Na de bevalling kreeg Denise een ‘blackout’ en reageerde ze alleen nog op pijnprikkels

| | ,

Op Eerste Paasdag 2019 kwamen ik en mijn man erachter dat ik zwanger was. Ik heb een prima zwangerschap gehad. Ik had bijna nergens last van, wél was ik wat moe. Totdat ik rond de 33 a 34 weken tijdens een controle bij de verloskundige een hoge bloeddruk had. Zij stuurde mij door naar het ziekenhuis met verdenking op zwangerschapsvergiftiging. Ik lag daar een aantal uur aan de CTG. ‘s Avonds mocht ik weer naar huis. Het bleek geen zwangerschapsvergiftiging.

Een week later had ik weer een controle. Mijn bloeddruk was wederom hoog én de verloskundige vond eiwitten in mijn urine. Zij stuurde me weer door naar het ziekenhuis. Ik moest een nachtje blijven. De volgende dag mocht ik ‘s avonds naar huis, maar wel met medicijnen voor mijn te hoge bloeddruk en onder thuiscontrole. Dat betekende letterlijk niets meer doen en zoveel mogelijk rusten.

Toen ze op zondag 24 november langs kwamen van de thuiscontrole, was de CTG niet zo goed, mogelijk door vruchtwater tekort. Degene van de thuiscontrole zou de resultaten naar het ziekenhuis brengen en overleggen met de arts. Deze arts adviseerde nogmaals een CTG in het ziekenhuis en deed wat controles. Hieruit bleek dat ik toch pre- eclampsie had en dat ik in het ziekenhuis moest blijven. ‘s Avonds wisten ze nog niet zo goed wat ze moesten gaan doen. Ze wilden in eerste instantie proberen dat mijn kleintje tot week 37 kon blijven zitten. ‘s Nachts hebben ze toch besloten om mij in te leiden met een ballonnetje. De volgende ochtend om 11.50 uur hebben ze mijn vliezen gebroken. Ik kreeg via een infuus weeënopwekkers. Na een paar uur kon ik niet meer. De weeën werden steeds heftiger. Ik had geen tijd om even bij te komen. Echter bleef ik op 3 a 4 centimeter hangen. Op een gegeven moment heb ik om een ruggenprik gevraagd. Het lukte de artsen niet om de prik in één keer goed te zetten, maar wat was het een fijn gevoel toen hij begon te werken. Ik heb nog een ijsje gekregen toen ik lag te wachten totdat ik terug werd gereden naar de kamer. Eenmaal daar kwam de verloskundige kijken hoeveel ontsluiting ik had. Dit bleek al 10 centimeter. Normaal gesproken mocht ik persen alleen ging dat niet omdat mijn ruggenprik pas net was gezet. Ik moest wachten tot ik weer gevoel in mijn benen had. Om 19.43 uur kon ik eindelijk gaan persen en om 19.52 uur is onze zoon Luca geboren. Hij woog 2435 gram en was 49 centimeter lang. Hij had een goede start, maar we werden wel opgenomen op de kraamafdeling ter observatie. Omdat Luca te vroeg geboren was, lag hij in een warmtebedje dat hem goed op temperatuur hield. Ook had hij een sonde, omdat hij het nog lastig vond om zelf te drinken.

Van zaterdag 30 november kan ik mij niet veel herinneren. Ik weet dat ik ‘s ochtends bezoek heb gehad. Mijn familie kwam ‘s middags en ik ben even gaan douchen. Het was ongeveer 15.00 uur toen ik uit de douche kwam en ik tegen mijn oma zei dat ik me raar voelde. Ik ben op bed gaan liggen en toen viel ik weg. Van de verpleegkundige en mijn moeder heb ik gehoord wat er gebeurd is. De verpleegkundige is de bloeddrukmeter en een collega gaan halen. Toen zij terugkwamen lag ik al in bed en reageerde ik al verminderd. Ik kon haar nog wel aan kijken, maar niet meer praten. Ondertussen was de gynaecoloog erbij gekomen en reageerde ik alleen nog op pijnprikkels. Ik kreeg een zuurstofmasker op en het spoedteam en de arts van de neurologie werden opgeroepen. De kamer stond vol met een team van artsen en verpleegkundigen van onder andere neurologie, intensive care, spoedeisende hulp en interne geneeskunde. Ze hebben allerlei (neurologische) onderzoeken uitgevoerd, hartfilmpjes gemaakt, bloed afgenomen en een infuus geprikt. Uit deze onderzoeken is geen oorzaak voor mijn ‘blackout’ gekomen. Tussen 15.30 en 15.40 uur ben ik langzaam weer bijgekomen. Ik was erg moe, had hoofdpijn en kon erg moeilijk uitspreken wat ik dacht. Mijn rechterarm voelde anders aan en mijn rechterkant van mijn mond hing scheef. Ook had ik een vieze smaak in mijn mond en vond ik mijn water stinken. Omdat ik op alle testen goed reageerde, werd er niet gedacht aan een bloeding of infarct. Even later hebben we een gesprek gehad met de arts van de neurologie en de gynaecoloog. Ze beschreven de oorzaak van de bewustzijnsdaling als een reactie op een ‘vasovagale collaps’. Oftewel een communicatiefout tussen mijn hoofd en mijn lichaam als gevolg van de heftige periode (pre- eclampsie, bevalling, opname, weinig slaap). Binnen een paar dagen zou het volgens de arts neurologie uit zichzelf over moeten zijn. De dagen erna bleef ik zoeken naar woorden om dingen duidelijk te maken. Soms kon ik ze opschrijven en soms kon ik enkel zinnen maken bestaande uit twee woorden. Het uitspreken van Luca zijn naam was zelfs lastig en de naam van mijn man Stefan ook.

Op 1 en 2 december zijn er opnieuw testjes gedaan door een neurologische arts, aangezien er nog nauwelijks verbetering was. Op 3 december is er een MRI gemaakt. Na aandringen van familie. Deze MRI liet zien dat het toch een herseninfarct is geweest. Meteen is er gestart met medicatie en zijn de revalidatiearts, logopedist, ergotherapeut en fysiotherapeut langs gekomen. In de dagen daarna heb ik nog verschillende onderzoeken van onder andere hart, bloedvaten en hersenen gehad. Daar werden geen bijzonderheden gevonden. De revalidatiearts heeft me aangemeld voor poliklinisch revalideren. Ik kon daar niet meteen terecht. Ondertussen kreeg ik wel thuis logopedie en ergotherapie aangezien ik afasie had en ik moeite had met sommige dagelijkse handelingen zoals pen en bestek vasthouden. Na twee maanden kon ik eindelijk beginnen met het poliklinisch revalideren in het revalidatiecentrum.

Ondertussen zit mijn revalidatie er op. De specialisten hebben me daar goed geholpen en ben ik een stuk verder. Nu moet ik zelf proberen om mijn conditie te verbeteren en mijn grenzen beter te leren kennen, want daar ga ik nog regelmatig overheen. Ik ben geen moment boos geweest op wat er is gebeurd. Ik heb vrijwel meteen geaccepteerd dat het is gebeurd en dat mijn leven niet meer hetzelfde is. Ik weet niet of dit komt omdat ik nog in de overlevingstand zit en dat de klap nog komt. Ik ga er in ieder geval het beste van maken. Ik heb er toch een wondertje bij waar ik voor moet blijven vechten!

DENISE

Plaats een reactie