De dood houdt me wakker

| | , ,

“Mama?”

Het is zaterdagmorgen. Ik voel een handje op mijn arm. 

“Hmmmmmm.” 

“Mag ik bij je liggen?” 

Ik voel de deken omhoog gaan, een vleugje koude lucht stroomt onder mijn warme deken en er kruipt iemand met een paar koude handen en voeten tegen me aan. Ik doe één oog open en kijk op de wekker. 07.10 uur. Ik wil nog niet wakker worden, ik lig echt superlekker, en dat gebeurt niet meer zo heel vaak. Ik sukkel bijna weer in slaap. 

“Mama, ben je wakker?” 

Ik voel een hand op mijn gezicht en een kusje op mijn wang. Ik geef een kusje terug en mompel dat ik nog heel even aan het doezelen ben.  

“Mama, ga jij ook dood?” Jezus, wat is dat nou voor vraag zo vroeg in de morgen? Natuurlijk ga ik dood, en als ik niet gauw mag slapen ga ik dood van vermoeidheid. 

“Ik hoop nog lang niet, lieverd.” 

”Maar jouw mama is toch ook dood?”

“Ja, dat klopt, zij is dood.”

“Maar zij was toch helemaal niet oud?”

“Nee, maar zij was heel erg ziek.”

“Heb je pijn als je dood gaat?” 

“Ik weet het niet, lief, maar ik hoop het niet.” Het is een tijdje stil. En net als ik weer net dreig in slaap te vallen hoor ik:

“Kan ik je nog zien als je dood bent?” 

“Ik weet zeker dat je me kunt zien als  je over mij droomt. En misschien zie je me ook wel aan de binnenkant van je ogen.” 

“Kunnen we dan nog met elkaar praten?”

“Ik denk het wel. Heb je oma wel eens gezien?”

“Je bedoelt jouw mama? Nee, ik weet niet hoe zij eruit ziet.”

“Mam, als jij dood gaat ben ik heel verdrietig.”

“Ja schat, ik ben ook heel verdrietig als jij dood gaat. We willen nog heel lang samen blijven, toch?” En weer is het even stil. 

“Waar ga je heen als je dood gaat?”

“Sommige mensen zeggen dat je naar de hemel gaat.”

 “Is de hemel in de ruimte?”

“Ja, daar ergens” 

“Ga je dan met een raket? En is jouw mama daar ook?” 

“Nee, je gaat niet met een raket naar de hemel, die heb je niet nodig. En ik denk dat mijn mama daar is en ons opwacht als wij dood gaan. Volgens mij zijn alle poezen daar ook.”

“Ik vind het zo jammer dat ik jouw mama nooit heb gezien.”

“Je hebt haar wel eens gezien, 1x, toen je net was geboren. Dat heb ik wel eens verteld, toch?”

Ik hoor ineens een klein stemmetje: “Mama, ik ben zo bang om dood te gaan.” Mijn hart staat even stil en ik krijg een brok in mijn keel.

“Waarom ben je bang, lief?” 

“Ik denk dat het zeer doet als ik dood ga en dat ik jou en papa en Loa nooit meer zie en ik weet niet waar ik heen moet. Dat wil ik niet.” Ik neem je in mijn armen en een traan biggelt over mijn wang. Waarom denk je hier over na? Je bent zes jaar en je zou je alleen druk moeten maken met welk lego je gaat spelen vandaag. 

“Lief, ik snap dat je het heel erg eng lijkt om dood te gaan. Ik vind het ook spannend, want ik heb het ook nog nooit gedaan. Maar we gaan nog lang niet dood, dus zullen we er niet meer over nadenken vandaag? Ik word er een beetje verdrietig van.” 

“Ja, dat is goed. Ik vind je lief, mama.” 

“Ik jou ook, mop.” Het is weer even stil. 

“Mag ik op de playstation?”

“Nee, daar is het te vroeg voor.” Je glijdt uit bed. 

“Stommerd!”

Ook goedemorgen. De dag kan beginnen.

X

NATASJA 

(klik hier voor haar Instagram)

Plaats een reactie