We hadden nooit kunnen bedenken dat onze baby Rozemarijn zó ziek zou zijn…

| | ,

Voordat je verder leest, is het handig dat je de vorige delen leest.

Deel 1: We krijgen bizar nieuws bij de echo

Deel 2: De arts komt binnen, gaat op mijn bed zitten en dan weet ik eigenlijk al genoeg

Deel 3: We krijgen een boekje in ons handen gedrukt waarin staat dat ik de bevalling misschien niet overleef

Deel 4: Ik mag voor het eerst mijn baby’s vasthouden, nadat ze zo bruut aan mij onttrokken zijn

We zijn inmiddels anderhalve week in het ziekenhuis. Mijn eigen hoeveelheid slangetjes en piepende apparatuur wordt met de dag minder. Rozemarijn doet het goed. Ze is in goede handen bij ons en de lieve verpleegkundigen. Naast de sonde doen we aan fingerfeeding. Met een pink in haar mond, voor de zuigreflex, geven we haar met een klein spuitje melk. Mijn gekolfde melk. Het is niet veel, want mijn lijf is nog niet sterk genoeg om goed melk aan te kunnen maken, maar we nemen het zoals het komt en vullen het aan voor zover dat nodig is.

Ik voel een ongekende machteloosheid

Wouter gaat veel naar Bastiaan toe. Als er nieuws is, dan rent hij gauw even naar de andere kant van de afdeling. Ik vervloek hem erom. Ik vervloek mijn bed, mijn ziek zijn, mijn afhankelijkheid, mijn lafheid om geen geboortekaartje te durven laten drukken, mijn incapabel zijn om voor mijn eigen kinderen te kunnen zorgen. Hij merkt het op. Mijn kribbigheid. Hij staat aan mijn voeteneinde: “Ik begrijp het heus als je mij op dit moment haat”. En dat is voldoende. Hij voelt mijn onmacht, mijn onvermogen om mijn zoon niet te kunnen koesteren zoals ik dat wil. Terwijl ik intens voel dat ik het wil doen. Ik hou van hem, omdat hij zich keer op keer als boksbal opstelt voor mijn emoties, als aanspreekpunt voor de artsen, als spreekbuis met iedereen die met ons meeleeft vanuit huis. Mijn moeder en zus wonen aan de andere kant van het land. Inmiddels hebben ze intrek genomen in ons huis. Samen met mijn nichtje. Ze is dan 2 jaar oud en het hoogtepunt van mijn dagen, racend met Wouter in een rolstoel door de gang. Spelend met de afstandsbediening van mijn bed. En als favoriet de opgeblazen doktershandschoenen als ballon. Er is sushi en gezelligheid.

En dan is het nacht. Het is nacht 10. Rond 4 uur is er paniek op de gang. Alarmbellen, rennend personeel, en dan de stilte. De stilte die terugkeert. De verpleegkundige van Bastiaan komt binnen. “Wat is er aan de hand?” We zitten rechtop in ons bed. “Bij Bastiaan gingen alle alarmen af. Zijn druk viel weg. Maar het is goed. Hij had zelf zijn kapje afgeschoven. Maar hij doet het heel goed, zo zonder. We laten het hem maar even zelf proberen.” En weg is Wouter. Hij luistert niet eens verder. Met alles wat ik in mij heb klim ik ook mijn bed uit. Mijn buik ondersteun ik met mijn ene hand, de infuuspaal zit in de andere. Niemand, maar dan ook niemand, die mij nu weg houdt bij mijn zoon. Ik moet hem zien, zonder dat kapje, zonder de zuurstof. Ik wil in zijn gezichtje kijken en hem zien ademen. Langzaam worstel ik over de gang. En daar is hij. Daar ligt hij. Mijn knappe ventje. Wat is hij prachtig. En wat ademt hij dapper. Het is de vroege ochtend en stralend staan we eindelijk samen te kijken naar onze zoon.

Daarna gaat het snel. De dokter vertelt ons dat het net is als fietsen: als je eenmaal geleerd hebt hoe het moet, dan vergeet je het nooit meer. Een paar dagen brengen we samen door op een kamer. En we voelen op den duur ook dat het goed is geweest. We zijn klaar om terug naar huis te gaan. De laatste dag mogen de sondes eruit bij beide kindjes en na de laatste controles maken we ons op voor ons verdere avontuur thuis.

Thuis herstellen we verder

Langzaam wennen we aan het leven thuis met twee hele kleine kindjes. Het is pittig omdat ik nog herstellende ben maar tegelijk ook heerlijk. Eindelijk is er tijd en ruimte voor kraamvisite, want naast alle spanning en verdriet ben ik ook gewoon een rete trotse moeder!

We genieten van de weken die volgen. Ik probeer de borstvoeding thuis verder door te pakken, maar het komt maar niet op gang. Bastiaan en Rozemarijn krijgen in het begin nog fingerfeeding. Daarnaast laat ik ze even aanhappen, om te oefenen en in de hoop dat het bij mij de aanmaak stimuleert. Maar beiden lijkt tevergeefs. Ik kolf dan maar na iedere voeding. Zo zijn we soms 2 uur bezig om alles gedaan te krijgen, dan is er een uur rust en begint het circus opnieuw. We besluiten dat het goed is geweest. Flesvoeding it is!

Er is iets met Rozemarijn…

We zijn ongeveer een week onderweg en ik merk dat Rozemarijn onrustiger wordt. Soms is ze ontroostbaar. Naarmate de tijd verstrijkt is er van mijn rustige kind nog weinig over. Mijn moeder merkt op dat ik vroeger een koemelkallergie had, misschien moeten we eens geitenmelk proberen. Het helpt niet. Een osteopaat komt eraan te pas. De huisarts. Het consultatiebureau. Weer de huisarts. Niemand die ons hoort. “U heeft een tweeling erbij en het erg zwaar gehad. Het is niet gek dat het allemaal als wat veel voelt.” Maar ik weet zeker, dit is niet goed. We hadden echter niet kunnen bedenken dat onze Rozemarijn zó ziek zou zijn…

WORDT MORGEN VERVOLGD…

ESTHER

Plaats een reactie