Als Susanne 20 weken zwanger is, ziet papa Klaas een enorme bloedvlek

| | ,

Intro

Onze laatste vakantie op Texel werd in de zomer van 2018 abrupt afgebroken. In paniek verlieten wij het eiland en lieten al onze spullen achter. De vakantie eindigde op de kraamafdeling in het ziekenhuis in Den Helder. Daar konden ze ons niet meer helpen. We werden doorverwezen naar ons vertrouwde ziekenhuis in Utrecht.

Twee dagen later werd ik samen met Susanne wakker op de kraamafdeling in het ziekenhuis in Utrecht. Vanuit mijn ooghoek zag ik een soort aquarium. Onze beide kinderen Guus en Jasmijn lagen doodstil in het water. De prachtige buik van mijn vriendin was weg. Dit was dan echt het einde van onze vakantie. De grootste nachtmerrie die wij ons voor konden stellen. Niet wetende dat onze nachtmerrie hier niet zou stoppen. Anderhalf jaar later staat ons nog een verschrikkelijk drama te wachten. Dit had niemand vooraf kunnen bedenken. Ons rustige leven heeft plaats gemaakt voor “overleven”. Ondanks al het verdriet doen wij er alles aan om er het beste van te maken.

Papa Klaas schrijft zijn eigen minireeks op Kids en Kurken en neemt ons mee in zijn leven.


Onze kinderwens

Susanne en ik waren begin dertig toen we voor het eerst onze kinderwens naar elkaar uitspraken. Twee jaar later bleek dat we niet op de natuurlijke manier kinderen konden krijgen. Er was geen arts die ons kon uitleggen waarom. Wij zijn allebei uitstekend vruchtbaar. Op advies van de gynaecoloog zijn we een IUI-traject gestart. Susanne moest hormonen injecteren en regelmatig voor controle naar het ziekenhuis. Gelukkig werd Susanne na de tweede poging zwanger. Het was een geschenk uit de hemel. Susanne was namelijk zwanger van een tweeling. Wij zouden een jongetje én een meisje krijgen. Ik zag mijn vriendin elke dag stralen. Het was de mooiste periode uit mijn leven.

20 weken echo

Na twintig weken stond de bekende twintigwekenecho op de planning. Onze zoon zag er prachtig uit. Er was niks op hem aan te merken. Tijdens de controle van onze dochter bleef het even stil. De verpleegkundige had duidelijk moeite om de omvang van haar hoofdje op te meten. Het bleef doodstil in de kamer. “Waarom zegt ze nou nik?“, dacht ik. De verpleegkundige merkte op dat het hoofdje van ons meisje aan de kleine kant was, maar er was geen reden voor paniek. Door het lange onderzoek en de lage personeelsbezetting door de zomervakantie was er uiteindelijk geen tijd om de baarmoedermond te controleren.
De gynaecoloog vond de echo geslaagd. Het zag eruit volgens het boekje. In alle haast werd er alsnog een vervolgafspraak ingepland om de baarmoedermond alsnog te controleren. Wij verlieten met een gerust hart de echokamer. We zeiden elkaar gedag en vertrokken dezelfde week naar Texel. Dit zou onze laatste droomvakantie met z’n tweeën worden. We wisten toen niet dat dit ook de laatste controle in het ziekenhuis zou zijn.

We hadden een prachtige plek in de duinen. Vanuit onze kleine tent konden we de Waddenzee zien. In Nederland is Texel onze favoriete vakantiebestemming. We gaan meestal een paar keer per jaar met de tent naar Texel. Wij vinden het geweldig om elke ochtend gewekt te worden door krijsende meeuwen. Het is heerlijk om midden in de natuur te verblijven. Die zomer in 2018 trok er een hittegolf over Nederland. De temperatuur liep soms op tot boven de 35 graden. Susanne was ruim 20 weken zwanger. Het was te warm om op het strand te liggen. We konden nauwelijks voor onze tent zitten. Het was niet uit te houden. We besloten om naar het dorp te lopen. Wij dachten: “Daar hebben ze airco”. In onze vakantieoutfit op onze slippers vertrokken we naar het dorp. We besloten bij de visboer naar binnen te lopen. Ik bestelde een haring. De visboer zat vol met Duitse en Nederlandse toeristen. Na het doorgeven van de bestelling namen we plaats op een bankje naast een gezin. De kinderen naast ons waren enorm druk. Terwijl ik op mijn visje aan het wachten was, verloor ik Susanne uit het oog. De haring smaakte heerlijk. Ik zat helemaal met mijn hoofd in de vakantiesfeer. Het was zo fijn om te beseffen dat wij over een aantal maanden een zoon en een dochter zouden krijgen. Eindelijk zou onze lang verwachte droom werkelijkheid worden. In de hoek van de visboer zag ik de toiletdeur opengaan. Susanne kwam op me aflopen. Ik zag aan haar gezicht dat ze zich zorgen maakte. “Gaat het goed?”, vroeg ik. “Ik weet het niet”, reageerde Susanne. “Ik moest zojuist naar de wc. Op het toilet verloor ik plotseling heel veel water. Ik twijfel of dit urine was”. “Ooh, dat zal wel meevallen. Waarschijnlijk reageert jouw blaas op de warmte”, reageerde ik naïef.

We verlieten de visboer en liepen via de markt De Koog uit. Het was gezellig druk in De Koog. Overal zaten toeristen te genieten van iets lekkers. Via de markt liepen we langs een snackbar. Onderweg vertelde Susanne dat ze bang was dat haar vliezen waren gebroken. Ik reageerde dat dit niet mogelijk was. “Je bent pas 20 weken zwanger”, zei ik tegen haar. Ik werd verleid door de geur van frituur. “Zullen we nog een snack bestellen?”, vroeg ik. Het is misschien een beetje vreemd om na een haring een frikandel speciaal te bestellen, maar we besloten de snackbar binnen te lopen. Het was rustig in de snackbar. Ik liep naar de balie en bestelde voor Susanne een kroket en voor mezelf een frikandel speciaal. Plotseling was ik Susanne weer kwijt. Na een aantal minuten kreeg ik een kroket en een frikandel in mijn handen gedrukt. Maar waar was Susanne? Zat Susanne weer op het toilet? Daar was ze toch net ook al geweest? Ineens besefte ik dat het fout was. Ik bedacht me geen moment en stormde naar het toilet. “Susanne… waar zit je?”, riep ik. Ik bonkte op de deur. “Ik zit hier”, reageerde Susanne. “Waarom blijf je zo lang weg? Gaat het allemaal goed?”, riep ik terug. “Nee…. Het water blijft maar langs mijn benen stromen. Ik weet niet waar het vandaan komt”, zei Susanne. Ik hoorde het slot van het toilet opendraaien. De deur ging open. We hadden beide geen flauw idee wat er aan de hand was. Het was inmiddels drukker in de snackbar. Iedereen was in de vakantiesfeer. Er ging van alles door mijn hoofd. “Wat moeten we doen?”, vroeg ik Susanne. Susanne bleef rustig en belde met ons vertrouwde ziekenhuis. Ik zag dat haar blik gespannen was. Ik besloot ondertussen de lokale huisarts te bellen. Het ziekenhuis adviseerde ons zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan. De frikandel en de kroket heb ik nooit meer gezien. Op mijn slippers rende ik naar de tent. Susanne bleef in de snackbar wachten. Ik moest zo snel mogelijk de auto halen en Susanne naar het ziekenhuis brengen. We wisten niet wat ons te wachten stond. Ik besefte me dat elke minuut zou tellen.

Met gierende banden vertrok ik vanaf de parkeerplaats. Ik moest Susanne zo snel mogelijk ophalen. Ik zag alle toeristen ontspannen op de terrassen zitten. Niemand maakte zich zorgen. Iedereen was aan het genieten. Ik parkeerde onze auto vlak voor de snackbar. Susanne zag me aankomen en stapte in. We reden zo snel mogelijk vanuit De Koog naar de boot. Onderweg vroegen we ons af wat er in vredesnaam aan de hand zou kunnen zijn. Het was onze eerste zwangerschap. We hadden geen flauw idee. Ik begon te twijfelen en werd onzeker. Mij bekroop steeds meer het gevoel dat het mis was. Ik drukte het gaspedaal nog dieper in. Gelukkig lag er een boot in de haven van Texel. We konden direct doorrijden. Op de boot bleven we in de auto wachten. Susanne moest zo min mogelijk bewegen. “Blijf maar rustig in de auto zitten. We zijn er bijna”, zei ik tegen Susanne. Het wemelde van de toeristen op de boot. Het was heerlijk weer en iedereen was vrolijk. Voor mijn gevoel kwam er geen einde aan de boottocht. De overvaart leek uren te duren.

Eindelijk hoorde ik de boot tegen de kade klappen. De motoren van de auto’s voor ons werden gestart. In de verte zag ik de slagboom omhoog gaan. Ik startte onze motor en reed de boot af. De navigatie wees ons de weg naar het ziekenhuis. Al snel zag ik het ziekenhuis in de verte. Ik parkeerde de auto voor de deur van het ziekenhuis. “Blijf jij maar zitten”, zei ik in paniek tegen Susanne. Ik keek om me heen en zocht een rolstoel. Naast de ingang zag ik er een paar staan. Snel liep ik er naartoe en nam er één mee naar de auto. “Stap maar uit”, zei ik tegen Susanne. Ik pakte nog snel een witte handdoek en legde deze op het zitgedeelte van de rolstoel. Susanne stond op en ging in de stoel zitten. “Wacht even. Ik leg de handdoek nog even goed”, zei ik. Voordat ik de handdoek had verschoven zag ik een grote rode vlek. Susanne had niks door en ging weer zitten. Ik schrok me kapot. Zo’n grote rode vlek kan nooit goed zijn. Waar komt dat bloed in vredesnaam vandaan? Zouden onze kinderen nog leven? Ik duwde Susanne en de rolstoel snel voorruit. Binnen enkele minuten stonden we op een verlaten kraamafdeling.

KLAAS

Wil je een kijkje nemen op zijn blogpagina? Klik dan hier.

Plaats een reactie