Verloskundige Leonie vertelt over haar allereerste bevalling waarbij het armpje van de baby vastzit

|

IK was eindelijk afgestudeerd

Op 15 juli 2016 was het zo ver, na vier schooljaren ploeteren met bloed, zweet en tranen mocht ik eindelijk de eed afleggen. Dat ik daar bijna te laat voor was, omdat ik in de file stond, laten we maar even achterwege. Na een fantastische geboorte-van-een-verloskundige-party mocht ik meteen aan de slag voor mijn allereerste waarneming in een dorp dichtbij mijn eigen woonplaats. Ik herinner mij weinig inwerken vanuit deze praktijk, maar wel een overdracht, “heb je alle spullen?”, hier is de telefoon en succes met de komende 72 uur dienst. Vol jonge enthousiasme ging ik een, achteraf veel te lange, dienst in en gingen de collega’s uit de praktijk lekker op vakantie. Ik was blij dat ik niet maar met de minimaal benodigde “60 bevallingen” was afgestudeerd en al vrij stevig in mijn schoenen stond na 175 geboortes (inclusief bijvoorbeeld keizersnedes en buitenlandse stage) anders kan ik mij voorstellen dat zo’n start nogal overweldigend is.

Trrrrrring, daar gaat de telefoon

Het is een gekke en onrustige gewaarwording om op mijn eigen bank te zitten in plaats van op een stage adres. Ik kijk 300 keer of de telefoon het nog wel doet en semi-rustig wacht ik af tot hij af gaat. Om 17.00 uur. “Trrrrrring”. Opeens is het zover. Ze heeft gebroken vliezen, helder vruchtwater en nog geen weeën. Ik voorzie mijn allereerste geboorte als verloskundige. Ik ga even langs, doe de controles en maak rustig kennis met deze ouders. Ik besluit niet te laten weten dat ik pas een paar dagen geleden ben afgestudeerd, dat lijkt mij niet erg geruststellend voor ze. Voor beide partijen is dit een fijne start. We worden er niet acuut door verrast en bereiden ons rustig voor op de aanstaande verjaardag van dit kindje.

Vroeg in de ochtend belt Jeroen, het is zo ver: Chantal heeft weeën!

Vol adrenaline ben ik klaar wakker na deze onrustige nacht en na een snelle kus aan mijn man, ga ik op pad. Als ik aankom, heeft Chantal zichtbaar goede weeën en puffen ze samen wee na wee beheerst weg. Tussendoor maken ze nog een grapje, maar ik zie dat het wel snel kan gaan. Dit is hun tweede kindje. Hun oudste zit al op de middelbare school, dus ik ben benieuwd of deze bevalling sneller zal verlopen. Ik besluit alles klaar te zetten voor de geboorte en bel de kraamzorg terwijl ik kruikjes warm maak.

Even later komt de kraamzorg binnen

Ik ga even naar beneden. “Fijn dat je er bent! Het is het tweede kindje, helder vruchtwater en het lijkt vlot te gaan. En oh ja”, fluister ik, “het is mijn eerste keer sinds ik ben afgestudeerd, dus het is een beetje spannend voor mij.” Niet lang daarna horen we een bekende oerbrul. Persdrang! Chantal ligt op haar zij en perst meteen knap mee met de wee. Het is misschien even geleden, maar haar lijf weet precies hoe het werkt. Jeroen dept liefdevol met een koude washand wat druppels van haar bezwete voorhoofd. Na amper 10 minuutjes persen zien we een bolletje met donkere haartjes verschijnen. We coachen samen Chantal door dit intense moment heen. Het hoofdje wordt geboren. Het kindje spildraait zoals in de boekjes. De schoudertjes zijn beide zichtbaar. Er komt een flinke wee en dan… Niets. Nada. Noppes.

Het kind zit vast

“Hoe dan?! En vooral wat nu?”, denk ik. Niet vorderende ontsluiting, uitdrijving of vastzittende schouders daar heb ik over geleerd, maar een ‘armdystocie’? “Fuck”, schiet er door mijn hoofd. Ik kijk snel in de hoek. “Oh nee, mijn stagebegeleider is er natuurlijk niet. Dit moet ik echt zelf oplossen!”, concludeer ik. Als motivatie voor Chantal, maar vooral ook voor mijzelf, zeg ik zekerder dan ik mij eigenlijk voel: “Dit komt helemaal goed. We gaan het samen doen”. Chantal knikt en luistert heel goed naar de aanwijzingen. Ik besluit dezelfde handelingen te doen als bij een vastzittende schouder, er moet immers extra ruimte komen in het bekken. Op handen en knieën wordt na hard werken dan eindelijk een prachtig zoontje geboren. Ik leg hem snel bij zijn mama. Helaas vond hij het ook pittig en heeft hij een paar teugen lucht uit mijn beademingsballon nodig, maar daarna is hij gelukkig prachtig roze en gezond.

Met trillende handjes sta ik even later met een zoete limonade beneden in de keuken

Zachtjes klets ik met de kraamverzorgende met het opkomende ochtendzonnetje door het raam. “Wow, dat was nog eens een eerste bevalling. Ik geloof dat ik nu wel zeker weet dat ik er echt klaar voor ben.” Bij het nakijken zijn op beide onderarmen een soort blauwe plek zichtbaar. Het lijkt alsof hij met beide armen dubbelgeklapt door het bekken probeerde te gaan. Zowel hiervoor, als de 7 jaar hierna, heb ik hier nog nooit van gehoord. Er zijn gelukkig ook maar heel weinig keren geweest dat ik de beademingsballon heb moeten gebruiken. Maar die enkele eerste keer was meteen de sprong in het diepe, die mij een hele relaxte verloskundige maakte. Als ik het onverwachte aankan, dan komt de rest op mijn pad vast ook goed.

PS: Achteraf heb ik toch verteld aan de ouders dat het mijn eerste keer was. Ze vonden het alleen maar leuk dat wij elkaar hadden getroffen en waren dolenthousiast.

VERLOSKUNDIGE LEONIE

Lees HIER meer verhalen van verloskundigen

Plaats een reactie