De heftige sneltrein dendert van mijn prematuurbaby nog dagelijks door mijn hoofd

| | ,

Een nieuwe dag breekt aan in het LUMC. Houw eerste nacht heb je eigenlijk best heel goed gedaan. Nog aan de morfinepomp van de heftige keizersnede, krijg ik nog een laatste zakje bloed vanwege de bijna drie liter bloedverlies. Nou, ik heb me weleens beter gevoeld. We moeten een beetje opschieten, zodat we snel naar je toe kunnen. Je ligt namelijk op een andere afdeling helemaal aan de andere kant van de gang. We rijden je kamer binnen en daar lig je dan aan al die toeters en bellen en met een ienieminie kaboutermutsje op je hoofd. De verpleegkundige maakt de couveuse open, zodat we je aan kunnen raken. Ik pak je handje en het lijkt alsof jouw vingertjes mijn vinger vastpakken. Het is gek zo naar je te kijken. Dat jij onze prachtige derde dochter bent en dat jij daar nu ligt te knokken, zo verschrikkelijk klein. Opeens besef ik mij: het avontuur met jou gaat nu echt beginnen, lief meisje, en wat vind ik dit eng en spannend, maar wat ben ik ook mega trots en smoorverliefd op jou. Ondanks dat je zo klein bent (1100 gram) en de grote gevaren nog heel erg aanwezig zijn, straal je ergens ook rust uit en dat geeft ons vertrouwen. Tegelijkertijd beseffen we ons dat dit nog een hele lange spannende weg gaat worden. De komende 11 weken zal jij echt nog in het ziekenhuis zijn, hopelijk mag je terzijde tijd wel naar een ziekenhuis dichter bij huis, want met twee andere zusjes thuis, zal dit behalve een emotionele roalercoaster, ook een logisitieke uitdaging worden.

Die uitdaging begint al in het ziekenhuis, want om de zoveel uur moet ik kolven en op tijd bij jou zijn om bij de verzorging te kunnen zijn. Ik heb gesprekken met artsen, neurologen en maatschappelijk werk. Vanmiddag komt jouw grote zus kennis met je maken. Ik heb mijn andere twee meisjes sinds woensdagochtend niet meer gezien. Abrupt hoorden zij van oma dat jij geboren bent en wij nog in het ziekenhuis liggen. Je grote zus is heel trots, maar zichtbaar ook onder de indruk en ergens een beetje angstig; “Mama, ze is wel erg klein he?!” en “Mama, het komt toch wel goed”, waren de vragen die zij als eerste aan mij stelde toen ze jou voor het eerst zag. Maar direct was ze onvoorwaardelijk lief voor jou. Ze legde haar handje op jouw kleine lijfje, kletste tegen jou en was zich heel erg bewust dat je enorm kwetsbaar en echt heel klein bent. Je andere zusje mag helaas niet bij je, omdat ze de waterpokken nog niet heeft gehad. Ze is ook nog erg klein en zal er waarschijnlijk niks van begrijpen. Het is voor nu goed zo, al voelt het zo verkeerd, om deze vreugde niet met haar te kunnen delen.

Na drie dagen houdt mijn ziekenhuisverblijf op. We krijgen de optie om in het Ronald Mc Donald huis te verblijven de komende weken, maar dat is met onze andere twee meisjes eigenlijk niet wat ik wil. Ik besluit naar huis te gaan en dat betekent jou hier achterlaten. Een vreselijk moment: jouw kamertje uitlopen en naar huis gaan. Zo afschuwelijk om jou daar zo achter te laten. “Zou je merken dat mama er niet is? Ben je wel comfortabel? Heb je geen pijn? Nu kan je mij niet horen en voelen, weet je nu wel dat mijn hart vol van liefde is voor jou?”. Al die vragen spoken continue in mijn hoofd. In de auto komen de tranen. Ik ben moe, trots, maar vooral zo ontzettend bang voor wat komen gaat. Eenmaal thuis zijn is fijn en anderzijds ook helemaal niet. Een continue strijd tussen de liefde voor mijn drie lieve meisjes en in mijn hart is dat niet in balans te krijgen. Jij hebt mij nu het meeste nodig, dat hebben de artsen ook gezegd. Jij moet knokken en onze aanwezigheid, hartslag en geur om jou heen geeft jou de grootste kracht, maar mijn andere meisjes willen ook dat ik ze uit school haal en ze naar bed breng. Omdat dit traject nog weken gaat duren, wil ik voor mijzelf proberen een balans te zoeken, waar iedereen tevreden mee is. Jouw grootste zus begrijpt heel goed wat er aan de hand is, toont evengoed haar trots en tranen, want ook zij ziet en voelt de zorgen. Zij wil graag haar babyzusje thuis om mee te kroelen. Jouw jongste zus weet nog niet eens dat jij er bent, maar voelt nog meer en wil juist nu alleen maar bij mama op schoot. Ik besluit om het normale programma van crèche en bso te continueren. Het normale ritme waar een ieder aan gewend is, al is dit maar van korte duur, want over 1.5 week begint de zomervakantie. Maar dan heb ik heel even de tijd om aan dit alles te wennen, een weg te zoeken in mijn hoofd en hart en mijn emoties een plekje te geven. Papa besluit juist nu te gaan werken, zodat hij in de vakantie vrij is, om de andere meisjes ook op te vangen. Zodra je zusjes op school en de creche zijn, ga ik naar jou toe. Dan kan ik uren met jou buidelen en heb ik alle aandacht voor jou. Die uren gebruik ik echt om er 100% voor jou te zijn, met je te kroelen, tegen je praten en je te leren kennen.

En stap voor stap, lijkt de sneltrein minder snel te gaan en wordt jij steeds sterker. Steeds meer vind ik rust en balans. Het is een prachtige zomer, wat enorm helpt om ook de andere meisjes te laten genieten. Ik maak samen met papa dagschema’s en we proberen de ziekenhuisbezoeken te combineren met een zomerse activiteit. Jouw grootste zus wil eigenlijk iedere dag met mij mee naar het ziekenhuis. Ze is enorm betrokken bij jou en het klinkt stom, maar ook mij heeft ze er echt door heen getrokken. Kinderen zijn zo puur en flexibel en dat haalde de scherpje randjes weg en hielp relativeren. Ze genoot van het spelen met andere (soms best zieke) kinderen in de speelkamer, ontmoette andere kinderen die ook een heel klein broertje of zusje hadden. Ze ging kijken bij de clini clowns en met speciale pedagogisch werkers spraken ze veel over de kleine babys met alle toeters en bellen. Na 75 dagen mag je mee naar huis. Een dag waar je enorm naar uitkijkt, maar wat ook vreselijk spannend is. Je bent nog zo verschrikkelijk klein, hebt sondevoeding, en zonder artsen, monitoren en lieve verpleging zelf voor jou zorgen is enorm spannend. Maar wat is het een verschrikkelijke mooie dag.

Inmiddels is de heftige sneltrein met jou al lang tot stilstand gekomen, toch dendert de trein nog dagelijks door mijn hoofd. Wat was je klein, wat heb ik gehuild dat je zomaar opeens niet meer in mijn buik zat en wat heb ik mij lang schuldig gevoeld dat ik jou niet langer dragen kon. Maar vooral de angst jou te kunnen verliezen heeft er voor gezorgd dat het avontuur van toen, nog steeds zo vers is. Zomaar opeens stonden we aan jouw couveuse, waren we papa en mama van een zwaar prematuur kindje en vocht jij daar weken lang om groter en vooral sterker te worden. Tegelijkertijd waren het ook prachtige intense weken, waarin we urenlang konden kroelen, ik heel bewust bij jou was, er vele stapjes terug, maar zeker heel veel stapjes vooruit waren. Als moeder heeft mij dit absoluut doen veranderen en heb ik zoveel van mijn mini meisje geleerd; Jij hebt laten zien wat er echt toe doet. De hele ziekenhuisperiode zal altijd een bijzondere plek in mijn hart houden, een schaafplek die nooit helemaal heelt, maar dat wil ik ook helemaal niet, daarvoor is het te bijzonder geweest. Dank je wel lieverd dat jij op jouw manier mijn derde lievelingsmeisje bent.

KIM

Plaats een reactie