze zoon ging weer terug naar het Radboud ziekenhuis.

In het Radboud ziekenhuis lag hij op de Kinderafdeling. Dat was voor ons heel raar en voor de verpleging erg wennen. Omdat hij het zo goed deed, was de NICU niet nodig. Na twee weken onderzoeken was besloten dat onze zoon naar huis mocht. Weliswaar met sonde én een sondepomp. Hij kreeg 30 milliliter melk via de fles en 10 milliliter melk per uur via de sonde die druppelsgewijs in zijn maagje stroomde. Thuis zijn we begonnen met het afbouwen van de continuvoeding via de sonde pomp. Twee dagen achter elkaar ging de sonde een half uurtje per drie uur uit. Dat ging goed! Wij prikten zelf de glucose en deze bleef goed. We mochten hem een uur van de sonde halen om te kijken hoe dat ging en ook dat ging goed! Zo hebben we iedere twee dagen een half uurtje kunnen opbouwen waarna hij na negen weken ziekenhuis en 3,5 week thuis zonder sonde, zijn glucose op peil kon houden!

Wauw, wat zijn wij trots! Van een klein baby’tje van 1085 gram is onze zoon nu een jongen van 18 weken en ruim 4 kilo. Hij slaapt zelfs al wat nachten door!

JOYCE

Plaats een reactie