Ik voel me soms een nepmoeder

| | , ,

Soms voel ik me een beetje een valsspelende moeder. Een neppert. Gewoon net niet helemaal echt. Het besluipt me regelmatig, zonder dat ik er precies de vinger op kan leggen waarom, op dat moment. Mijn tweeling kindjes zijn geboren bij 27 weken en drie dagen zwangerschap. Eén kloppend hartje en één stilgeboren kindje.

Bevallingsfilmpjes hebben een enorme aantrekkingskracht op me, terwijl het kijken ervan een soort van pijn doet en me emotioneel maakt. Hoogzwangere vrouwen kan ik amper verdragen. Helemaal wanneer het me overkomt op een onverwachts moment, dan bekruipt een soort paniekerig gevoel me. En dan tweelingen terwijl ik er niet op bedacht ben, die zorgen echt voor soort tijdelijke kortsluiting in mijn brein en een lichamelijke reactie alsof ik even weg val. Bij 18 weken zwangerschap ben ik geopereerd en kreeg ik daarna bank- en bedrust voorgeschreven. Ik heb dus nooit rondgelopen met mijn dikke buik. Ik heb geen zwangerschapskleding in de kast liggen, behalve een joggingbroek en een lekker ruim basic shirt. Voor de rest droeg ik ruime pyjama’s en wat shirts van mijn man. Ik heb geen buikfoto’s behalve gekke selfies die ik naar mijn man stuurde als hij aan het werk was en ik me verveelde op het bed in de kamer. Ik ben niet 10 keer door de prenatal gelopen met mijn zwangere buik en ben niet naar feestjes of familiebijeenkomsten geweest waar ik trots mijn buik kon showen.

Mijn zwangerschap had een enorm groot risico, gezien ik was geopereerd en er een gaatje in de vliezen zat, én mijn beide meisjes sinds de operatie in één vruchtzak lagen met de navelstrengen op een hoopje. Al die tijd voelde ik me dus een soort van schijnzwanger. Ik genoot van de schopjes en ik stond vaak heel bewust stil van het bewegen in mijn buik, de twee levens die ik bij me droeg. Maar ik vond het ook moeilijk om het kamertje af te maken, om alle tweelingspulletjes te verzamelen. Ik vond het heerlijk, maar ergens was er ook altijd dat stemmetje van ‘’Wacht nou eerst nog maar af’’. Sowieso kon ik niet lekker de kinderkamer voorbereiden, omdat het gewoonweg niet kon met mijn bedrust. Niet lekker in het kamertje zwijmelen over het moois wat onderweg is.

Ik heb me niet ingelezen over bevallingen, want ik zou sowieso een keizersnede krijgen gezien de door elkaar gedraaide navelstrengen. Ik hoefde geen kraamzorg te regelen, want onze meisjes zouden bij maximaal 32 weken geboren worden en dus sowieso weken of maanden in het ziekenhuis liggen. En die vluchtkoffer hoefde ik niet te pakken, want bij 26 weken lag ik al opgenomen, dus mijn vluchtkoffer was meer een reiskoffer voor een aantal weken. Geen toeleven naar de eerste weeën, maar elke dag twee CTG’s om te kijken of de kindjes het nog oké hadden.

En toen ineens het noodlot. Eén hartje klopte niet meer. Een spoedkeizersnede. Wanneer je net je dochter bent verloren, is niets op de wereld meer echt. Ik leefde al wekenlang in de overlevingsmodus, maar nu kwam daar echt een extra laag bij op qua automatische piloot. Iets voelen was veel te zwaar met de spoedkeizersnede in het vooruitzicht. Ik heb mijn kindertjes niet geboren zien worden. Ik heb geen navelstreng gezien. Ik heb mijn (doorgebrande) placenta nooit gezien. Ik heb mijn kindjes niet gezien net na de geboorte. Ik was in mijn hoofd aan het overleven, omdat mijn bloeddruk zo laag was dat ik maar half op de wereld was. Ik was in de wetenschap dat mijn hele buik open lag en dat mijn overleden kindje daar uit ging komen én ook één hopelijk nog levend meisje wat véél en véél te vroeg op de wereld zou komen. Hoe kan een brein dat aan? Niet. Dus hij werkte ook gewoon niet. Ik kreeg geen meisjes op mijn borst. Een assistent kwam vragen of ik mijn overleden kindje wilde zien. “Geen idee eigenlijk”, zei het deel van mijn brein dat het had overgenomen. Daar zweefde ineens een paars gekleurd, veel te klein, verfrommeld meisje voor mijn hoofd, in de armen van iemand waar ik niet eens de naam van wist. Mijn andere meisje was ergens anders, ver buiten mijn zicht, ik had geen glimp van haar gezien. Pas uren later heb ik mijn meisjes écht gezien. Mijn ene dochter roerloos stil en de andere dochter piepklein met een glanzend opgeblazen doorzichtig huidje, nauwelijks zichtbaar door alle kabels en benodigdheden en door het raampje van de couveuse.

Al die momenten waar je als zwangere naartoe leeft, het bewustzijn van het zwanger zijn, het leven in je buik. Alle stappen die je maakt, fysiek, maar ook mentaal ter voorbereiding op de komst van je kindje(s). Het aftellen, het hoogzwanger zijn, de steeds zwaardere buik en steeds meer fysieke ongemakken. Het toeleven naar. En dan het begin van de bevalling, het begin van de mooiste dag van je leven. Het zwoegen, het oerse en dan een warm kindje op je borst. Ik heb het niet gehad. Mijn brein heeft al die stappen niet mogen doorstaan. Die tijd is één en al trauma. Zoveel heftige gebeurtenissen. Zoveel tegenslagen, zoveel slecht nieuws en weer herpakken. Soms kan ik het nog amper geloven dat ik écht moeder ben. Alsof mijn hoofd op de één of andere manier een stuk heeft overgeslagen om mij hier doorheen te loodsen. Het voelt soms zo onwerkelijk. Gewoon een beetje nep. Terwijl ik het echt ben. Ik ben mama van twee kindjes. Eéntje met, en ééntje zonder hartslag.

Ik ben heel benieuwd of meer mama’s zich vanwege welke reden dan ook soms zo voelen?

MARJOLEIN (klik hier voor haar Instagram)

Plaats een reactie