Mijn baby had een verkeerd lootje getrokken

| | ,

Hieronder kan je de eerdere delen lezen, voordat je dit derde deel leest.

Deel 1: Larissa zag zelf iets geks op de echo

Deel 2: De arts zag teveel vocht op de echo

Een wrede speling van de natuur

Deze grijze dag waarop het veel sneeuwde, zal ik me altijd scherp voor de geest kunnen halen. Het was eindelijk zover: er stonden verschillende gesprekken en onderzoeken gepland in het universitair ziekenhuis van Brussel. We moesten al heel vroeg aanwezig zijn op de afdeling genetica voor een intakegesprek. Na veel vragen en het opstellen van een familiestamboom kwam ze tot de eerste, voorzichtige conclusie dat ons kindje getroffen is door een wrede speling van de natuur. Het verkeerde ‘lootje’ getrokken. Maar om hier zeker van te zijn, moesten we in de namiddag toch even bloed gaan prikken, zodat wij als ouders volledig onderzocht konden worden qua genetische opbouw. Van onze genen zou een karyotypering worden opgesteld en vergeleken met de ‘normale’ variant van een karyotypering. Dit proces kon makkelijk drie maanden in beslag nemen, wat een verschrikkelijke eeuwigheid zou duren.

Allerlei afwijkingen

De vruchtwaterpunctie verliep vlot en zonder complicaties alsook de uitgebreide echo. Deze werd gedaan met betere apparatuur en daardoor kwamen een heleboel afwijkingen aan het licht die niet met het leven te verenigen waren: geen neusbeentje, een breukpoort van bijna 1 centimeter in de buik en een hydrops foetalis van 8 (!) millimeter. Het laatste is een medische term die de vochtophoping rond het hele lijfje omschrijft. Dus niet enkel de nekplooi was fors verdikt, maar ook het hoofdje en de romp. Ondanks dit alles, sprong ons kleintje op en neer alsof er niets aan de hand leek te zijn. Dit was misschien nog wel het allerpijnlijkste. Je hoort en ziet alle afwijkingen die heel ernstig zijn en tegelijk voel je dat vrolijk klein mensje dat zich er niets van aantrekt en plezier maakt. Ik voelde zoveel liefde voor dit kleintje en minstens evenveel wanhoop omtrent de toekomst. Zoveel tegenstellingen. Daarbij gierden de zwangerschapshormonen door mijn lijf. Ik kon het allemaal niet meer bevatten.

stilgeboorte

Op het einde van deze echo nam de dokter mijn hand vast en zei dat het er absoluut niet rooskleurig uit zag. Ze stelde een zeer duistere prognose voorop en waarschuwde dat het zomaar kon dat bij de volgende echo het hartje niet meer zou kloppen. De tranen stapelden zich op en mijn keel sloot zich af. Ik heb altijd graag de controle over situaties in mijn leven en nu zou het zomaar ineens kunnen dat straks, morgenvroeg of overmorgen ons kleintje zou sterven en we dit waarschijnlijk niet eens zouden weten tot de volgende echo.

Niet met het leven verenigbaar

Eenmaal thuis las ik de conclusie van de echo die uitgebreid beschreven stond en las op het einde dat ons kindje niet met het leven te verenigen is. De uitslag van de punctie zou een week op zich laten wachten, maar welk syndroom het ook is, ik zal ons kleintje nooit gezond in mijn armen krijgen. Gelukkig kon ik in afwachting van de uitslag wel terecht bij mijn eigen gynaecoloog die de conclusie volledig beaamde en me ook geen keuze liet. Omdat ons kindje nog geen 18 weken was, zou het geen pijn voelen en zou het hartje niet invasief moeten worden stilgelegd. We hadden dus de ‘keuze’. Samen met mijn vriend namen we de allermoeilijkste beslissing om ons kindje in een week geboren te laten worden en het de rust te geven die het verdiende. Nooit gedacht dat ik zo een beslissing zou moeten nemen voor iemand waarvan ik enorm veel hou. Tot aan de maan en terug en veel verder dan dat … Hoewel het een hartverscheurende beslissing was, was het ook een dappere beslissing. Wij kozen als ouders om de pijn van ons kindje voor altijd mee te dragen in zijn of haar plaats en hem of haar de eeuwige rust te geven. De gynaecoloog vroeg of ik nog een laatste echo wilde en ik stemde toe. Ons kindje leefde nog steeds en had een goede hartslag. Wonder boven wonder was het goed gegroeid, maar de afwijkingen waren nog steeds aanwezig en fel verergerd. De gynaecoloog zei dat we ons woensdag 6 februari 2019 om 7u30 mochten melden op de materniteit voor de bevalling.

Intussen probeerde ik van de laatste dagen samen te genieten voor zover dat kon. Ik nam gezellige badmomentjes terwijl ik van binnen doodging. Ik at nog steeds veel fruit en groenten voor dat baby’tje dat er nooit levend komen zou. Ik nam nog steeds trouw mijn foliumzuur en zwangerschapsvitamines, terwijl het geen zin meer had. Ik wilde dat ons kleintje tot het laatste moment zou voelen dat wat er ook gebeurt, ik de baby nooit opgeeft, nooit. De laatste avond voor we ons de volgende ochtend moesten aanmelden, gingen we iets kleins eten samen. Ik at garnalen met stokbrood. Ik wilde dat ons kleintje een goedgevuld maagje zou hebben en niets tekort kwam. Ik had namelijk de fut niet om te koken en was ergens anders met mijn gedachten.

De dag

We zaten in de auto op weg naar het ziekenhuis om ons aan te melden. De laatste keer met z’n drieën op weg. Ik kreeg van familie luchtfoto’s doorgestuurd van roze wolken die de skyline opfleurden. Ik wist het wel: mijn lieve oma Bonni liet van bovenaf weten dat ze klaar was om haar achterkleinkindje op te vangen straks. Bonni overleed het jaar hiervoor aan de rotziekte kanker. Heel haar leven stond steeds in het teken van anderen en in het bijzonder van familie. Haar kindjes en (achter)kleinkindjes waren haar allerliefste bezigheid. Ik vond het ergens wel een fijn en mooi idee dat Bonni straks weer een doel zou hebben hierboven: haar achterkleinkindje opvangen en vertroetelen tot het mijn beurt is om ooit te gaan.

WORDT VERVOLGD…

LARISSA

Plaats een reactie