Waanzin, ik werd ‘s ochtend met 29 weken zwangerschap wakker in een plas water

| | ,

Het was 4 september 2019. Ik was 29 weken en 3 dagen zwanger. Ik werd wakker om half 9 ‘s ochtends in een plas water. “Nee, dit kan niet!”, dacht ik. “Dit is veel en veel te vroeg. Wordt het een vroeggeboorte?” Ondanks dat ik natuurlijk enorm schrok, kwam het aan de andere kant ook weer niet als een totale verrassing. Ik moest namelijk bij 24 weken zwangerschap al volledige bedrust nemen op advies van de gynaecologen en de verloskundigen. Dit vanwege extreem harde buiken en bloedverlies. Maar toch, ondanks dat je kwaaltjes en onzekerheden hebt in je zwangerschap, probeer je positief te blijven en er het beste van te maken. Je gaat er absoluut niet vanuit dat je kindje wellicht te vroeg geboren gaat worden. Een vroeggeboorte van 10 weken. Helaas overkwam ons dat wel.

Ik was een ratelende plofkip

Op diezelfde dag dat mijn vliezen braken ben ik naar het ziekenhuis gebracht. Gelukkig was mijn man ontzettend kalm en rustig. Ik was absoluut het tegenovergestelde: een ratelende plofkip. Zijn kalmte deed mij ontzettend goed. Dit zorgde ervoor dat ik ook totaal niet in paniek raakte. Ik kreeg weeënremmers via een infuus en longrijpspuitjes. De longrijpspuitjes zorgden ervoor dat ons kindje 2 weken voor op schema lag met zijn longetjes. Het was belangrijk dat ik niet binnen 48 uur zou bevallen. Zo knap wat ze tegenwoordig allemaal kunnen. Ik had totaal geen idee, maar ik dacht: “Ik laat het maar allemaal met me gebeuren”. Door de weeënremmers kwam de bevalling niet op gang. Gelukkig, want hoe langer ik het zo volhield, hoe beter voor ons zoontje.

vroeggeboorte

We schrokken van de informatie van de kinderarts

Voor de zekerheid lieten ze mij wel slapen op de verloskamer die nacht. Ze wilden er snel bij zijn mocht de situatie extreem snel veranderen. Mijn man mocht bij mij slapen. Erg fijn. De kinderarts is toen ook nog bij ons langs geweest. Hij gaf ons ontzettend veel informatie over wat ons te wachten stond. Hier schokken wij wel enorm van. Je wordt voor de eerste keer papa en mama en dan op deze manier? Dat is allesbehalve wat ik mezelf had voorgesteld of wat ik ervan verwacht had.

De kinderarts vroeg of ik borstvoeding ging geven. We vertelden hem dat mijn zwangerschap helaas al niet helemaal lekker liep en dat we daarom hadden besloten om geen borstvoeding te geven. Zijn antwoord hierop was: “Maar u weet wel, dat als uw zoon straks geboren is dat u niets, maar dan ook helemaal niets meer voor hem kunt doen, behalve de beste voeding ter wereld aan hem geven?” Auw…. Ja, dat kwam ontzettend hard aan. Ik denk nu nog weleens, goh had hij het niet een klein beetje anders kunnen verwoorden? Ik bedoel, wie zegt dat ik borstvoeding heb? Misschien lukt het helemaal niet bij me? En moet ik me dan dus schuldig voelen, omdat ik dan niets meer voor mijn kind kan doen? Uiteraard heb ik mijn keuze veranderd. Het kwam zo ontzettend aan dat ik de kinderarts vertelde, dat het oké was en dat ik alles eraan zou doen om wel borstvoeding te geven. Ik stond er in ieder geval weer voor open en of het zou gaan lukken was een tweede natuurlijk. Ik had er niet bij stilgestaan op dát moment, dat een te vroeg geboren kindje niet aan je borst kan drinken en dat ik dus elke dag om de drie uur een kolfapparaat aan mijn borsten zou hebben hangen.

Ik zou gescheiden worden van mijn zoontje

De kinderarts vertelde ons ook het één en ander over de bevalling van onze prematuur. Als ons zoontje geboren zou worden, zou hij in een plastic zak gedaan worden vanwege de warmte. Ook zou hij dan meteen gebracht worden naar het kamertje naast onze verloskamer. Daar zouden dan twee kinderartsen klaar staan en twee neonatologie verpleegkundigen. Daar zou mijn man dan symbolisch de navelstreng mogen doorknippen. Ook moest mijn man een keuze maken, of hij bij mij zou blijven als ik bevallen was of dat hij meeging met ons zoontje. Ik heb mijn man toen ook nadrukkelijk gezegd dat het vanzelfsprekend was dat hij met ons zoontje meeging. Ik kon dat niet en ik wilde dat één van ons twee absoluut bij hem was. Ons zoontje hoefde niet alleen te zijn. Diezelfde avond en nacht bleef het gelukkig rustig. 

Overal monitors met rode alarmen

We hebben de dag erna een rondleiding gekregen op de neonatologie. Mijn man duwde mijn rolstoel. We keken elkaar aan en we zagen in elkaars ogen alleen maar angst en verdriet. Je ziet allemaal kleine glazen huisjes waar hele kleine baby’tjes inlagen. Over de gehele afdeling hoorden we bellen en toeters. Overal monitors met rode alarmen. Bah, dit werd ons ”thuis” de komende weken of zelfs maanden. Het feit dat mijn eigen kindje in een couveuse ging liggen, dat ik hem niet mocht aanraken of oppakken wanneer ik dat wilde, dat andere mensen de zorg overnamen en dat ik hem daar élke dag moest achterlaten, werd me even teveel.

De weeënremmers moesten stoppen

Omdat de weeënremmers nog heel goed hun werk deden, mocht ik naar de kraamafdeling. Daar kreeg ik een 1-persoonskamer met een extra bed voor mijn man, zodat hij weer bij me kon blijven slapen gedurende deze periode. Wat was dit ontzettend fijn. Het waren spannende emotionele uren, minuten en secondes voor ons. We wisten dat de bevalling ging komen, maar de vraag was wanneer. Wellicht elk ogenblik. De dag erna hebben de artsen s’ ochtends om 7:00 uur de weeënremmers gestopt. Ze konden dit niet blijven toedienen, omdat het niet goed voor het lichaam is. Ik vond dat wel heel spannend. Het CTG-apparaat stond naast me en daar werd ik om de zoveel uur door gecontroleerd. Die dag reageerde ons zoontje echt totaal niet goed op de harde buiken die ik had. De gynaecoloog kwam langs en vertelde mij dat als hij dit langer bleef doen, het een spoedkeizersnede zou worden. “Dat ook nog?”, dacht ik, “alsof de dreigende vroeggeboorte al niet spannend genoeg is”.

DAYENNE

Plaats een reactie