“Druk de noodbel in”, zegt verloskundige Lisa, “we hebben een uitgezakte navelstreng…”

| ,

Ik zit rustig met mijn kopje thee tegen de muur geleund te luisteren naar mijn collega van de dagdienst. Hierna loop ik terug naar mijn kantoor. Diep verzonken in de mails en papieren gaat mijn telefoon. Ik neem op en klem de telefoon tussen mijn schouder en oor.
Ik neem de telefoon op: ‘Met Lisa’. Ik hoor de eerstelijns verloskundige, die zojuist met een bevalling is begonnen: ‘Heleen hier vanaf kamer zeven. Wil je nú komen?! Ik denk dat ik een uitgezakte navelstreng heb.’ Ik sta gelijk op en ren het kantoor uit. ‘Onderweg’, zeg ik en hang op. Gelijk typ ik een ander nummer in op mijn telefoon. Ik bel de verpleegkundige uit haar post. Zij doet vanavond met mij de bevallingen. ‘Kom naar zeven, navelstreng-prolaps, word net gebeld.’ Ik wacht het antwoord niet af en storm verloskamer zeven binnen.

De verpleegkundige luistert naar de harttonen

Nadat ik de deur van de verloskamer geopend heb, kom ik terecht in het keukentje. Ik gris boven het aanrecht handschoenen weg en stap de verloskamer binnen. Het gordijn zit dicht. Ik trek het open. Heleen probeert de harttonen van de baby met de doptone te vinden. Als dit een uitgezakte navelstreng is, vraag ik me af waarom Heleen niet met haar vingers in deze mevrouw zit. Op het moment dat er een stuk van de navelstreng uitzakt, kan een kindje in levensgevaar verkeren. Door de druk van het hoofd wordt de navelstreng dichtgedrukt, hierdoor komt er geen zuurstofrijk bloed meer bij de baby. Door een gebrek aan zuurstof levert het kindje heel snel in. In het geval van een uitgezakte navelstreng moet bijna altijd een keizersnede worden gedaan, tenzij de bevalling binnen enkele minuten wordt verwacht.

Ik aarzel niet en breng direct mijn vingers binnen

‘Fijn dat je er bent’, begint Heleen, ‘ze heeft weeën gekregen na het strippen op het spreekuur vanmiddag. Toen had ze al drie centimeter ontsluiting. Normaal gegroeid kindje, ongecompliceerde zwangerschap. Omdat de vorige bevalling vlot ging, heb ik haar gelijk naar het ziekenhuis laten komen. Hier braken net de vliezen en ze voelde dat er wat mee naar buiten kwam. Ik voelde net duidelijk een stuk navelstreng voor het hoofd wat ik niet op kon duwen. Ze heeft 5 centimeter ontsluiting, maar ik had geen extra handjes hier, dus ik belde gelijk jullie en luister nu naar de harttonen.’ ‘Prima’, antwoord ik, terwijl ik op het bed van de barende ga zitten. Zowel zij als haar man kijken me met grote ogen aan. ‘Wat is je naam?’, vraag ik terwijl ik haar aankijk. ‘Brenda,’ zegt ze. ‘Brenda, luister, er gaat nu even heel veel tegelijk gebeuren. Ik ga ook meevoelen, oké?’, zeg ik. Na een knik van toestemming breng voorzichtig twee vingers naar binnen.

“Druk de noodbel in”

Ik voel gelijk de navelstreng en voel dat deze klopt. ‘Ik voel een hartslag van boven de 100’, zeg ik voornamelijk tegen Heleen die net ook via de buik dezelfde hartslag laat horen. Met mijn vingers probeer ik het hoofdje van de baby op te drukken. Sabia, ook een verpleegkundige, stapt de verloskamer binnen. ‘Wil je De Nooi bellen? Inderdaad prolaps, vijf centimeter, we moeten naar de operatiekamers. Druk de noodbel in. We hebben meer handen nodig.’ Ik richt me tot Brenda. In mijn hoofd probeer ik te bedenken hoe ik zo snel mogelijk op de operatiekamers kan komen, terwijl ik ook alles moet uitleggen aan Brenda. ‘De navelstreng ligt voor de uitgang. Ik blijf hier op bed zitten. Met mijn vingers druk ik het hoofdje van de baby wat uit je bekken waardoor er minder druk is van het hoofd en de navelstreng wat ontlast wordt. We moeten een keizersnede doen om ervoor te zorgen dat de baby er zo snel mogelijk uit komt.’ Brenda knikt en kijkt me met grote ogen aan. ‘Een wee, geloof ik’, jammert ze. ‘Probeer hem weg te zuchten’, ik ondersteun mijn elleboog met mijn andere hand. Het is een fikse wee, ik krijg het hoofd net omhoog gedrukt.

Is er nog hartslag?

Heleen kijkt me aan: ‘Wat kan ik doen?’ Ik pak met mijn linkerhand mijn telefoon uit mijn borstzak en geeft het aan haar. ‘Bel 8230, de kinderarts, en zeg dat we voor spoedsectio gaan.’ Heleen pakt mijn telefoon aan. Mijn andere collega’s komen binnen. ‘Prolaps!’, roep ik naar ze terwijl ik mijn blik op de klok werp: 16.36u. ‘Wil je de blaas vullen?’, vraagt één van mijn collega’s. ‘De gynaecoloog is aan het bellen met de OK. Ik verwacht dat we daar zo heen kunnen. Maar pak het maar voor de zekerheid, mocht het te lang duren’, zeg ik. ‘Oke,’ antwoordt ze. Ze loopt direct de kamer af. Wanneer je de blaas vult met vocht, komt dat voor het hoofdje van de baby te liggen, die daardoor de navelstreng ontlast. Ik verwacht dat het nu sneller is als ik het hoofdje op blijf duwen. De andere collega ontfermt zich over Brenda en haar partner. Ik word bedreven in het opdrukken van het hoofd en laat mijn elleboog in het bed rusten. Ik toets met mijn vrije hand het nummer van de gynaecoloog in. ‘Lisa hier, kunnen we al?’, vraag ik. Hij antwoordt: ‘Ja, we mogen. Ik loop vast naar de OK. Heb je nog een hartslag?’. Opluchting. ‘We mogen’, roep ik naar de collega’s om me heen, ‘ik voel pulsaties. Rond de 80 denk ik nu.’ De Nooi antwoordt: ‘Oke, zie je zo’ en we hangen op.

‘Ik voel de hartslag van de baby nog. Dit gaat ons lukken’ beloof ik haar

Ik kijk naar Brenda en knik naar haar. ‘Ik voel de hartslag van de baby nog. Dit gaat ons lukken,’ beloof ik haar. Ze knikt, terwijl de tranen over haar wangen stromen. Ik duim op een goede afloop en vertel ondertussen alles wat er gaat gebeuren op de operatiekamers. Bij het OK-complex staan de medewerkers van de anesthesie al op ons te wachten. ‘Er is geen tijd voor een ruggenprik’, zeg ik tegen Brenda, ‘je krijgt een kapje over je mond en dan ga je slapen. Na de operatie word je pas weer wakker. Dokter de Nooi doet de keizersnede. Dit gaat ons lukken’, praat ik Brenda moed in. Brenda kan geen woord meer uitbrengen, ze kijkt naar het plafond zoals ik haar had gezegd en laat het over zich heen komen. Achter mij hoor ik Heleen samen met Brenda’s man, Hugo. Ook bij haar hoor ik nervositeit in de stem. Ik kijk achterom en knik naar haar. Ze slaat met een hand vriendschappelijk op de schouder van Hugo en wenst hem sterkte en succes. Ik vang de blik van Heleen, ik zie zorgen.

Ik blijf tegen het hoofdje van de baby drukken

Ik communiceer kort en bondig met de medewerkers van de anesthesie. Ik luister naar wat ze van mij verwachten omtrent steriliteit. ‘We dekken je geheel toe,’ zegt één van de medewerkers. Het gaat snel, ik zie dat de Nooi zijn handen al aan het wassen is en de anesthesist staat zelfs al klaar met het kapje bij de operatietafel. De weeën van Brenda lijken steeds krachtiger te worden. Ik moet moeite doen om het hoofd op te blijven duwen, terwijl ik me van het verlosbed naar de operatietafel beweeg. Brenda zucht rustig maar beheerst de wee weg. Ze doet het fantastisch. Wat moet dit een hel zijn om mee te maken. Ik probeer mijn zorgen voor mezelf en mijn blik neutraal te houden. Als ik in de paniek schiet, doet Brenda dat ook.

Fotocredit: Pure Life Geboortefotografie *

‘Focus mensen, we gaan deze baby redden’, zegt de gynaecoloog

Ik word afgedekt en wissel vlug wat woorden met de gynaecoloog. De gynaecoloog doet vervolgens een korte time-out met alle medewerkers om de blikken dezelfde kant op te brengen. Ik lig ondertussen onder de doeken op de operatietafel. Ik heb het warm en voel mijn oksels klotsen. Ik blijf het hoofd opduwen en hoor dat de narcose zijn werk doet. De gynaecoloog gaat beginnen. Ik hoor dat Brenda niets meer meekrijgt, doordat de gynaecoloog zijn zorgen begint te uiten. ‘Lisa, wat zijn de harttonen?’, vraagt hij aan mij. ‘Ze lijken te dalen. Ik denk rond de 50 nu.’ ‘Focus mensen, we gaan deze baby redden’, zegt hij. Een paar minuutjes later voel ik ineens de druk van boven mijn vingers verdwijnen. Er lijkt beweging te zijn die niet door de baby wordt veroorzaakt. Ze hebben de baarmoeder geopend. ‘We zitten erin Lisa’, zegt de Nooi, ‘trek maar terug.’

Het kindje is eruit, maar lijkt weinig te doen

Ik haal mijn vingers uit Brenda en blijf nog even zitten om het steriele veld niet aan te tasten. Eén van de operatiemedewerkers legt een hand op mijn been: “Ik help je.” Ze pakt me uit en ik stap van de tafel. Ik open en sluit mijn hand en rek mijn rug. Alles voelt stijf terwijl mijn hart als een razende klopt. Ik doe een stap naar achter en zie dat Sabia en de kinderarts klaar staan voor de opvang. Ik ga op een stoel zitten en aanschouw wat er gebeurt. De Nooi houdt het kindje in de lucht die weinig lijkt te doen. Ik werp een blik naar links. Achter het raam staat Hugo met zijn handen in zijn nek toe te kijken. Wat een stress moet dit voor deze man zijn. Het ene moment denk je dat je vrouw gaat bevallen, terwijl je het volgende moment staat te vrezen voor het leven van je baby. Ik kijk nog eens naar de klok: 16.59. Wat een tempo.

Vader Hugo is naast de operatiekamer van spanning op de grond gaan zitten

Sabia en de kinderarts leggen het kindje op de opvangtafel voor pasgeborenen. Ze drogen het snel af en ik zie de kinderarts luisteren met zijn stethoscoop. Ook een collega van de couveuse-afdeling staat inmiddels bij de tafel. Met zijn vingers tikt de kinderarts tijdens het luisteren op de zijkant van de tafel mee met de snelheid van de hartslag. Zo kan iedereen in één keer horen wat hij hoort door zijn stethoscoop. Ik haal opgelucht adem. Er is een hartslag. Het kindje krijgt een kapje op zijn neus en mond zodat ze zuurstof kunnen gaan toedienen. Als ik langs de tafel loop, zie ik dat het een jongetje is. Ik loop de operatiekamer af, omdat ik compleet onsteriel ben en mijn hulp niet meer nodig is. Ik loop naar Hugo die inmiddels naast de operatiekamer op de grond is gaan zitten. Ik leg een hand op zijn schouder en hurk voor hem neer: ‘Het is een jongetje en hij heeft een hartslag. Je mag kijken.’ Hij tilt zijn hoofd op en kijkt me aan. ‘Echt?’, hij kijkt me vol ongeloof aan. “Doet hij het goed?’, vraagt hij vervolgens. ‘Ze zijn nog met hem bezig, maar er is een hartslag.’ Ik ga rechtop staan en kijk door het ronde glas in de deur naar de operatiekamer en zie dat het kleine mannetje op de opvangtafel roze begint te kleuren. Een goed teken. ‘Kom maar’, zeg ik tegen Hugo en trap met mijn voet naast de deur op de knop om zonder handen de deur te kunnen openen. ‘Sabia,’ roep ik de ruimte in, ‘ik heb hier vader, mag hij erbij?’ Sabia kijkt me aan en komt naar ons toelopen. ‘Tuurlijk, kom verder’, ze wenkt Hugo en knikt mij toe. Ik blijf nog even voor de deur van de operatiekamer staan terwijl ik zie hoe Sabia Hugo meeloodst naar de opvangtafel. Ze pakt zijn hand en legt hem op de buik van zijn zoon.

Het kindje, Thomas, had eventjes opstartproblemen, maar herstelde vlot. Hij mocht zelfs mee naar de verloskamer in plaats van naar de kinderafdeling. De keizersnede verliep zonder complicaties en Brenda kwam vlot bij uit de narcose. Drie dagen na de bevalling mochten Brenda, Hugo en Thomas weer naar huis.

LISA

* De foto in dit artikel is ter illustratie gebruikt, de barende vrouw is niet Brenda uit het verhaal

1 gedachte over ““Druk de noodbel in”, zegt verloskundige Lisa, “we hebben een uitgezakte navelstreng…””

  1. Kippenvel.
    Wat heftig
    En wat ontzettend goed gehandeld.
    Geen idee hoe ingewikkeld en complex al die handelingen en afwegingen zijn. En dan constant vooruit denken en blijven communiceren
    Respect
    En wat mooi dat dat nieuwe gezin zo kan starten samen, thuis, poeh! 🍀

    Beantwoorden

Plaats een reactie