Tweetalig opvoeden, het is een uitdaging

|

Annelieke woont met haar gezin in Finland en schrijft over verschillende onderwerpen omtrent het ouderschap daar.

Deel 1: Bevallen en de kraamtijd, dat gaat heel anders in Finland

Deel 2: Finland is een veel beter land om te wonen als je kleine kinderen hebt, ik vertel je uit ervaring waarom

Onze kinderen worden tweetalig opgevoed. Dat heeft veel voordelen, maar tweetalig worden, dat is niet altijd even makkelijk. Noch voor de kinderen, noch voor de ouders. 

Finse versus Nederlandse namen

Het begint al voor de geboorte, als je een naam moet uitkiezen. De mooiste Nederlandse namen zijn niet echt uit te spreken voor Finnen. En de meeste Finse namen zien er voor Nederlanders uit alsof er spelfouten in staan. Want Noora en Eeva en Daavid, daar staat veel te veel klinkers in. En is Lauri nou een jongensnaam of een meisjesnaam? Koen en Jos zijn leuk, maar betekenen in het Fins ‘wanneer’ en ‘indien’. Väinö is een prachtige traditionele Finse naam, maar de meeste Nederlanders weten niet eens waar ze die letters kunnen vinden op een toetsenbord, laat staan hoe je ze moet uitspreken. 

Welke taal spreek je met de kinderen?

Als het eindelijk gelukt is een naam te vinden die in beide talen uit te spreken is, dan begint het volgende probleem: welke taal spreek je met de kinderen? Je eigen taal, dus in dit geval Nederlands? Goed voor de ontwikkeling, maar wel een beetje jammer dat de andere ouder niet weet waar jullie het over hebben. De taal van het land, dus Fins? Wel zo makkelijk, maar een beetje jammer als de kinderen mijn foute grammatica en buitenlandse uitspraak overnemen. Ik zie het niet zitten om met mijn kinderen belangrijke pubergesprekken in mijn derde taal te voeren, in plaats van in mijn moedertaal. Daarnaast spreekt mijn familie natuurlijk geen Fins. Om ervoor te zorgen dat mijn ouders nog wel met hun kleinkinderen kunnen spreken, moesten we eraan geloven: tweetalig opvoeden.

Ik koos ervoor Nederlands te blijven praten

Maar hoe doe je dat? In ons geval eigenlijk heel simpel. Ik spreek Nederlands en mijn man spreekt Fins. Altijd en overal. In het begin vond ik het heel ongemakkelijk om in het openbaar Nederlands te praten tegen de kinderen. Ik voelde met toch een beetje zo’n asociale allochtoon die niet de moeite nam om Fins te leren. Maar ik heb me daar overheen gezet. Dus nu praat ik overal Nederlands met ze. Mensen die daar moeite mee hebben kunnen daar in het Fins over mopperen. Stiekem versta ik dat gewoon.

Tweetalig worden is niet makkelijk

Men is het erover eens dat tweetaligheid veel voordelen heeft. Tweetalig worden, dat is echter nog niet zo makkelijk. Twee keer zoveel worden leren, twee totaal verschillende grammatica uitvogelen. Zinsconstructies die in de ene taal wel kunnen, slaan in de andere taal nergens op. Daan is nu bijna vier jaar en kletst er lekker op los. Zowel in het Nederlands als in het Fins. Hij schakelt moeiteloos tussen de twee talen. Maar soms zit zijn tweetaligheid een beetje in de weg. Als ik Daan vraag of hij met zijn vader mee naar de winkel is gegaan, antwoordt hij vaak: ‘Gegaan!’ In het Nederlands heel vreemd, maar in het Fins de correcte manier om antwoord te geven op deze vraag. En een paar weken geleden, toen hij op zijn blote voeten naar buiten wilde, vroeg hij aan zijn vader: ‘Saanko mennä blootilla?’ Het Finse woord voor “bloot” was hem even ontgaan, dus heeft hij het Nederlandse woord gebruikt en daar wat Finse grammatica op toegepast. Deze hybride is alleen te begrijpen voor het handjevol mensen dat zowel Fins als Nederlands beheerst. Gelukkig ben ik er daar één van.

Mijn zoontje van vier spreekt het best Nederlands

Voor nu is Daan zijn sterkste taal vreemd genoeg Nederlands. Zijn Nederlandse woordenschat is groter en zijn Nederlandse grammatica is minder gammel dan zijn Finse grammatica. Laura brabbelt links en rechts wat woordjes, maar het is lastig te zeggen welke taal op dit moment haar sterkste is. Ik was heel erg benieuwd naar welke taal de kinderen onderling zouden gaan spreken. Stiekem hoopte ik dat het Nederlands zou zijn, Fins spreken ze immers verder al met iedereen. Verrassend genoeg hebben ze geen vaste taal die ze met elkaar spreken. Wanneer Tommi (mijn man) bij ze zit, spreekt Daan in het Fins tegen Laura. Wanneer ik erbij zit, spreekt hij Nederlands tegen haar. 

Ik ben benieuwd of ze het Nederlands zullen vasthouden

Tot nu toe ben ik positief verrast over hoe goed Daan Nederlands spreekt en hoe goed Laura het snapt. Ik ben benieuwd hoe het in de toekomst gaat zijn. Komt er een moment waarop ze doorhebben dat ik ook Fins versta? Spreken ze vanaf dan alleen nog maar Fins tegen mij, ook al zou ik in het Nederlands antwoorden? Vinden ze het Nederlands straks, in de puberteit, stom en suf? Zullen ze hun eigen kinderen straks Nederlands leren? Alleen de toekomst zal het leren. Tot die geniet ik nog van hun tweetalig geklets, hun hybride grammatica en hun schattige uitspraak.

ANNELIEKE

1 gedachte over “Tweetalig opvoeden, het is een uitdaging”

Plaats een reactie