Mijn drukke ochtendroutine als werkende mama

| ,

“Mam, ik moet echt dit filmpje even afkijken, dan kom ik eten.” Ik zucht. Smeer driftig een dun laagje boter op zijn brood. Vooral niet teveel boter, dan komt de hele inhoud vanmiddag weer retour en vind ik dezelfde boterhammen terug in het trommeltje. “Lieverd, kom nou eten, anders komen we te laat op school. En dat vindt juf Carla niet leuk, dat weet je, Julius.” Sinterklaas laat ik er voor het gemak dit keer buiten. Hij is ook al lang het land uit. Jammer eigenlijk. Deze man is een maand per jaar een perfect middel om mijn kroost ietwat in het gareel te houden. Manipulatief is het, bedenk ik me. “Niet meer doen”, fluister ik hardop tegen mezelf. Schoorvoetend komt mijn blonde zoon aangelopen: “Ik heb geen honger, mam”. “Zitten, schat. Nu.”, antwoord ik. Hij luistert. Duidelijkheid willen ze. Toch? Zijn boterham met pindakaas staat al even op hem te wachten. Hij klimt op zijn stoel en neemt vervolgens tergend langzaam een eerste hap van zijn ontbijt. “Mag ik ook wat drinken mam?”. “Tuurlijk schat, komt eraan.”

Ik gooi wat fruit in de blender, schenk er wat havermelk bij en zet de blender aan. Ondertussen pak ik een appel en schil het fruit voor mijn oudste zoon. “Maaaam!”, hoor ik mijn kleinste vriend achter me. “Ik wil zo graag een gebakken ei op brood, mag dat?”. Vluchtig kijk ik op de klok. Ik ben allang blij als hij ontbijt. Kan net. “Ja hoor, ik maak een eitje voor je lieverd. Ga maar lekker op je stoel zitten.” Het geluid van een blender en schreeuwende kinderen. Ik voel mezelf warm worden. Ik kijk op naar de tafel en zie mijn oudste zoon me intens verdrietig aankijken. Shit. “Maar mam, ik wilde ook een gebakken eitje.” “Geen probleem schat, ik maak er gewoon nog één.”, antwoord ik redelijk rustig, maar een blik op de klok van de oven vertelt me dat ik niet per se rustig hoef te blijven. Het wordt weer een sprintje vanochtend.

Het verse sapje schenk ik in twee dinobekers en de rest in de beker voor de schooltas. De appels doe ik in het bakje, de aardbeien ernaast. De gesmeerde bruine boterhammen leg ik erbij. Tevreden bekijk ik het dagelijkse schoolmenu voor mijn oudste. Vitamines genoeg. Mijn blik glijdt van het broodtrommeltje nu naar de snijplank. Chaos all over. Snel opruimen, besluit ik. Er is niets erger dan na een dag werken thuiskomen in een huis waar de appelschillen nog in de keuken liggen en de sporen van het ontbijt nog duidelijk zichtbaar zijn. Ik trek de afwasmachine open. Vol en schoon. Shit. Schoon, dat dan weer wel. Driftig begin ik de schone vaat uit te pakken om vervolgens de vieze bordjes erin te schuiven, de schillen bij elkaar te rapen en de blender schoon te maken. Ondertussen zet ik mijn koffiekopje onder het koffieapparaat. All I need is coffee. Een klein momentje van rust als ik een slok neem. Ik glimlach. Wat een intensiteit, die ochtend. Er komt een geluidje uit mijn buik. “Ik heb zelf nog niet ontbeten”, bedenk ik me. Ik werp een blik in de koelkast en vervolgens richting de fruitschaal. “Het wordt een fruitontbijt”, besluit ik. Hartstikke gezond. Ik gris een banaan en een Granny Smith van de fruitschaal en gooi het naast mijn laptop in mijn werktas. Ontbijt: check. Mijn koffiekopje zet ik snel nog een keer onder het koffieapparaat voor een koffie on the go.

“Schoenen pakken jongens!” In volle vaart rennen de mannen achter elkaar aan richting de bijkeuken. Waar ze zo hard over elkaar heen vallen dat ik mijn jongste direct hoor krijsen. Yep, was te verwachten. Even later komen ze aan. Julius met zijn vieze sneakers die ik nog schoon moet maken en Friso met zijn laarzen. Nog 1 minuut, dan moeten we uiterlijk in de auto zitten. En zelfs dan zijn we alweer laat. “Aah, goed gedaan jongens!”, hoor ik mezelf zeggen. “Maar ik pak toch even die andere schoenen. Deze zijn een beetje vies.” Als ik terugkom, worden er hutten gebouwd van de kussens op de bank. Ik bekijk het van een afstandje. Ik voel dat de warme plek onder mijn oksels zich langzaam tot een vochtige plek vormt van mijn zojuist nog frisse blouse. De blouse die ik heb uitgekozen voor de belangrijke eerste meeting van vandaag. Een meeting waar ik al zo lang naar uit heb gekeken. Een meeting waar ik zo hard aan heb gewerkt. De klus die me bloed zweet en tranen heeft gekost. Waar ik trots op ben.

Ik kijk naar dit schouwspel. De strijd die ik vaak voer met mijn mannen. De altijd tikkende tijd. De strijd tegen de tijd. De liefde voor deze gasten. De chaos die ze constant weer van het huis maken. Dit was mijn eerste meeting van vandaag besef ik me. Een meeting die me bloed zweet en tranen heeft gekost. Een waar ik belachelijk trots op ben. Die eerste meeting van vandaag loopt wat uit. Jammer dan.

MARTINE

Plaats een reactie