Met 20 weken verloor Susanne vocht, zou de bevalling beginnen?

| | ,

Voordat je deel 2 hieronder leest, is het fijn als je deel 1 gelezen hebt.

Deel 1: Als Susanne 20 weken zwanger is, ziet papa Klaas een enorme bloedvlek

Daar stonden we dan op onze teenslippers. Op de vierde verdieping van het ziekenhuis in Den Helder. Het was stil op de afdeling. Alsof de hele afdeling op vakantie was. Waar waren we in vredesnaam terecht gekomen? Ik had geen tijd om na te denken. Het stemmetje in mijn hoofd begon weer te praten; “Je moet zo snel mogelijk een arts vinden”. Ik had geen flauw idee waar we ons moesten melden. Ik liet Susanne in haar rolstoel staan en liep de lange gang van de afdeling door. Waar was iedereen gebleven? Plotseling hoorde ik een vrouwenstem; “Meneer, kan ik u helpen?” De verpleegkundige zat samen met haar collega achter een balie. “U moet ons helpen mevrouw. Wij hebben hulp nodig”. Ik merkte dat mijn stem begon te trillen. De vrouw stond op en liep samen met mij naar Susanne. “Ik breng jullie naar een speciale ruimte. De arts komt jullie zo helpen”, zei de vrouw.

De controle echo

Ik duwde de rolstoel van Susanne de kamer in. Tot mijn schrik was het geen wachtkamer. Het was een verloskamer. De kamer waar wij met 20 weken zwangerschap helemaal niet wilden zijn. Midden in de kamer stond een grote stoel. Zo’n witte verstelbare tandartsstoel. Aan het verlengde van de stoel hingen twee grote beenklemmen. Klemmen waar een vrouw tijdens de bevalling haar benen op kan leggen. De deur ging open. “Goedemiddag”, zei de arts. De arts was een vrouw van middelbare leeftijd. Ze zag er vriendelijk uit. Ze ging naast Susanne op een krukje zitten. “Het is zeer gebruikelijk dat we in een situatie als deze een echo van jouw buik maken. De echo kan ons mogelijk het vochtverlies verklaren”, zei de arts. Ze pakte een tube vroeg Susanne haar shirt omhoog te doen. De arts smeerde de koude gel over de prachtige buik van Susanne. De buik van Susanne werd een soort glimmende ballon. De arts pakte de echoscoop en begon over de buik van Susanne te wrijven. We keken met zijn drieën gespannen naar de eerste beelden op de monitor. Langzaam verdween het zwarte beeld en kwamen er witte patronen op het scherm. Het bleef angstvallig stil in de ruimte. “Waarom zegt de arts niks?”, dacht ik. “Zeg alsjeblieft dat het er goed uit ziet.” Het leek een eeuwigheid te duren. Ik voelde mijn handen klam worden. “Kijk, hier zie je de kleine man”, zei de arts. “Hij ziet er prima uit”. De arts zette het volume van het apparaat iets harder. Het geklop van het hartje kwam uit de speaker. Er ontstond een glimlach op mijn gezicht. “Er zit nog leven in je buik”, dacht ik. “Het meisje ligt iets lager in de baarmoeder”, zei de arts. Daarna bleef het wederom lange tijd stil. Helaas zie ik dat haar vruchtwaterzak is gebroken”, zei de arts op een rustige toon. De arts pakte een doek en veegde de buik van Susanne schoon. “Doe eerst je shirt maar even aan. Daarna praten we verder.”, zei de arts.

De vruchtwaterzak was gebroken

Susanne en ik namen plaats aan de andere zijde van de tafel. “De vruchtwaterzak van jullie dochter is gebroken”, herhaalde de arts nog een keer. “Normaal gesproken verblijft een baby tot de bevalling in de vruchtwaterzak. Het vruchtwater beschermt de baby tijdens de zwangerschap. Het geeft een baby de ruimte om zich te bewegen en het leert de baby slikken. Door het bewegen traint een baby alle spieren. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling. Als laatste beschermt het vruchtwater de baby tegen infecties. Normaal gesproken komt na het breken van de vliezen de bevalling op gang. Uit onderzoek blijkt dat de eerste 24 tot 48 uur na het breken van de vliezen cruciaal zijn. Als de weeën in deze periode niet op gang komen is de kans groot dat beide kindjes blijven zitten. Helaas kan ik jullie dit niet beloven. In jullie geval ligt het allemaal nog iets gecompliceerder. Beide baby’s zijn pas 20 weken oud en nog niet levensvatbaar. Wij kunnen helaas niks doen zodra beide kinderen worden geboren. Als jullie kindjes worden geboren zullen ze allebei overlijden”, zei de arts.

We moesten afwachten

Ik wist niet wat ik hoorde. De grond leek onder mijn voeten weg te zakken. Het voelde alsof we in een film waren beland. “Maar, wat moeten we nu doen?”, vroeg ik de arts. “Ik adviseer jullie de eerste 48 uur in dit ziekenhuis in Den Helder te blijven. Het is belangrijk dat Susanne rust neemt en de eerste 48 uur de weeën weet te onderdrukken. Daarna kunnen we overgaan op het volgende plan. Verder kunnen we niks doen”, zei de arts. De verpleegkunde begeleidde ons naar de kamer waar wij voorlopig moesten blijven. Het was nog steeds prachtig zomerweer. Ik keek door het raam en zag meeuwen over de blauwe Noordzee vliegen. De zee die symbool stond voor onze laatste droomvakantie. De vakantie die plotseling was omgeslagen in een nachtmerrie. Susanne ging op het ziekenhuisbed liggen.

Een vreselijk gesprek

Ik besloot mijn ouders te bellen. “Met Frans”, hoorde ik met opgewekte stem aan de andere kant van de hoorn. “Hoe is het met jullie?”, hoorde ik mijn vader vragen. “Klaas… Ben je er nog?”, vroeg mijn vader nog een keer. Het bleef even stil. Ik merkte dat mijn hart sneller begon te kloppen. Dit was het meest verschrikkelijke telefoontje wat ik met mijn lieve ouders heb moeten voeren. Ik moest mijn vader vertellen dat er een kans zou bestaan dat onze lieve tweeling veel te vroeg geboren zou worden. Dat mijn vader en moeder mogelijk toch geen opa en oma zouden worden. De tranen rolden over mijn wangen.

De eerste 48 uur

De eerste nacht sliepen Susanne en ik samen op de kamer. Ik stopte Susanne in en gaf haar een kus. “Probeer maar uit te rusten. Maak me maar wakker als je iets voelt. Ik ben bij je”, zei ik tegen haar. We hebben geen oog dicht gedaan. Elk uur zat ik rechtop in mijn bed en keek ik naar Susanne. Dwangmatig was ik haar aan het observeren of alles goed met haar ging. Elk uur keek ik op de klok die recht tegenover ons aan de muur hing. De eerste 24 uur kwamen we goed door. De volgende 24 uur verliepen ook goed. Na 2 dagen waren eindelijk de eerste 48 uur voorbij. De arts in Den Helder gaf aan niks meer voor ons te kunnen doen. “Ik adviseer jullie om naar huis te gaan. Probeer zoveel mogelijk rust te nemen. Het is te hopen dat beide kinderen zo lang mogelijk blijven zitten. De overige controles zullen bij jullie eigen ziekenhuis zijn”, dit waren de laatste woorden van de arts. In onze vakantieoutfit verlieten wij het ziekenhuis. Met de fietsen op het dak en de tent achterin de auto reden wij terug naar huis. Niet wetende waar dit precies zou eindigen.

Thuis werd Susanne stil

Aan het einde van de middag reden we onze straat in. Ik zag de buren verbaasd kijken dat we al weer thuis waren. Het was nog steeds bloedheet. De hittegolf hing al ruim een week boven Nederland. De eerste avond thuis zat ik op de bank televisie te kijken. Plotseling stond Susanne op en liep de tuin in. In mijn ooghoek zag ik haar rondjes in de tuin lopen. Ze was aan het ijsberen. “Gaat het goed?”, vroeg ik. “Ik weet het niet”, reageerde Susanne. Na een paar rondjes kwam Susanne weer naast me zitten. Ik merkte aan Susanne dat ze stiller werd. Ze raakte een beetje in zichzelf gekeerd. Zo kende ik haar niet. Om 23.00 uur gingen we naar bed. Na een half uur ging Susanne op haar zij liggen. “Ik voel me niet goed”, zei Susanne. “Wat voel je dan precies?”, vroeg ik. “Ik heb buikpijn en ik ben bang”, zei Susanne.

Met spoed naar het ziekenhuis

Ik sprong op en zat rechtop in mijn bed. “Susanne, dit is niet goed”, zei ik. “We moeten nu het ziekenhuis bellen”. Ik pakte mijn telefoon en belde het ziekenhuis. “Jullie moeten nu naar de eerste hulp komen”, hoorde ik de verpleegkundige door de hoorn zeggen. Nog geen paar minuten later stapte we met z’n tweeën de auto in. De tent lag nog steeds achterin en de fietsen stonden nog op het dak. We hadden nog geen tijd gehad om de auto uit te pakken. “We moeten zo snel mogelijk naar de eerste hulp”, zei ik tegen Susanne. Wederom kreeg ik zweet handen. Er ging van alles door mijn hoofd. Ik besefte me dat de kans heel groot was dat beide kinderen vannacht geboren zouden worden. Ik besefte me ook dat beide kinderen geen kans van leven zouden hebben. Echter wist ik niet wat wij konden verwachten. Wat konden wij van een tweeling van 20 weken verwachten? Ik werd onzeker.

De krampen werden intens

Op de snelweg werden de krampen bij Susanne heftiger. Ik zag dat ze pijn had. “Je moet doorrijden”, zei ze. Ik trapte het gaspedaal verder in en probeerde zo veel mogelijk vaart te maken. De pijn werd in korte tijd steeds intenser. Ik begon me af te vragen of we het ziekenhuis zouden halen. Stel je voor dat beide kinderen in de auto op de snelweg geboren zouden worden. Wat moest ik dan in vredesnaam doen? Ik kreeg een waas voor mijn ogen en reed met een belachelijke snelheid naar het ziekenhuis.

De bevalling begon

Ik parkeerde de auto pontificaal voor de ingang van de eerste hulp. Wat was ik blij dat we de eerste hulp hadden gehaald. Ik pakte een rolstoel voor Susanne. Eenmaal binnen was de situatie niet meer te houden. Susanne begon te spugen en ze kon nauwelijks meer op haar benen staan. “Wat gaat er nu gebeuren?”, vroeg ik. “Wij hebben ons nog helemaal niet op een bevalling voor kunnen bereiden. We hebben geen flauw idee wat ons te wachten staat”, zei ik tegen de verpleegkundige. Susanne raakte in een soort trance. Ik kon niks meer doen en kon mijn vriendin nauwelijks bereiken. Die nacht werd een nacht die ik mijn leven nooit meer zal vergeten. Het werd een nacht waar ik nooit rekening mee had gehouden. Het overkwam ons en zou ons leven voor altijd veranderen. Maar hoe zou de bevalling van een tweeling bij 20 weken verlopen?

KLAAS

Wil je een kijkje nemen op zijn blogpagina? Klik dan hier.

Plaats een reactie